Mongool? Noemde jij mij soms mongool?

Wie staat er voor de rechter en waarom? Deze week Dirk, die ‘smoordronken’ drie scholieren in elkaar sloeg. De camera’s legden het vast.

In Friesland zijn ze niet gewoon dronken, ze zijn smoordronken. Dirk was het in elk geval toen hij op een avond samen met zijn vriend Richard het kroegverbod van de laatste negeerde en even langsging bij De Kleine Leeuwarder. Het zijn geen jongens meer, die twee, ze zijn allebei een stuk in de veertig.

Vriend Richard is net bij de rechter binnen geweest. Nog voor de rechter iets had gezegd, kondigde Richard al aan dat hij in hoger beroep ging. Dat er op enig moment op die avond iemand door zijn toedoen in mekaar was geslagen, was een verzinsel. Toen de rechter uitspraak wilde doen, ging Richards mobieltje af. Met de negentig uur werkstraf die hij kreeg, was hij het toch al niet eens.

Richard wil ook de zaal in als vriend Dirk aan de beurt is. Maar de advocate van Dirk zet hem vriendelijk maar beslist buiten de deur. Dirk zou die avond drie mannen, of eigenlijk jongens tegen de vlakte hebben geslagen. Waarom? Hij zou het echt niet meer weten, want hij was dus smoordronken. Een stuk of zestien pijpjes bier.

De slachtoffers wisten nog wel wat er was gebeurd. Eentje kreeg ongevraagd klappen, de tweede sprong ertussen en kreeg een muilpeer, de derde werd van achteren gegrepen door Dirk. Ja, herinnert Dirk zich, ze liepen me uit te dagen. Ja, zegt de rechter. En toen schreeuwde u: „Mongool? Noemde je mij een mongool?”. De slachtoffers kwamen net terug van een schoolfeest. Ze gingen nog even langs bij de Febo. Daar waren Dirk en Richard ook. Daar waren al wat schermutselingen. Dat was Dirk niet vergeten toen hij de jongens even later bij een ander tentje trof. Maar, zoals gezegd, Dirk kan zich niet herinneren dat hij met hen heeft gevochten.

De camerabeelden van die avond liegen niet. De rechter leest voor wat er op de beelden te zien is. De één krijgt een vuistslag met rechts. In het gelaat. De tweede, die ertussen springt om hen uit elkaar te halen, krijgt er één met links. Dirk rent achter de derde aan. Je ziet, zegt de rechter, zijn hoofd naar achteren klappen. Die camera’s waren een vondst, vonden ze in Leeuwaren. Bijna waren ze weg geweest, de gemeente kon ze niet meer betalen. Maar onlangs is er een ‘potje geld’ gevonden, dus ze kunnen blijven. De rechter is er ook blij mee. Want, zegt hij, de camera is neutraal.

Dirk heeft spijt. Hij voelt zich, zegt hij, knap lullig. Of hij bereid is de 71,95 euro te betalen voor de kapotte trui van een van zijn slachtoffers? „Van mij mag hij er wel twee.”

Drie getuigen plus de camerabeelden constateren dat u grof geweld hebt gebruikt, zegt de rechter. Wat mij betreft mag u zo de gevangenis in. Nu hij een dader met wroeging voor zich heeft zitten, kan hij best nog even preken. De vorige, Richard, was er ongevoelig voor, misschien dat deze wél luistert.

Leve het uitgaansleven, begint de rechter cynisch. Door mensen als u wordt de uitgaanswereld er niet gezelliger op. Portiers voor de deur, fouilleringen, camera’s op alle hoeken, stille tochten. Doodzonde. Grimmig. Een hele categorie mensen gáát niet eens meer uit. Ineens schakelt de rechter over op de eerste persoon. En gá ik een keer op stap, dan loop ik het risico dat ik mensen als u tegenkom. U bent een ongeleid projectiel, u hebt uw agressiehuishouding niet op orde. U slaat drie scholieren voor hun raap. Hij zegt het nog eens: van mij mag u zo achter de deur. Dirk heeft een flink strafblad, veel geweld en mishandeling. Allemaal feiten van tien jaar geleden. Inmiddels is hij getrouwd en hij is gek met de tweeling van tien van zijn vriendin. Eentje is autistisch. De ander was op de bewuste avond met hem mee. Zijn tienduizend euro schuld probeert hij af te lossen. Hij heeft namelijk werk. Drie weken nu. In de steigerbouw. Hij slikt ook medicijnen, om rustig te blijven.

De rechter is de kwaadste niet. Hij legt Dirk 140 uur werkstraf op, vier weken voorwaardelijke gevangenisstraf en hij moet de 71,95 euro voor de trui betalen. Maar, voor als het nog niet duidelijk was, zegt de rechter: „Als er nog een keer wat gebeurt, gaat pa gewoon zitten.” Het is Dirk volstrekt duidelijk. „U ziet mij nooit meer.” Buiten de rechtszaal wacht Richard zijn vriend op. En? En? Dirk recht zijn schouders, die net nog zo krom waren. Ok man, het was ok joh.