‘Ja ja ja, worden jullie maar lekker vies’

Op landgoed Prattenburg in Rhenen mogen schoolkinderen kikkervisjes vangen en paddenstoelen zoeken. Zo moeten ze weer in contact komen met de natuur.

Een huisje met groene luiken en een rieten dak, midden in het bos. „De zondagsschool”, zegt Vicky van Asch van Wijck - von Papen (66) tegen de kinderen die om haar heen lopen. „Die liet de grootmoeder van mijn man bouwen voor de boerenkinderen uit de buurt. Hoefden ze niet helemaal naar Veenendaal te lopen.”

„Lopen?”, vragen de kinderen.

„Ja, lopen”, zegt Vicky van Asch van Wijck. „Ze hadden toen nog geen fietsen hè.”

„Huhhh?”, zeggen de kinderen. „Geen fietsen? En ook geen auto’s?”

Het bos hoort bij Prattenburg, het landgoed van de familie Van Asch van Wijck, 430 hectare bij Rhenen op de Utrechtse Heuvelrug. De kinderen zijn van de Rehobothschool uit Veenendaal, groep zeven, en ze zijn vandaag te gast op Prattenburg.

Ze mogen met schepnetjes kikkervisjes en andere waterdiertjes vangen, en dan bekijken met een vergrootglas. „Woah, moet je die lange poten zien.” Ze mogen paddenstoelen zoeken en dan aan de boswachter vragen hoe deze nou weer heten. „Champignonnen?” Nee, goudvliesbundelzwam. Heel zeldzaam.

Vicky van Asch van Wijck – jagershoed, kaplaarzen – zoekt met hen mee en zegt, telkens weer, dat ze hier zo van geniet. Die verbaasde gezichtjes. Die enthousiaste stemmen. De concentratie. Kijk nou naar die jongens daar die een modderpoel hebben ontdekt en nu met takken lopen te slepen om er een dam in aan te leggen. „Ja ja ja, worden jullie maar lekker vies.”

Kinderen weer in aanraking brengen met de natuur, daar gaat het hier om. Wat Vicky van Asch van Wijck doet, hoort bij het project ‘Van Luchtkasteel tot Dassenburcht’. Er zijn 65 landgoedeigenaren in Nederland die eraan meedoen, met 230 vrijwilligers.

Het begon op De Oldenhof in Vollenhove, vijf jaar geleden. De eigenaresse ergerde zich aan kinderen uit de buurt die struiken vertrapten en lege blikjes over de hekken gooiden. Ze dacht dat het goed zou zijn als ze die kinderen eens uitnodigde om op het landgoed te komen kijken en er iets over te leren. Achterliggende gedachte: die kinderen doen zo vervelend omdat ze te veel binnen zitten, bij de televisie en de computer.

Vicky van Asch van Wijck heeft zelf niet meegemaakt dat bij haar de boel werd vernield. Maar ze is ervan overtuigd, zegt ze, dat kinderen agressief en onverschillig worden als ze nooit voelen hoe een boom voelt, nooit een pad zien oversteken, nooit beukennootjes proeven of horen hoe een ekster haar territorium verdedigt.

In de bibliotheek van het kasteel ligt het boek Last Child in the Woods van de Amerikaan Richard Louv. Die zegt dat kinderen dik, depressief en rusteloos worden van al het binnen zitten. Hij heeft het ‘Children & Nature Network’ opgericht om er wat aan te doen.

Vicky van Asch van Wijck is net in Brussel geweest om aan vertegenwoordigers van particuliere landgoederen in heel Europa over ‘Van Luchtkasteel tot Dassenburcht’ te vertellen. Vier andere landen willen nu gaan meedoen, zegt ze. De Europese Commissie overweegt om subsidie te geven.

Ze werd geboren in Amsterdam, in de onderduik. Haar vader, Felix von Papen, was een van de eerste Duitsers die in 1933 door Hitler werd opgepakt, wegens subversiviteit. Later vluchtte hij naar Nederland, maar hij werd weer opgepakt. Hij stierf in 1944 in Buchenwald.

Van de oorlog weet ze niet veel meer, maar ze herinnert zich goed het stukje tuin dat ze kreeg toen ze in 1945 met haar moeder, haar broertje en haar zusje weer in Duitsland was gaan wonen, bij haar grootouders. „Ik ben zelf in de natuur opgegroeid”, zegt ze. „Ik ken het gevoel van harmonie.”

Een van de jongens van de Rehobothschool zegt dat hij een hert heeft gezien, dáár, dáár, achter die bomen. Of hij een gewei had, vraagt Vicky van Asch van Wijck. Nee, geen gewei. „Dan was het een ree”, zegt ze. „Eigenlijk zouden we heel stil moeten zijn. Dan zagen we misschien nog meer dieren. De kinderen van de zondagsschool mochten vroeger nooit hard praten.”

Een andere jongen komt aanrennen met een kikker in zijn handen. „Een echte!”, roept hij. „Een hele echte!” Een meisje heeft een tak gevonden met iets wat op bruine hersens lijkt. Het zijn paddenstoelen, al bijna verrot. De boswachter draait de tak om en laat zien dat er overal kleine gaatjes in zitten. „Dat is houtworm. Het is de bedoeling dat deze tak weer aarde wordt.”

Dan lopen de kinderen van de Rehobothschool door het bos terug naar het oude koetshuis, dat nu een ontvangstzaal is, met zachte banken en een knapperend vuur in een gietijzeren kachel. Er staan pakjes met drinken klaar, en schalen met koekjes in de vorm van eikenblaadjes. Maar de kinderen blijven op de drempel staan. Hun laarzen zitten vol modder. Mogen ze daarmee dan wel naar binnen? „Kom toch!”, zegt Vicky van Asch van Wijck. „Die modder is niet erg. Hier mag het.”

Lees het interview van 8 september met Richard Louv op nrc.nl en kijk voor meer informatie op www.vanluchtkasteeltotdassenburcht.nl