LaSalle in 28 jaar opgebouwd en in 6 dagen verkocht

Het bod van Bank of America op ABN Amro’s Amerikaanse bank LaSalle was verdacht goed getimed. Maar de poging om zo het consortium te ontmoedigen, kwam terug als een boemerang.

Het was een droomaanbieding.

Dinsdagavond kwam het telefoontje, woensdagochtend vloog een team van drie man naar Londen, zondagavond was de bank verkocht. Opbrengst: 21 miljard dollar, een miljard meer dan de indicatie op dinsdagavond.

„Het was allejezus complex”, zei een betrokkene later.

De bank was LaSalle, gevestigd in en om Chicago. ABN Amro had LaSalle in 28 jaar opgebouwd. Maar in de loop van 2006 werd de top van ABN Amro steeds duidelijker: de toekomst van La-Salle zou de toekomst van ABN Amro bepalen. Verkoop LaSalle en kies voor Europa, zeiden de zakenbanken. Medio 2006 bespraken de commissarissen van ABN Amro de opties. Weken later adviseerde de commentator van Breaking Views ABN Amro-topman Rijkman Groenink: verkoop de VS, koop iets in Italië.

„Nee”, zei Ken Lewis begin januari tegen The Wall Street Journal. Nee, de chef van Bank of America zag geen aantrekkelijke banken meer om zich heen. Met twee uitzonderingen. Harris Bank en LaSalle, beide in Chicago. Beide aan het reorganiseren. Beide in buitenlandse handen: Harris in Canadese, LaSalle in Nederlandse.

Drie maanden later, op 17 april, bood Bank of America 20 miljard dollar voor LaSalle. Zonder één blik in de boeken te hebben gehad. Een Bank of America team vloog al naar Londen zodat direct onderhandelingen konden beginnen. Wisten zij dat LaSalle te koop was?

Op 20 maart hadden ABN Amro en Barclays een onderzoek aangekondigd naar samengaan. Tijdsduur: maximaal dertig dagen. Voor Barclays had LaSalle geen extra waarde. De Britten deden niets op de Amerikaanse consumentenmarkt. Een combinatie met ABN Amro gaf geen kostenbesparingen. En Chicago was geen China, geen groeimarkt.

Op 17 april liepen de dertig dagen af. Zonder akkoord. Doorgaan of stoppen? Tijdens een vergadering van de ABN Amro commissarissen belde Rijkman Groenink zijn tegenspeler bij Barclays, John Varley. De Brit deed genoeg toezeggingen om de commissarissen ervan te overtuigen de onderhandelingen formeel te verlengen tot en met vrijdag. In de praktijk tot zondagnacht. Het punt dat Varley tot het eind wilde bewaren, was de prijs. Hij was bang voor een lek naar de media, waar speculanten op zouden reageren zodat de prijs voor ABN Amro nog hoger werd.

Maar dat wist Bank of America niet. Wel hadden de Amerikanen in de krant kunnen lezen dat een andere, gevaarlijke gegadigde zich bij ABN Amro gemeld. Royal Bank of Scotland onderzocht met de Spaanse bank Santander en Fortis ook een bod. De Schotten hadden een hoop te winnen. Door hun Amerikaanse bank Citizens te combineren met LaSalle konden zij aantrekkelijk kostenvoordelen behalen. Dat wilde Bank of America dus voor zijn, door op de 17de een bod uit te brengen.

Hoe wist Bank of America zijn bod zo goed te timen? De bank werkte op dat moment aan de financiering van een bod van 25 miljard dollar op ‘studentenbank’ Sallie Mae. Financieel adviseur van Sallie Mae was zakenbank UBS. Toevallig ook financieel adviseur van ABN Amro. De investeerder die op Sallie Mae bood, was Christopher Flowers. Hij is voormalig adviseur van ABN Amro bij overnames, kent iedereen in het Amerikaanse bankwezen én is close met topman Botin van het Spaanse Santander. Met zoveel dealmakers zal bij de koffie-automaat niet alleen over Sallie Mae zijn gepraat.

Ook over ABN Amro.

Op zondagavond 22 april tekende ABN Amro op haar hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuid-As het contract met Bank of America voor de verkoop van LaSalle. Een verdieping lager volgde die zelfde avond het akkoord met Barclays, die 36,25 euro per aandeel bood voor ABN Amro. LaSalle bleek zoveel waard, dat de Britten hun bod op ABN verhoogden met twee euro per aandeel.

De daaropvolgende maandagochtend hielden Groenink en Varley een persconferentie. Als minister van Financiën Wouters Bos en president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank de combinatie hadden willen steunen en het consortium hadden willen ontmoedigen hadden zij het toen kunnen doen. Zoals Wim Kok 17 jaar daarvoor als minister van Financiën direct groen licht gaf voor de fusie van ABN en Amro en twee dagen later een positief getoonzette speech hield over hun fusieplannen. Maar het bleef stil.

De verkoop van LaSalle was een werelddeal. De winst overtrof alle verwachtingen. De verkoop ondermijnde ook de poging van de gelegenheidscombi. LaSalle gold als de hoofdprijs voor de leidende bank in dat consortium, Royal Bank of Scotland. Derde voordeel: de verkoop legde de lat voor een tegenbod hoger. Dat was de rationalisering in de ABN Amro top tegenover hun kritische beleggers: het consortium moest nu meer bieden dan 36,25 euro. Kassa voor aandeelhouders.

Maar beleggers voelden zich overrompeld. Het consortium was woest. De aandeelhoudersvergadering op 26 april ook. Met grote meerderheid steunden beleggers een voorstel om de bank op te breken. De volgende dag daagde de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) ABN Amro voor de rechter. Die verbiedt op 3 mei de verkoop van LaSalle totdat beleggers daarover hebben mogen stemmen.

De poging van ABN om met de verkoop van LaSalle het consortium te ontmoedigen, mislukte. Het consortium gebruikte de contante opbrengst van de verkoop juist om een hoger en beter bod van ruim 70 miljard euro op ABN Amro te doen. Beter, want grotendeels contant. Dat bleek een winnende combinatie. Het bod van Barclays was volledig in aandelen. Die konden in waarde stijgen én dalen. Zij deden het tweede.

Waarom gebruikte Barclays niet ook de contante opbrengst van LaSalle voor een beter bod? De Britten waren zuinig. Zij wilden dat geld achter de hand houden voor later en ook hun eigen beleggers daarvan laten profiteren. En zij geloofden op dat moment niet dat het consortium een reële kans van slagen had.