‘Jullie hebben het wel over mijn leven’

Ayaan Hirsi Ali keerde deze week terug uit Amerika, omdat Nederland haar niet langer beveiligt in het buitenland. Een verhaal van ijdele hoop, dreigingsanalyses, een geïrriteerde minister en starre ambtenaren. „We staan hier niet op de markt.”

Het kleine zaaltje in Washington D.C. ademde de typische sfeer van een kantoor van de Amerikaanse federale overheid. Een zuil draagt het zegel van het Department of Homeland Security. Aan weerszijden twee vlaggen op statige standaarden met de gouden Amerikaanse adelaar aan top.

Op de ‘small, private ceremony’ was vorige week maandag een handjevol genodigden. Ayaan Hirsi Ali droeg een passende bruin-beige combinatie en lachte voor de fotograaf van de U.S. Citizenship and Immigration Services (USCIS), de Amerikaanse immigratiedienst. Aan haar linkerzijde stond de directeur van de USCIS, Emilio Gonzalez. Hij overhandigde haar een klein papiertje met grote waarde: de Alien Registration Card, in de volksmond ‘greencard’, een permanente verblijfsvergunning voor de Verenigde Staten.

Ayaan Hirsi Ali sprak mooie woorden als dank. Ze zei „overweldigd te zijn door emoties” en dankbaar om meegeteld te worden als een van de vele immigranten in de VS „op zoek naar vrijheid, bescherming en het recht te spreken zonder angst voor vervolging”. Namens de VS verwelkomde Emilio Gonzalez deze „moedige vrouw” als permanent ingezetene en verzekerde haar van „de bescherming die de Amerikaanse grondwet biedt”.

Ayaan Hirsi Ali keek dankbaar en blij, maar binnenin knaagde onzekerheid. Ruim een maand geleden, op 15 augustus, had ze een brief van minister Ernst Hirsch Ballin van justitie gekregen met de bevestiging van een boodschap die ze het najaar van vorig jaar voor het eerst te horen had gekregen: ze zou zelf moeten voorzien „in de inschakeling en bekostiging van de beveiliging in de Verenigde Staten”. Twee keer eerder was de deadline verschoven, maar nu stond de datum vast: per 1 oktober zou de Nederlandse staat stoppen met het betalen van haar beveiliging in de VS.

Dat was over precies een week.

Ayaan Hirsi Ali wist dat de overheidsfinanciering op zou houden. Op 5 juni had ze daarom via haar advocaat kenbaar gemaakt dat ze zelf fondsen wilde gaan verzamelen om de beveiliging te betalen. Alleen had ze daarvoor wel de net uitgereikte verblijfsvergunning nodig. Zonder greencard mag je in de VS geen inkomsten genereren. Dankzij de hulp van enkele invloedrijke relaties van Hirsi Ali in de VS was de procedure razendsnel verlopen. Collega’s van haar werkgever, de conservatieve denktankAmerican Enterprise Institute (AEI) en zelfs minister van buitenlandse zaken Condoleeza Rice hadden nuttig lobbywerk verricht. Nu had ze de greencard dus in handen. Maar verder uitstel vanuit Den Haag leek uitgesloten. Er restte Ayaan Hirsi Ali nog maar één optie.

Op zondagavond 30 september, zes dagen na de ceremonie bij de USCIS, stapte ze op Washington Dulles Airport, samen met een medewerkster, aan boord van United Airlines vlucht 946 naar Amsterdam. Op Schiphol werd ze door mannen van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) uit de Boeing 777 gehaald en naar een geheim verblijfadres gebracht.

Ayaan Hirsi Ali, net een week Amerikaans permanent ingezetene, was terug in Nederland.

Zodra dat nieuws bekend werd, sloeg ook de hectiek toe, zoals bijna altijd met nieuws over Ayaan Hirsi Ali. Columns verschenen, politici reageerden en de websites van verschillende kranten verwerkten in recordtijd honderden reacties. De meningen liepen ver uiteen. Veel was onduidelijk.

Aan de ene kant garandeerde de Nederlandse regering een ‘verantwoorde overdracht’ aan de Amerikanen, aan de andere kant was het onduidelijk wat die overdracht precies inhield.

Aan de ene kant zou de dreiging voor Hirsi Ali in de VS niet groot zijn, aan de andere kant betaalde Nederland tot vorige week wel persoonsbeveiliging op basis van dreigingsanalyses.

