‘Ik geef niet aan de eerste de beste dna af’

Renner Alejandro Valverde wil dat er een eind komt aan loze beschuldigingen. „Iemand roept wat en voordat je het weet ben je een dopegebruiker en mag je niet meer koersen.”

Alejandro Valverde Foto AFP Spanish cyclist Alejandro Valverde gestures upon his arrival at Stuttgart's airport 27 September 2007 to attend the UCI Road World Championships in Stuttgart. Valverde welcomed 26 September the Court of Arbitration for Sport's decision to allow him to compete in the world road cycling championships this week despite suspicions of doping. The International Cycling Union (UCI) had attempted to ban Valverde, a two-time silver medallist in the elite men's race, from the worlds based on their belief that he was implicated in the 'Operation Puerto' doping affair. AFP PHOTO / DDP/ DAVID HECKER AFP

Murcia, 6 okt. - Op het afgesproken tijdstip komt Alejandro Valverde aangereden. Niet op de fiets, zoals je misschien zou verwachten, maar in een gloednieuwe Ferrari. „Ik ben dol op snelle auto’s”, lacht hij, als we ons even later naar zijn huis nabij Murcia begeven.

Valverde heeft alle reden tot lachen. Vorige week dwong hij op de valreep deelname aan de WK in Stuttgart af, door met succes het door de internationale wielerbond (UCI) opgelegde startverbod bij het Sporttribunaal (CAS) in Lausanne aan te vechten. „Uiteindelijk had ik niet zo’n beste dag in Duitsland,” zegt hij, eenmaal op het terras van zijn riante villa. „Op vijftien kilometer van de finish kon ik niet meer met de besten mee. Maar in feite had ik míjn WK vier dagen eerder al gewonnen, dankzij mijn advocaten en de Spaanse wielerbond.”

Paolo Bettini hing eveneens een ban boven het hoofd. Maar hij werd zelfs wereldkampioen. Valverde’s ogen fonkelen als de kleine Italiaan ter sprake komt. „Hij was die dag de sterkste en heeft al zijn woede voor de eindsprint aangewend. Daar kun je alleen maar je petje voor afnemen. Ik weet hoezeer randzaken de voorbereiding kunnen beïnvloeden. Tot het laatste moment verkeerde ik in onzekerheid over deelname en dat maakte de trainingen er niet gemakkelijker op. De WK-organisatie en de UCI hebben Bettini, mij en andere renners veel schade berokkend. Eddy Merckx had groot gelijk toen hij zei dat ze „dolgedraaid” waren. Het is toch van de gekke om zo’n groot renner niet eens als toeschouwer toe te laten.”

Is Valverde dan geen voorstander van een streng anti-dopingbeleid? „Ja natuurlijk, maar men moet wel redelijk blijven. Ik ben dit jaar al een keer of vijftig gecontroleerd, ook thuis. Wanneer ik na een ochtendtraining met mijn vrouw ergens wil eten, moet ik dat eerst per fax melden. Dit is nog erger dan de gevangenis. Soms lezen ze zo’n fax ook nog eens te laat of helemaal niet, waardoor ík in de problemen kan komen.

„Ik hoop dat de uitspraak van CAS een precedent schept. Het moet afgelopen zijn met alle loze beschuldigingen. Iemand roept wat en voordat je het weet ben je een dopegebruiker en mag je niet meer koersen. Wie iemand beschuldigt, moet ook met bewijzen komen. Het wordt tijd dat de ploegen, bonden en wedstrijdorganisaties de koppen bij elkaar steken om te voorkomen dat het volgend jaar weer zo’n puinhoop wordt.”

Begin dit jaar verdeelde UCI-voorzitter Pat McQuaid tijdens een toespraak de wielerwereld in een „Angelsaksische en een West-Europese cultuur”, waarbij hij Nederland voor het gemak bij de eerste, ‘brave’ groep indeelde. Italië, Frankrijk en Spanje behoorden volgens hem tot de bad guys. Sterker: hij vergeleek ze met de maffia, terwijl juist in deze landen toch diverse politie-invallen plaatshadden vanwege vermeende dopingpraktijken.

