Met viool ontsnappen uit de sloppenwijk

Venezolaanse jongeren krijgen de kans om uit de sloppen te ontsnappen, door mee te spelen in een van de 220 klassieke jeugdorkesten. President Chavez heeft het muziekproject nu stevig omarmd.

Leden van het jeugdorkest Simón Bolívar blazen zich warm voor een concert in de Venezolaanse grensstad San Cristóbal. Foto Marcel Haenen Haenen, Marcel

Marcel Haenen

Voor de eetzaal van het weeshuis in de Venezolaanse grensstad San Cristóbal zit een bewaker met een radiootje waaruit salsa muziek klinkt. Op de vensterbank balanceert een haveloos ventje dat door de vrijwel glasloze ramen naar binnen tuurt. Daar repeteren de negentig jongeren van het Symfonie Orkest Simón Bolívar van de provincie Táchira. Langsam, Schleppend, waait de eerste Symfonie van Gustav Mahler door de vochtig, tropische buitenlucht.

Het Zuid-Amerikaanse land Venezuela domineert het nieuws wegens de door president Hugo Chávez ingezette socialistische omwenteling. Maar de werkelijk spectaculaire revolutie die zich in het land voltrekt, is strikt muzikaal.

Op initiatief van de componist en econoom José Antonio Abreu is in 1975 in de hoofdstad Caracas begonnen met een programma om kansarme jongeren uit de talrijke sloppenwijken van Venezuela muzieklessen te geven. De Stichting Fesnojiv, kortweg El Sistema genoemd, heeft het idee dat je van jongeren betere burgers maakt door ze van de straat te houden en ze in groepsverband, veelal Europese klassieke muziek te laten spelen. De viool als sociale reddingsboei.

De belangstelling voor het gratis muzikale onderwijs in de wijken waar vrijwel alle voorzieningen ontbreken, is overweldigend. In de ruim dertig jaar dat El Sistema bestaat, zijn al zo’n 300.000 kansarme jongeren tot in alle uithoeken van het land gevormd tot muzikant. In Venezuela bestaan nu 220 kwalitatief hoogstaande jeugdorkesten en in vrijwel elke provincie zijn een paar symfonieorkesten waarin de beste muzikanten een plek krijgen. De crème de la crème krijgt uiteindelijk een plek in het nationale orkest.

„Ons muziekonderwijs is een artistiek en sociaal programma. Als je als kind iedere dag van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, zes dagen per week, met elkaar muziek maakt, word je geïntroduceerd in een fantastische wereld’’, zegt directeur Igor Lanz in Caracas. „Muziek wordt voor de jongeren een maatschappelijk gereedschap.’’

Laudemar Rodriguez (34 jaar) is een van de jongeren die zich via een klarinet uit de sociale ellende heeft gespeeld. Op zijn elfde begon hij muziek te maken en met hulp van iemand die bereid was de buskosten te betalen, kon hij gaan oefenen bij het Simón Bolívar jeugdorkest in de vlak bij Colombia gelegen plaats San Cristóbal. „Ik woonde in een arme wijk waar drugsgebruik en geweld onder jongeren heel gewoon zijn. Maar met hulp van mijn opa die me opvoedde en El Sistema, ben ik een muzikale carrière begonnen’’, zegt Laudemar. Dank zij de muziek heeft hij in heel Zuid-Amerika gespeeld of les gegeven.

Door het succes van het programma is er een tekort aan speelruimtes. Laudemar Rodriguez toont een vijftig jaar oude bioscoop in San Cristóbal die tot voor kort diende als jeugdrovershol. Nu wordt het complex vertimmerd tot concertzaal.

El Sistema, beklemtoont directeur Igor Lanz, is een niet-politiek project: „Het programma overleeft socialistische en kapitalistische regeringen.’’ Maar het idee past perfect in de socialistische visie van de regering Chávez die zegt een einde te willen maken aan de uitsluiting van de armen. De president van Venezuela heeft het muziekprogramma daarom nadrukkelijk omarmd. Hij wil ernaar streven in zijn 27 miljoen inwoners tellende land één miljoen muzikanten op te leiden. Het muzikale onderricht ontvangt nu ook meer overheidsgeld dan voorheen. „Soms moesten we acht maanden wachten op ons salaris maar nu worden we ten minste regelmatig betaald’’, zegt Rodriguez.

En niet alleen in zijn stad maar ook in Caracas wordt een muziektempel gebouwd, die in Latijns Amerika zijn gelijke niet kent. Al vijf jaar wordt er gewerkt aan een elf verdiepingen tellend muziektheater. Het gebouw is van alle moderne, voornamelijk Europese apparatuur voorzien en bezit dankzij speciaal geconstrueerde houten wanden een bijzonder goede akoestiek. De Venezolaanse architect Tomás Lugo toont met trots het gebouw waar behalve de grote zaal nog 89 onderwijszalen zijn. In het concertgebouw kunnen drieduizend muzikanten tegelijk aan de slag. De kosten van de constructie bedragen twintig miljoen dollar. „De opening van het theater is al herhaaldelijk uitgesteld omdat er steeds nieuwe ruimtes worden bijgebouwd’’, zegt Lugo. ,,Het orkest neemt namelijk nog steeds in omvang toe.’’

Gerenommeerde musici als Daniel Barenboim, Simon Rattle en Claudio Abbado werken gratis samen met het orkest. De beste pupil is de 26-jarige vioolspeler Gustavo Dudamel, een der talentrijkste dirigenten ter wereld. In 2009 wordt hij chef-dirigent van het Los Angeles Philharmonic Orchestra.

Het succes van Dudamel werkt in hoge mate aanstekelijk, vertelt klarinettist Rodriguez terwijl hij voor het galaconcert van afgelopen zondag in San Cristóbal twee pasteles – broodjes met vlees – eet in een cafetaria vlak bij de Bolivariaanse universiteit waar het orkest speelt. Een half uurtje later opent hij met een solo de compositie Danzón No. 2 van de Mexicaanse componist Arturo Márquez. Na het twee uur durende gratis concert trekt Laudemar snel zijn geel-zwarte voetbalshirt aan en haast zich met zijn medemuzikanten naar het stadion. Daar juichen ze voor Deportivo Táchira dat desondanks de klassieker tegen Caracas FC verliest met 0 - 1.

Rectificatie / Gerectificeerd

Venezuela

In de onderkop van het artikel Met viool ontsnappen uit de sloppenwijk (6 oktober, pagina 9) staat dat 30.000 Venezolaanse hangjongeren in een jeugdorkest zitten. Dat moet zijn: 300.000 kansarme jongeren.