Aan de ene kant verweten mensen Hirsi Ali dat het om een publiciteitsstunt ging; aan de andere kant werd er getwijfeld of ze wel écht in Nederland was omdat ze juist buiten de publiciteit bleef.

En: was Ayaan Hirsi Ali niet naiëf door lang te blijven vertrouwen op Nederlandse financiële steun?

Wat zijn de feiten in deze zaak vol emoties?

Afgelopen dinsdagmiddag werd Ayaan Hirsi Ali van haar schuiladres naar de geheime lokatie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) in Den Haag gebracht. Op de werkkamer van Tjibbe Joustra waren verder enkele ambtenaren en haar zaakwaarnemer Peter Voortman en advocaat Britta Böhler aanwezig. De ambtenaren vertelden over het actuele dreigingsbeeld voor Hirsi Ali, opgemaakt na consultatie van verschillende inlichtingendiensten. Zo’n analyse wordt in altijd in tweeën gesplitst. In de eerste plaats is er de ‘aard van de dreiging’. Zowel in Nederland als de rest van de wereld, aldus de NCTb, gold voor Hirsi Ali de hoogste categorie: ernstig, gericht tegen het leven. Het tweede aspect geldt de ‘hoogte van de dreiging’. Die bleek in Nederland en de VS ‘gemiddeld tot hoog’. Op basis van deze analyse, zei de NCTb, zou Hirsi Ali hier verzekerd zijn van beveiliging. Buiten Nederland was dat haar eigen verantwoordelijkheid, zoals haar al eerder was verteld.

Het gesprek duurde twee uur en de sfeer werd steeds grimmiger. De boodschap was helder: in Nederland zou ze beveiligd worden, daarbuiten niet meer. Hirsi Ali, haar advocaat en zaakwaarnemer vroegen beurtelings of de overheid de betaling toch niet wat langer kon doorzetten. Nú had ze de greencard, nú kon ze eindelijk fondsen werven in Amerika en zo op termijn haar eigen beveiliging betalen. Maar als ze onbeschermd moest reizen, hoe moest dat dan?

De ambtenaren gaven geen krimp. Hirsi Ali werd emotioneel. Ze riep: „Jullie hebben het wel over mijn leven. Als ik moet kiezen tussen fondsen werven of m’n leven, dan kies ik voor m’n leven. Maar dan kan ik niet weg uit Nederland”.

„Dat is dan uw keuze”, antwoordde een van de ambtenaren.

Het is een niet te onderschatten aspect in de vele affaires rond Ayaan Hirsi Ali: op veel sympathie in ambtelijk Nederland hoeft ze niet te rekenen. Betrokkenen, zowel op het departement van Buitenlandse Zaken als op Justitie, gruwen van de bergen werk die Hirsi Ali hen heeft gekost. Leg het oor te luisteren in Den Haag en hoor kwalificaties als „prima donna-gedrag”, „de realiteit helemaal kwijt” en „meer hoogmoed dan intellect”. Ook in de politiek is steun voor Hirsi Ali niet vanzelfsprekend. Afgelopen week reageerden de meeste kamerfracties terughoudend op de nieuwste rel of steunden ronduit het besluit van minister Hirsch Ballin. Zelfs haar partijgenoten van de VVD-fractie namen een gereserveerde houding aan. Typerend is hoe toenmalig minister van justitie Piet-Hein Donner op 16 mei 2006 in het beruchte debat over haar nationaliteit en vertrek naar de VS fijntjes de kritiek weerlegde dat Hirsi Ali Nederland zou moeten verlaten omdat ze monddood gemaakt zou zijn. De Amerikaanse denktank waar ze voor gekozen had, zei Donner „is niet de gebruikelijke plaats waar men zich monddood laat maken. Die geeft wellicht zelfs beter gehoor dan het Nederlands parlement. Dat was vermoedelijk ook haar bedoeling”.

Het was hetzelfde debat waarin de lange lijdensweg begon over Hirsi Ali’s beveiliging in de VS. Donner benadrukte dat dat „een verantwoordelijkheid van de Amerikaanse autoriteiten” zou worden. Enkele weken later, op 28 juni 2006, garandeerde hij de Tweede Kamer „een verantwoorde overdracht van beveiligingsmaatregelen” aan de VS.