Valverde: „Die uitspraak van McQuaid sloeg nergens op. Je kunt niet iedereen op één hoop gooien. Elk land heeft zijn problemen.” Hij kijkt een ogenblik peinzend voor zich uit en vervolgt: „Er wordt momenteel over onze hoofden een strijd tussen de UCI en de Tour- en Giro-organisaties uitgevochten; een pure belangenstrijd waar wij de dupe van zijn.”

Eén van de grootste recente schandalen betrof de bloeddopingzaak rond de Spaanse arts Eufemiano Fuentes, waarbij ongeveer 200 topsporters betrokken zouden zijn, onder wie ruim vijftig wielrenners. Ook Valverde wordt genoemd. Bij een inval in een aan Fuentes gelieerd lab zou een bloedzak gevonden zijn met de codenaam ‘Valv Piti’, hetgeen zou verwijzen naar de namen van Valverde en zijn hond.

Alsof de duivel meeluistert, klinkt er opeens geblaf vanuit de achtertuin. „Is dat Piti?”, vraag ik. Valverde schiet in de lach. „Nog zo’n kletsverhaal. Ik heb twee honden: Dana en Sarita. Dat kun je controleren; hun namen staan in hun geboorteakte. Volgens de geruchten zou ik in 2004 met Fuentes van doen hebben gehad, maar toen had ik niet eens een hond, laat staan één met die naam!”

Maar als zijn hond geen Piti heet en hij verder niks met die zaak te maken heeft, waarom staat hij dan niet zijn dna af om zijn onschuld te laten vaststellen? Valverde: „Ik heb de anti-dopingverklaring van de UCI ondertekend. Ik wil best dna afstaan, maar dan wel naar aanleiding van een juridisch onderbouwd verzoek. Het gaat mij om het principe. Ik geef niet aan de eerste de beste die aanbelt mijn erfelijk materiaal af. Álles wat in verband met deze zaak over mij beweerd wordt, vindt zijn oorsprong in mediaberichten. Ik ben nooit ergens officieel van beschuldigd. De Guardia Civil heeft zelfs verklaard dat ik niet eens in het procesdossier voorkom.”

En wat te denken van zijn ex-collega Jesús Manzano, die onlangs beweerde dat Valverde „tot aan zijn nek in de zaak-Fuentes zit?” De renner slaakt een zucht: „Die man roept van alles. Blijkbaar heeft hij behoefte aan media-aandacht, misschien krijgt hij er wel geld voor, maar ik kan niks met dergelijke opmerkingen.”

Hoewel Valverde’s naam vorig jaar al in de geruchtenstroom rond Fuentes werd genoemd, overwoog hij rond de Kerst een overstap naar T-Mobile, dat hem een vorstelijk salaris bood, maar hem ook op de nieuwe zero tolerance inzake doping wees. Enkele Duitse kranten suggereerden vervolgens dat de Spanjaard om die laatste reden niet op het aanbod inging. Klopt dat? „We hebben inderdaad gesproken en ik had er geen moeite mee hun antidopingverklaring te ondertekenen; dat heb ik bij mijn huidige ploeg ook gedaan. Maar uiteindelijk vond ik het om financiële en persoonlijke redenen interessanter om bij mijn ploeg te blijven.”

Wat zijn toekomst aangaat, is Valverde positief gestemd: „Binnenkort word ik vader van een tweeling. Dat lijkt me prachtig. En volgend jaar wil ik vlammen bij de Olympische Spelen. Áls ik de Tour rijd, zal dat vooral ter voorbereiding op ‘Peking’ zijn. Sommige mensen zeggen dat je vandaag de dag geen wielerwedstrijd meer zonder doping kunt winnen, maar neem van mij aan dat het wél kan. Absoluut.”