Minister hekelt papkereltjes Italië

„Giovanni Bamboccioni”, dat wil zeggen: papkereltjes, slappelingen, moederskinderen.

Zo noemde de Italiaanse minister van Economische Zaken, Tommaso Padoa-Schioppa, deze week de vele Italiaanse jongeren die tot op late leeftijd bij hun ouders blijven wonen.

Linkse en rechtse politici vielen over hem heen, terwijl hij nu juist tot duizend euro huursubsidie in het vooruitzicht stelde aan jongeren die op eigen benen gaan staan. Padoa-Schioppa had lof verwacht voor zijn plannen. Thuiswonende jongeren zijn, meent hij, schadelijk voor de economie en het vernieuwend vermogen van het land.

Van de Italiaanse jongeren tot 35 jaar woont 59 procent nog bij papa en mama, aldus het statistiekbureau Eurispes. Twee keer zoveel als in de rest van de EU.

De huizen zijn te duur, de lonen te laag, zo verklaren veel adolescenten hun keuze voor het huis van de ouders. Slechts 40 procent van de jongeren tussen de 20 en 25 heeft een baan, tegen 60 procent in de rest van de EU. Een Italiaan tussen de 25 en 30 jaar verdient slechts de helft van wat zijn Britse leeftijdgenoot verdient.

De familie is en blijft daardoor in Italië het belangrijkste vangnet. De familie steunt je als je je baan verliest, en helpt je via relaties aan werk. Maar zelfs als de baan is gevonden, blijft het familiedak trekken. Het is een win-win-situatie.

Mama en papa genieten van de nabijheid van zoon- of dochterlief. In ruil daarvoor bieden zij een gestreken hemd, een bord pasta, gratis onderdak en volop tijd om met vrienden van het leven te genieten.