Meebetalen aan nóg slechtere wijk

Minister Vogelaar deelde deze week miljoenen uit aan achttien steden. In andere steden zijn sommige wethouders boos. „Veertig miljoen! Voor één wijk!”

Een bankje in de Rotterdamse wijk Overschie. Deze wijk krijgt nu jaarlijks 2,8 miljoen euro. (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Graffiti op een bankje in de openbare ruimte in de Deelgemeente Overschie/Rotterdam. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam/Overschie, 24 juli 2007 Mentzel, Vincent

De verliezers van de afgelopen week zijn de steden die van minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) géén tientallen miljoenen hebben gekregen voor hun achterstandswijken. Er ging 250 miljoen euro over tafel. Het leeuwendeel ging naar de vier grote steden en de rest, nog altijd aanzienlijke bedragen, naar veertien kleinere steden. Bestuurders daar toonden zich bijzonder tevreden.

Rodney Weterings is de PvdA-wethouder van stedelijke vernieuwing in Den Bosch. Die stad heeft vier erkende probleemwijken, maar er kwam er niet één op de lijst van veertig wijken die het kabinet wil verbeteren. Weterings wist niet wat hij hoorde toen de bedragen bekend werden, zegt hij. Hij vindt ze véél te hoog. Arnhem: 146 miljoen euro voor vier wijken over vier jaar. Nijmegen: 40 miljoen. „Voor één wijk! Ik zou niet weten hoe ik dat zou moeten vertimmeren.” Het verschil met zijn eigen budget noemt hij dramatisch. „Wij moeten het doen met 6 miljoen tot 2020.”

Weterings vindt dat zijn stad gestraft wordt voor goed gedrag. „Steden als Arnhem zijn er nooit in geslaagd hun probleemwijken te verbeteren. Die worden er nu voor beloond dat ze niet genoeg hebben geïnvesteerd.”

Natuurlijk wisten steden als Den Bosch allang dat hun achterstandswijken niet voorkwamen op Vogelaars lijst. Dat begrijpen ze ook wel. „De veertig wijken zijn echt door de hoeven gezakt. Zulke wijken hebben wij niet”, zegt wethouder Willem de Jager (PvdA) van Lelystad. Maar, zeggen wethouders als hij, ze hebben wel wijken waar het „vijf voor twaalf” is. Wijken die vóór minister Vogelaar nog wel op de lijstjes stonden. Waar het geld ook hard nodig is. „Anders zijn er over een jaar of vijf weer vijftig nieuwe probleemwijken”, zegt Herman Janssen, PvdA-wethouder van Ruimte en Wonen in Venlo.

Naarmate er meer geld naar de ‘Vogelaarsteden’ stroomt, groeit de onvrede in de andere steden. Zeker nu duidelijk is dat alle woningbouwcorporaties via een heffing moeten meebetalen aan de veertig wijken. Vorige maand bereikten minister Vogelaar en de koepel van woningbouwcorporaties Aedes een akkoord. Dat geld, vrezen de andere steden, zijn zij ook nog eens kwijt.

Lelystad heeft maar één corporatie, zegt Willem de Jager. „Alles wat het rijk daarvan afroomt, gaat ten koste van investeringen in onze wijken.” De Almelose wethouder Anton Sjoers (CDA) zegt dat de corporaties in zijn stad keihard hebben gewerkt om probleemwijken in Almelo-Zuid op een hoger plan te tillen. Hij vindt het „zuur” dat die corporaties geld moeten afstaan aan „wijken waarvan ik me afvraag of het wel probleemwijken zijn”.

Wim Hafkamp, wetenschappelijk directeur van het kenniscentrum voor grootstedelijke vraagstukken NICIS, vindt de klachten overdreven. „Het veertigwijkenbeleid maakt voor de andere steden niets uit. Daar draait alles gewoon door.” Ook vindt hij de bedragen die Vogelaar uitdeelt niet exorbitant. „Het opknappen van blokken, scholen, buurten kost echt zoveel.”

Hafkamp hoopt, zegt hij, dat de steden zonder Vogelaarwijk zich laten inspireren ook in actie te komen. „Heel veel problemen in wijken hebben te maken met het gebrekkige vermogen van mensen om dingen op orde te krijgen. Werk, inkomen, opvoeding, school. Andere steden kunnen dat ook aanpakken, vooral dingen die niet heel veel geld kosten.” En laat ze eindelijk hun corporaties aanspreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, zegt Hafkamp. „Dat hebben ze nagelaten in het verleden.”

Sommige wethouders lijken inderdaad deze weg te volgen. Breda heeft Vogelaars methodiek van ‘actieplannen’ voor de wijken overgenomen. „Wij vinden dat een vruchtbare insteek”, zegt wethouder Snier (PvdA). Venlo is „in een soort pressure cooker-operatie” harde afspraken gaan maken met zijn corporaties, zegt wethouder Janssen. Die corporaties gaan de komende vijf jaar voor een half miljard investeren.

Veel steden hebben hun hoop gevestigd op het Grote Stedenbeleid (GSB) en het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), twee oudere regelingen die rijksgeld naar steden sluizen. Beide lopen in 2009 af. In het regeerakkoord staat dat het beleid wordt voortgezet, maar hoe precies is onduidelijk. „Zolang ik daar geen zekerheid over heb, ben ik er niet gerust op”, zegt Janssen. Snier: „Het zou een goed signaal zijn naar de niet-krachtwijken als de regering ons ondubbelzinnig de verzekering zou geven dat het GSB-beleid doorgaat.”

Wethouder Rodney Weterings van Den Bosch is voorlopig alleen boos. „Ik voel me driedubbel in het kwadraat gepakt”, zegt hij. „Dat dit uit mijn partij moet komen. Vogelaar is echt een beetje van god los. De vernieuwing van de veertig wijken gaat over de ruggen van de steden zonder Vogelaarwijk.”