Nederlandse ambtelijke delegaties hadden daarna regelmatig contact met de Amerikanen. Ook op ministerieel en diplomatiek niveau waren er contacten. Maar al snel bleek dat „een overdracht van beveiligingsmaatregelen” simpelweg praktisch onuitvoerbaar was. De VS beschermt mensen bij een acute, concrete dreiging. Maar doorlopende, preventieve beveiliging voor ‘gewone’ burgers ( ‘any private citizen’, noemen de Amerikanen dat) is uit den boze. Op deze manier zullen de VS Hirsi Ali nooit beveiligen, zo krijgt Nederland, zowel via de Amerikaanse ambassade in Den Haag als in Washington klip en klaar te horen. Zomer 2006 was de situatie dus eigenlijk al zoals die nu nog steeds is: als Ayaan Hirsi Ali in de VS permanente persoonsbeveiliging wil, dan zal een andere partij dan de Amerikaanse overheid daarvoor moeten zorgen. Van de door Donner toegezegde „verantwoorde overdracht” kon dan ook geen sprake zijn: er viel simpelweg niets over te dragen.

Wat deed de regering na die vaststelling?

Tot begin 2007 werd Ayaan Hirsi Ali in de VS nog beveiligd door de DKDB. Later gebeurde dat door het Amerikaanse particuliere beveiligingsbedrijf Vance, dat door de NCTb was ingehuurd. De rekeningen werden betaald door de Nederlandse overheid, de dreigingsanalyses werden opgesteld door inlichtingendienst AIVD die daarbij nauw samenwerkte met Amerikaanse collega’s en de FBI. Als er sprake was van een acute, concrete dreiging, kwam de Amerikaanse politie in actie, zoals die ene keer in Philadelphia toen Ayaan Hirsi Ali bij een bijeenkomst gericht met de dood werd bedreigd. Het ‘algemene dreigingsbeeld’ voor Hirsi Ali was in Amerika aanvankelijk lager dan in Nederland, maar sinds het uitkomen van haar vertaalde biografie Infidel was het verhoogd.

Haar werkgever, het AEI, kon nauwelijks wat aan bescherming doen. Binnen het gebouw van de conservatieve denktank aan Seventeenth Street in Washington D.C. is beveiliging, maar het instituut wil toch vooral zijn open karakter behouden. De president van het AEI, Chris DeMuth, die een goede band met Hirsi Ali heeft, deed veel belangrijk lobbywerk, maar een financiële bijdrage aan de beveiliging kon hij niet geven. De denktank heeft de status van een instelling zonder winstoogmerk, een tax-exempt educational organization.

Donateurs mogen daarom giften aan het AEI aftrekken van de belasting. Volgens fiscale regels komt dat principe echter in gevaar als het instituut specifiek geld zou besteden aan de beveiliging van een van zijn medewerkers.

Terug naar het najaar van 2006. In september treedt minister Donner af wegens de Schipholbrand. Hij wordt vervangen door Ernst Hirsch Ballin, die Ayaan Hirsi Ali op 27 oktober ontvangt voor een ‘ persoonlijk kennismakingsgesprek’. Het is vrijdagavond, het departement is grotendeels leeg en buiten Hirsch Ballin en Hirsi Ali zijn haar zaakwaarnemer Peter Voortman en Tjibbe Joustra van de NCTb aanwezig. Na wat koetjes en kalfjes neemt de nieuwe bewindsman het woord over de beveiliging. Hij herinnert Hirsi Ali eraan dat zijn voorganger het altijd heeft gehad over een goede overgang en dat de regering van plan is de bescherming af te bouwen.

Hirsi Ali en Voortman reageren verbijsterd. „Dat kan toch niet zomaar”, zegt Hirsi Ali.

Verolg op pagina 34

Hirsi Ali is inmiddels in gesprek met donoren

Maar Hirsch Ballin heeft er goed over nagedacht. De bewindsman, vertellen ambtenaren op zijn departement, „schiet nooit zomaar uit de heup”. En dus loopt de minister naar zijn computer, leest van het scherm eerdere uitlatingen van zijn voorganger Donner voor en vertelt dat Hirsi Ali volgens het internationaal recht zich niet kan beroepen op ongelimiteerde beschermingsmaatregelen van overheidswege. Voortman reageert dat dat niet relevant is. Volgens hem is er gewoon een toezegging van de staat om gedurende onbepaalde tijd voor Hirsi Ali's beveiling te zorgen, óók als ze in het buitenland woont. Hirsch Ballin reageert geïrriteerd: „We staan hier niet op de markt”. Wel zegt hij toe een en ander op papier te zetten.

