Luilekkerland

Wat is het verschil tussen een nieuwe auto en een beleggingsproduct? Een auto is technisch getest en je krijgt er standaard twee jaar garantie op. Voor beleggingsproducten bestaan geen keiharde veiligheidseisen, of het nu gaat om een beleggingsfonds, een beleggingshypotheek of een belegging met garantie. Hooguit moet je aanbieder peilen of het product bij je past (zorgplicht), je een financiële bijsluiter uitreiken en een prospectus geven.

Maar hoe goedbedoeld die wettelijke eisen ook zijn: ze missen hun doel. Bijsluiters en prospectussen zijn te onbegrijpelijk voor de gemiddelde consument. Dit valt af te leiden uit het onderzoek Financial literacy and stock market participation dat De Nederlandsche Bank twee weken geleden publiceerde (zie www.dnb.nl). „De meeste Nederlandse huishoudens hebben een zeer basale kennis van financiën”, bericht DNB. Zo blijken de meeste mensen niet te snappen wat het verschil is tussen een aandeel en een obligatie, wat de invloed is van de rentestand op de aandelenkoersen en wat het effect is van risicospreiding bij beleggen. Vooral de financiële kennis van vrouwen, ouderen en laagopgeleiden is om te huilen.

DNB zelf noemt de onderzoeksuitkomsten „nogal schokkend”. Want terwijl we de afgelopen decennia almaar rijker geworden zijn en grote schulden zijn aangegaan, legt de overheid steeds meer verantwoordelijkheid bij de burgers. Hierdoor zijn er wagonladingen complexe financiële producten over ons uitgestort.

Onwetendheid is nadelig voor de consument, maar maakt onze wereld een luilekkerland voor financiële aanbieders en oplichters. Door kennisgebrek hebben heel veel hardwerkende Nederlanders – ook hoog opgeleide – te dure beleggingsproducten lopen. Denk aan de talloze miljarden euro’s in beleggingsverzekeringen (woekerpolissen), de 30 miljard euro in vaak onbegrijpelijke en dure garantieproducten, de 4 à 5 miljard euro in soms onbetrouwbare beleggingen cv’s, het miljard euro in dubieuze beleggingsobjecten zoals teakhout- en vanilleplantages en het miljard euro dat elk jaar in de zakken van oplichters verdwijnt.

Zorgplicht en bijsluiters doen hier weinig aan. Ze kunnen zich zelfs keren tegen de consument. Want loopt de motor van je beleggingsproduct na een beursdip muurvast, dan kan je aanbieder met zijn documentatie gaan zwaaien en roepen: „Ho, ho, de risico’s stonden in de bijsluiter, de folder en het prospectus. Het was je eigen verantwoordelijkheid. Mij treft geen blaam.”

Monter wordt gewerkt aan meer financiële weerbaarheid van de consument, bijvoorbeeld door het platform CentiQ (www.centiq.nl). Maar DNB schrijft terecht: „Het gat tussen het financiële kennisniveau en de complexiteit van veel financiële producten is zo groot dat extra scholing alleen niet afdoende zal zijn.”

Nog meer toezichtregels zullen echter ook geen soelaas bieden. Het is net als met successiebelastingen: wie creatief is, kan veel omzeilen. Misschien moet onze overheid zelf eens een veilige belegging gaan aanbieden, liefst zonder aankoopkosten, zodat iedereen zorgeloos, begrijpelijk en goedkoop (extra) pensioen opbouwen kan.

De Franse, Italiaanse, Griekse en Amerikaanse overheid doen het al: zij geven indexobligaties uit. Dat zijn schuldbrieven waarvan de rente en de hoofdsom stijgen met de inflatie. Investeer je er een ton pensioengeld in dan weet je zeker dat die na twintig of dertig jaar zijn koopkracht behouden heeft. Een beetje luilekkerland voor burgers dus. Reken maar dat ze dat prima begrijpen.