Illegale immigratie werkt als een waterbed

Sinds de stroom illegale immigranten naar Spanje is afgenomen, lijkt er sprake van een toename in Griekenland. Op zoek naar toegang tot Europa wordt steeds de weg van de minste weerstand gezocht.

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR sloeg deze week alarm. In een detentiecentrum voor illegale immigranten op het Griekse eiland Samos, gebouwd voor maximaal honderdtwintig personen, zitten momenteel vierhonderd mensen, onder wie een aantal kleine kinderen. „De omstandigheden schenden iedere vorm van menselijke waardigheid”, zei het plaatselijke hoofd van UNHCR, dat opriep tot sluiting van het centrum.

De overbevolking heeft alles te maken met de enorme toename van illegale migratie deze zomer naar Griekenland. Zeventigduizend migranten staken volgens officiële cijfers tot vorige maand de grens over, bijna twee keer zo veel als in dezelfde periode vorig jaar. De meerderheid bestaat – traditiegetrouw – uit Albanezen, maar de toename komt vooral door vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afghanistan.

Deze ‘explosie’ staat haaks op de scherpe afname van illegale immigratie elders langs de Europese zuidgrens. De Canarische Eilanden, Lampedusa, Malta: allemaal ontvingen ze dit jaar tot dusverre minder illegalen dan vorig jaar, toen een recordaantal van ruim vijftigduizend migranten in wankele bootjes de levensgevaarlijke oversteek waagde vanuit Afrika. Op de Canarische Eilanden, in 2006 goed voor meer dan 31.000 migranten, is de afname ronduit spectaculair: 70 procent.

„Er is al jaren sprake van een waterbedeffect”, zegt Hein de Haas, een Nederlandse deskundige aan het International Migration Institute in Oxford. In een volgende week te verschijnen onderzoek schetst De Haas hoe mensensmokkelaars en migranten al vijftien jaar hun routes verleggen zodra ergens beperkingen worden opgeworpen. Het is nog te vroeg voor stellige conclusies, zegt De Haas, maar hij kan zich „goed voorstellen” dat de toename van het aantal Irakezen en Afghanen maar ook Somaliërs dat volgens de Griekse autoriteiten nu binnenkomt via Turkije, duidt op een nieuwe route. Mensen uit deze regio’s trekken normaal graag via Libië naar Italië.

In zijn rapport schetst De Haas hoe de grootschalige bootmigratie begin jaren negentig ontstond nadat Spanje en Italië – inmiddels zelf van emigratielanden veranderd in immigratielanden – een visumplicht invoerden voor Noord-Afrikanen. Tot het jaar 2000 groeide Libië uit tot brandpunt voor wie zijn zinnen had gezet op Europa. Toen Tripoli hard ging optreden – onder druk van de autochtone bevolking – groeiden ook Marokko en Tunesië uit tot springplank. Nadat deze landen in 2003/2004 akkoorden sloten met Spanje over strengere grenscontroles en Madrid zelf in 2005 zijn Marokkaanse enclaves Ceuta en Melilla had dichtgespijkerd, kwamen vorig jaar ook de Canarische Eilanden in beeld.

De Haas verwijst voor dit jaar ook naar Sardinië. De Italiaanse regering kondigde onlangs aan op dit eiland een nieuw detentiecentrum te zullen openen vanwege de onverwachte toename van het aantal immigranten. Vorig jaar kwamen hier 91 migranten aan. Dit jaar tot nu toe meer dan duizend, vrijwel allemaal Algerijnen. De Haas: „Daar is een nieuwe route in de maak.”

De afname van het aantal bootmigranten op de Canarische Eilanden, Lampedusa en Malta is te danken aan verscherpte zeepatrouilles, claimde deze week Frontex, het Europese agentschap dat de buitengrenzen helpt bewaken. Uit cijfers blijkt dat dit jaar al duizenden migranten onderweg zijn onderschept. Een onbekend aantal potentiële migranten is bovendien mogelijk afgeschrikt.

„Intensievere controles spelen vermoedelijk een belangrijke rol ja”, zegt Martin-Baldwin-Edwards, directeur van een migratie-studiecentrum in Athene. Maar, benadrukt hij, de extra inspanningen zijn vooral bilateraal.

Frontex is een rol gaan spelen nadat de zuidelijke EU-landen vorig jaar de noordelijke landen onder druk zetten met het argument dat, in een Europa zonder binnengrenzen, bewaking van de gedeelde buitengrenzen een gemeenschapsplicht is. Frontex coördineert echter alleen de inspanningen van de lidstaten. In de praktijk zijn het de zuidelijke landen die vrijwel alle boten, vliegtuigen en helikopters leveren. „In die zin is het een sigaar uit eigen doos”, zegt Baldwin-Edwards. „Maar”, voegt hij toe, „elk beetje samenwerking op het terrein van immigratiebeleid is een stap vooruit, want lidstaten zijn altijd erg bang om op dit punt bevoegdheden uit handen te geven.”

Dat de afname op de Canarische Eilanden zo veel sterker is dan op andere locaties, hangt vermoedelijk samen met een Spaans privilege als het gaat om grenscontroles. Madrid heeft dit weten te bedingen als onderdeel van Plan Afrika, een veelomvattende strategie die doorvoer- en vertreklanden betrekt bij de strijd tegen illegale migratie (zie inzet).

Spanje mag patrouilleren in de territoriale wateren van Senegal en Mauretanië, de voornaamste vertrekpunten richting de Canarische Eilanden. De duizenden migranten die dit jaar binnen de twaalfmijlszone werden onderschept, mochten dus direct worden teruggestuurd. Zij kwamen niet eens in de buurt van hun bestemming.

Italië en Malta ontberen zulke afspraken met Libie, de belangrijkste springplank in Noord-Afrika. Zij hebben Tripoli gevraagd of ze de Libische wateren mogen doorkruisen, maar kolonel Moammar Gaddafi houdt tot dusverre zijn poot stijf. Omdat onderschepte migranten in internationale wateren niet mogen worden teruggestuurd, moeten Italië en Malta hen dus toegang geven tot ingewikkelde asielprocedures, die er vaak mee eindigen dat migranten in de illegaliteit verdwijnen.

„Italië en Malta moeten dus vooral hopen op het afschrikwekkende effect van hun controles”, zegt Baldwin-Edwards. „Maar dat is altijd nog beter dan de situatie in Griekenland.”

De Griekse grenzen zijn notoir poreus. De Grieken blinken niet uit in grenscontroles, de vele eilandjes in de Egeïsche Zee zijn een geliefde landingsplek voor smokkelaars met snelle bootjes. Een verzachtende omstandigheid is dat Griekenland sterk afhankelijk is van Turkije. En Ankara doet veel te weinig tegen de illegale migratie, klinkt het steevast in Athene. Baldwin-Edwards: „Gezien de moeizame relatie met Turkije zit een verandering van de situatie in Griekenland er voorlopig niet in.”