Omroepen moeten meer concurreren

Minister Plasterk (Media, PvdA) gaat de concurrentie tussen omroepen stimuleren, door hun budgetten en hun zendtijd direct te koppelen aan hun aantal leden.

De scheiding tussen A- en B-omroepen wordt daarom opgeheven. In plaats ervan wordt het budget voor publieke omroepen iedere vijf jaar verdeeld volgens een glijdende schaal. Een omroep krijgt nu bijvoorbeeld een A-status bij minstens 300.000 leden en een B-status bij 150.000 leden. Daaronder bestaat er nog een aspirantstatus. Als omroepen onder een grens zakken, verliezen ze ineens wezenlijk meer zendtijd en daaraan gekoppeld budget. Die situatie is volgens de minister ongewenst.

Dat wil hij verhelpen door vanaf 2010 een nieuw systeem te introduceren, waarbij elk extra lid ook extra geld en zendtijd oplevert.

In het algemeen is de minister tevreden over hoe het bestel momenteel functioneert. „Ik wil de rust in Hilversum handhaven”, zei hij na afloop van de ministerraad. Hij is bijvoorbeeld blij met de positieve uitwerking van het programmeringsmodel, waarin omroepen uitzenden op alle publieke netten (Nederland 1, 2 en 3). Plasterk is van plan het budget waarover de overkoepelende organisatie van alle zendgemachtigden beschikt, te verhogen van 25 naar 30 procent van het totale omroepgeld. Die organisatie, de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), krijgt zo meer geld om eventuele gaten in de programmering op te vullen.

Eerder kondigde Plasterk aan dat hij meer geld wil besteden aan het realiseren van hoogwaardig televisiedrama. Hij wil 15 miljoen euro ervoor vrijmaken.

De NPO reageerde gisteren via een woordvoerder positief. „De woorden van minister Plasterk zorgen voor bestuurlijke rust in Hilversum en hij geeft ons meer financiële armslag.”