Jenna Bush, troost van de HIV-mens

Presidentsdochters moeten niet deugen.

‘Wat ze ook tegen je zegt schatje”, zegt een moeder tegen haar dochtertje, „je moet NIET naar haar kijken. Niet kijken! Kijk naar mij. Of ik krijg je niet goed op de foto.”

Jenna Bush, de dochter van de president, signeert haar boek Ana’s Verhaal; een Reis van Hoop. Het is zaterdagmiddag, half drie, in boekhandel Borders te Annapolis, een uur ten oosten van Washington. De mensen in de rij hebben vijf uur gewacht.

Wie naar binnen wilde, moest er al om negen uur zijn. Nadat twaalf politiemannen met honden en heel veel leden van de Secret Service tussen alle boeken op de tweede verdieping naar explosieven hebben gespeurd, is iedereen één voor één gefouilleerd en naar boven gebracht. Daar zijn we min of meer ingesloten. Roltrappen en liften zijn uitgeschakeld. Het is nog uren wachten en vaak gedag zeggen tegen een ontstellende hoeveelheid opduikende geheim agenten.

„Morning madam!”

„Hi.”

„Ma ’am!”

„Morning.”

Ja, zo worden we allemaal nerveus. Het geheel is zo onwerkelijk dat de aanwezigen, ongeveer honderd man, veel kinderen, blijven fluisteren of zwijgen.

Hoeveel literaire ambities van een presidentsdochter kunnen de belastingbetalers verdragen? Vandaag is nog maar het eerste optreden in een landelijke promotietournee, ze zal ruim 25 steden bezoeken.

„Wie betaalt dit allemaal?”

Bah, wat een Nederlandse vraag. De in literair zwart geklede mevrouw van uitgevershuis HarperCollins, vanuit New York ingevlogen om haar nieuwe beststellerauteur te koesteren (er zijn meteen 500.000 exemplaren gedrukt), bekijkt me kil: „Het is háár Secret Service, nietwaar?”

Presidentsdochters moeten een beetje niet deugen. Daarom was Jenna nog steeds leuk, hoe diep haar vader ook wordt gehaat. Een ‘guilty pleasure’ noemen Amerikanen het genieten van lectuur, televisieprogramma’s, voedsel, personen die eigenlijk niet kunnen. Jenna viel volmaakt in die categorie.

Wereldwijd werd bekend hoe ze op haar negentiende samen met haar tweelingzus Barbara margarita’s probeerde te bestellen met een geleend identiteitsbewijs. De First Twins, veroordeeld tot een boete en een taakstraf! Barbara studeerde daarna af aan Yale en woont nu tamelijk onopgemerkt in New York. Van Jenna, bijgenaamd ‘The Bad Blonde’, bleven brutale foto’s verschijnen. Jenna, hartstochtelijk gapend, achter haar vader na diens tweede inaugurele speech. Jenna in minirok, gierend met een vriendin op de grond vallend, ze drinken bier.

Ze was anderhalf jaar assistent-juf op een basisschool in Washington. Ze ging hier in die tijd veel uit en dan belden de diverse café- en restauranteigenaren dingen door naar de krant en konden we meegenieten. Als Jenna ergens was geweest, dan was dat etablissement een paar weken hot. En altijd deugde er wel iets niet aan haar gedrag. Zat ze ergens te lunchen, at ze ganzenlever.

Helaas wilde Jenna hetzelfde als veel jonge Amerikaanse beroemdheden. Ze wilde, ondanks alles, deugen. Zelfs Paris Hilton maakte vorige week bekend dat ze in het kader van haar belofte een goed mens te worden, dit najaar een zielig land zal bezoeken om „mondiale belangstelling voor de armoede te kweken”. Het wordt Rwanda. („Bezoeken, prima”, schreef The Washington Post: „just don’t let her adopt any baby’s!”).

Jenna ging vorig jaar al op reis. Zij koos „Latijns-Amerika”, waar ze vrijwilligerswerk deed voor Unicef – het ging om Panama. En zoals wij in Washington al vreesden, kwam ook zij als goed mens terug.

Jenna wilde niet meer rondhangen in cafés, Jenna wilde schrijfster worden. Een boek moest er komen, over Ana dus, een met HIV geïnfecteerd meisje dat zij ontmoette in Panama en dat, naar goed Amerikaans gebruik, Jenna’s „leven veranderde”.

Dat ze in haar twintig minuten durende toespraakje in Borders niets, maar dan ook werkelijk niets noemenswaardigs over dat boek weet te melden dan dat HIV heel erg is en veel voorkomt, zegt genoeg. En vragen stellen is streng verboden. Jenna leest dus het grootste deel van de tijd voor. Ze zucht de nummers van de hoofdstukken, korte hoofdstukken, van soms maar een paar regels, heel Zen en poëtisch bedoeld.

Verdekt opgesteld tegen de kast ‘Vreemde Talen’ staat Henry Hager, telg uit een machtige, oerconservatieve familie uit Richmond, met wie Jenna zich vorige maand, tot overmaat van ramp voor het Washingtonse uitgaanswezen, verloofde.

Is dan alles verloren? De avond voor haar optreden in Annapolis zendt ABC een tv-interview met haar uit, waarvoor ook Panama is bezocht. Close-up van de hand van Jenna – zij legt haar brandschone vierkante nageltjes, ‘French manicure’ heet dat hier, op de zwarte arm van een uitzichtloos HIV-mens. Ons is net per voice over uitgelegd dat aids-patiënten hier een verschrikkelijk leven hebben, omdat ze verstoten worden.

Ver-sto-ten, Jenna. Zie de HIV-mens hartverscheurend snikken.

Waarop Jenna troost: „You still can get a great job!”

Nee, de faux pas is Jenna Bush niet verleerd. Maar echt leuk is het niet meer.