Voor Hirsi Ali komt de mededeling als een donderslag bij heldere hemel. Tot die 27e oktober 2006 was zij er vanuit gegaan dat de Nederlandse overheid haar altijd zou beschermen. Waarom is er niet gezegd dat dat eindig was op het moment dat zij verhuisde naar de VS? Drie dagen voor haar vertrek in september 2006 had zij nog over haar beveiliging in de VS gesproken met de DKDB en de NCTb. Toen was haar gezegd, zo staat in een verslag over die bijeenkomst, dat vanaf haar aankomst in Amerika „de uitvoering door de DKDB van de persoonsbeveiligingsvorm van persoonsbegeleiding” geldt. Een limiet was daar niet aan gesteld. Terwijl toen al duidelijk was dat de Amerikaanse overheid de permanente persoonsbeveiling nooit zou overnemen. Maar betrokkenen op het departement noemen dat naïef en wijzen op de door Donner steeds benadrukte „overgangssituatie”. Hirsi Ali had kunnen weten dat er ooit een eind zou komen aan de regeling, zo is de opinie.

Hirsi Ali heeft een heel andere perceptie. Maanden geleden, toen zij besloot wegens de perikelen rond haar paspoort de Tweede Kamer te verlaten, had zij van verschillende VVD-bewindslieden begrepen dat Nederland voor haar veiligheid verantwoordelijk zou blijven. Op 22 mei, kort na het kamerdebat over de nationaliteitskwestie, stond Peter Voortman bijvoorbeeld op het punt een mail sturen naar minister Donner om hem te vragen hoe dat aspect in de praktijk vorm zou krijgen.

Hij kreeg toen een e-mail terug van de toenmalig politiek assistent van vice-premier Gerrit Zalm dat dat niet nodig was: „Peter, beter deze mail niet verzenden. NL. zal zorgdragen voor veiligheid, daar wordt nu aan gewerkt niet relevant wie dat betaalt, of wie dat verzorgt. Gaat om resultaat. (..) Dus: hold your horses svp”.

De eerste maanden verloopt alles volgens afspraak.

Op woensdag 27 september heeft Hirsi Ali een evaluatiegesprek met de DKDB en de NCTb. Zij vertelt dat zij een gerucht heeft gehoord dat minister Donner, voordat hij aftrad, zou hebben aangegeven dat de Nederlandse beveiligingsmaatregelen tot uiterlijk februari 2007 zouden lopen. De NCTb antwoordt haar dat men niets van zo’n bericht heeft gehoord „en dat de gegeven ‘persoonsbegeleidingsopdracht’ aan de DKDB zich op dit moment uitstrekte tot nader order. Iedere wijziging hierin zal voordat deze zal ingaan met mevr. Hirsi Ali persoonlijk worden besproken”. Aldus een gespreksverslag van het evaluatiegesprek.

Hirsi Ali is gerustgesteld. Tot die bewuste vrijdagavond als ze van de nieuwe minister Hirsch Ballin te horen krijgt dat hij vindt dat er een inderdaad een einde moet komen aan de verantwoordelijkheid van Nederland voor haar beveiliging in de VS.

De minister stuurt, anderhalve maand na het gesprek, op 15 december 2006 een brief aan Hirsi Ali. Op 5 januari krijgt ze het document persoonlijk overhandigd van de Nederlandse ambassade in Washington. Per 1 juli 2007, schrijft hij, „dient u zelf te betalen voor de eventuele diensten van een particulier beveiligingsbedrijf”.

De maanden daarna is er correspondentie over en weer tussen Hirsi’s Ali advocaat en het ministerie. Advocaat Böhler wijst meerdere malen op het feit dat er een toezegging zou zijn gedaan dat „Nederland verantwoordelijk is en blijft voor de veiligheid van cliënte, zulks ook na haar vertrek naar de VS”. Het ministerie is het daar niet mee eens en blijft bij de deadline van 1 juli 2007.

