Mannen geven liever in het openbaar hun mening dan vrouwen

Sommige respondenten hadden aangegeven dat ze hun meningen desgevraagd wilden toelichten. Maarten Huygen zocht hen op.

Denise Godhard Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 071005 Boyer, Maurice

Net als in het echt had ik last van de zogenoemde non response. Ik kreeg een lijstje met 37 e-mailadressen van mensen die hadden aangegeven bereid te zijn tot een interview na het onderzoek. Ik schreef er eerst vijf aan.

Vrijwel onmiddellijk kreeg ik twee e-mails van enthousiaste mannen, die net als ik vaak achter de computer zitten, de politiek volgen en graag hun mening over de samenleving geven. Leve die mannen, want zo kon ik al snel aan de slag. Later kwamen nog twee mannen op mijn e-mail binnen. Maar er kwamen geen reacties van vrouwen.

Dit vroeg om drastische maatregelen. Ik schreef alle adressen aan met vrouwelijke namen, in het totaal zes extra. Ik ving slechts één vrouw, de 25-jarige studente Nederlands uit Zaanstad, Denice Goddard. De andere die had gereageerd, een vrouwelijke assistent-accountant van 50 jaar, wilde bij nader inzien slechts anoniem worden geciteerd, want zij vreesde de reacties van haar dorpsgenoten. Dat was een teleurstelling. Nu houd ik drie mannen en anderhalve vrouw over.

Mijn ervaring is niet representatief. Toch lijkt me dit verschil in reactie tussen mannen en vrouwen apart onderzoek waard. Hebben mannen meer uitgesproken meningen? Dat is althans de indruk van een enquêteur die ik sprak. In het 21minutenonderzoek liggen de aantallen mannen en vrouwen gelijk. Toch zochten al die non-respondenten minder gretig de openbaarheid dan al die ‘gewone’ Nederlanders die meteen klaarstaan voor straatinterviewtjes en realityprogramma’s op tv. Of wordt de camera meer vertrouwd dan de telefoon?

Veel mensen willen anonimiteit. Meningen vallen dan onder de privacy. Dat is de nuttige ontremming van internet. Je krijgt meningen te horen die anders uit verlegenheid nooit zouden zijn geuit. Mijn magere oogst gaf me ook te denken. Mensen moeten toch wel enigszins geëngageerd zijn en ze moeten ook regelmatig achter de computer zitten. Er moet aan het onderzoek cijfermatig gedokterd worden zodat het representatief wordt.

Het voordeel van een telefoongesprek boven een peiling is dat ik de mensen zelf kon laten sturen naar kwesties die ze van belang vinden. Zo vullen de gesprekjes de voorgebakken vragen van het onderzoek aan. Ik sprak ook een 47-jarige organisatieadviseur uit Veldhoven met de mooie naam Markoen Flos, de 43-jarige Tilburgse radioloog E. Stuijfzand en de systeembeheerder bij Defensie uit Maassluis, Harmen Mooibroek (26). Over het algemeen verstandig klinkende en gemotiveerde mensen die nadenken. Ze vonden het belangrijk om het onderzoek in te vullen. Mooibroek had er op radio en tv over gehoord. Flos vond het een „redelijk onafhankelijk gepositioneerd” onderzoek. Hij had de vorige peiling ook ingevuld maar vond deze „uitdagender”. Hij zei dat hij voor zijn leeftijd „recalcitrant” had geantwoord, geprikkeld om een standpunt in te nemen. Hij vond dat hij eruit kwam als „nieuw conservatief”.

Ook Stuijfzand deed het onderzoek voor de tweede keer. Hij had zich ooit opgegeven. Veel grote politieke onderwerpen hebben zijn belangstelling. Studente Goddard kwam op het idee door reclame op de televisie. Het maakte haar nieuwsgierig en ze ging even kijken op internet. De anoniem gebleven vrouw zat op de internetpagina te kijken, waar het onderzoek op stond. Tijdens de pauze op het werk vulde ze het in.