Op 5 juni van dit jaar, nog geen maand voor de door Hirsch Ballin gestelde deadline, heeft Hirsi Ali een gesprek met de coördinator terrorismebestrijding Tjibbe Joustra. Op die dag doet ze voor het eerst het aanbod om zelf fondsen te gaan werven zodat ze op termijn haar eigen beveiliging kan betalen. Alleen, zo zegt haar advocaat, daarvoor is wel een greencard nodig, waarvoor de procedure inmiddels ook al is opgestart en nog loopt. Met hulp van Hirsi Ali’s contacten kan dat hopelijk veel sneller gaan dan gebruikelijk. De sfeer tijdens het gesprek is dit keer goed. Joustra reageert positief en zegt snel aan de slag te gaan. Uiteindelijk, zo vertellen bronnen op het ministerie, wil ook minister Hirsch Ballin wel meewerken. Alleen, de bewindsman wil „een eindpunt” hebben. Op 13 juni maakt de landsadvocaat daarom een concept-overeenkomst op waarin een slotvoorstel staat: de financiering van de beveiliging loopt door tot 1 januari 2008 op voorwaarde dat Hirsi Ali tekent voor deze „eenmalige verlenging”, waarna de discussie „definitief is gesloten” en er dus geen verdere juridische stappen kunnen worden genomen.

Voor Hirsi Ali is dat een te groot risico. Op dat moment is nog onduidelijk of de greencard vóór die tijd al zal zijn afgegeven. Is dat niet zo, dan kunnen er ook geen fondsen worden verworven. De concept-overeenkomst wordt niet getekend.

Wel verlengt het ministerie de datum waarop de betaling voor de beveiliging zal worden stopgezet tot 1 september 2007. „Om praktische problemen te voorkomen”, staat in een toelichtende brief.

Die praktische problemen komen alsnog.

De greencard-procedure is tijdrovend. Hirsi Ali moet in drie landen waar ze langere tijd gewoond heeft, Nederland, Somalië en Kenia, een bewijs van goed gedrag zien te krijgen, wat veel vertraging oplevert. Toch blijken de Amerikanen bereid het proces te versnellen, dankzij een effectieve lobby, onder meer vanuit het AEI. Hirsi Ali's advocaten vragen om een langere periode van betaling, maar het ministerie is slechts bereid tot één maand respijt: 1 oktober is het definitieve ‘eindpunt’.

Rond 15 september krijgt Hirsi Ali informeel te horen dat de greencard-procedure op het eind loopt en dat ze het felbegeerde document waarschijnlijk volgende week al uitgereikt kan krijgen. Zo zal het ook gaan. Op maandag 24 september vindt de ‘small, private ceremony’ bij de USCIS in Washington D.C. plaats.

Te laat.

Ayaan Hirsi Ali is bijna een week terug in Nederland. Het grote publiek zag haar niet, maar ze reisde, onder begeleiding van de DKDB, gewoon door het land, op bezoek bij goede vrienden.

Dinsdagavond dronk ze een drankje in het Haagse hotel Des Indes, waar ze toevallig Rita Verdonk tegenkwam en even met haar sprak. Woensdagavond dineerde ze met een paar vertrouwelingen in het Golden Tulip hotel aan de Amsterdamse Apollolaan.

Dit weekend is een aantal gesprekken met potentiële donoren in het buitenland gepland. Voor haar beveiliging kon op ad hoc basis geld worden ingezameld bij particulieren. Daarna keert ze weer terug naar Nederland, zo is de bedoeling.

De Tweede Kamer debatteert vermoedelijk volgende week over de zaak. Maar één ding staat voorlopig vast: de bescherming van de Nederlandse overheid stopt voor Ayaan Hirsi Ali bij de slurf op Schiphol.

Maar wat als haar iets overkomt?

Oud-minister van justitie Piet Hein Donner sprak in mei vorig jaar, tijdens het kamerdebat waar voor het eerst over haar vertrek naar Amerika werd gesproken, bijna profetische woorden: „Ik zou willen dat ik de veiligheid kan garanderen, maar dat kan helaas niet. Veiligheid is slechts de uitkomst van het proces van beveiligen. Wij doen wat gedaan kan worden”.

Voor dit artikel is gesproken met zeven nauw betrokken bronnen. Zij wilden slechts praten op basis van anonimiteit. Verder heeft de krant inzage gehad in vertrouwelijke documenten van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken, gespreksverslagen en correspondentie.