‘Het sterven der dingen duurt langer in België’

Fotograaf Stephan Vanfleteren slenterde vijftien jaar door zijn vaderland, voor zijn fotoboek ‘Belgicum’: „Iemand noemde mij de doodgraver van België.”

Foto Johannes Vandevoorde Antwerp, Belgium, september 2007. Belgian photojournalist Stephan Vanfleteren. © Johannes Vande Voorde/REPORTERS Vande Voorde, Johannes

Als België verdwijnt, dan is het in ieder geval vastgelegd. Minutieus en met veel liefde heeft fotograaf Stephan Vanfleteren (38) het gedaan. Het resultaat is een verpletterende tentoonstelling en een monument van een boek: Belgicum.

Vanfleteren is fotograaf van de vergankelijkheid. Hij werkt het liefst met een dertig jaar oude Rolleiflex camera. Vijf heeft hij er nu verzameld van zijn favoriete type, zodat hij genoeg onderdelen heeft als er één kapot gaat. „Voor reparaties moet ik naar Parijs”, zegt hij. „Er is nog één man in Europa die deze camera kan maken.”

In zwart-wit fotografeert hij alles wat op het punt staat te verdwijnen. Dat kunnen landschappen zijn, gebouwen of mensen. Maar ook een detail, zoals de hand van een oude visser. Een hand vol rimpels en groeven ten gevolge van jarenlange arbeid, zoals je die nog zelden ziet.

Vanfleteren vindt het vreselijk wanneer een oud gebouw tegen de vlakte gaat, zegt hij. Maar hij is niet iemand die handtekeningen gaat verzamelen om de sloop te verhinderen. „Ik ben amper in staat m’n facturen bij te houden”, zegt hij. Vastleggen, dat is wat hij wel kan doen.

Sommige portretten op de expositie zijn zo groot en gedetailleerd dat de poriën van de gefotografeerden bijna zichtbaar zijn. Maar er hangen ook kleine, indrukwekkende foto’s, zoals een serie van ‘Etiënne’. Een begeleidende tekst meldt dat Etiënne een teruggetrokken leven leidt. Elke dag op dezelfde tijd gaat hij met twee tassen naar buiten om duiven te voeren. Stephan Vanfleteren volgde hem vijf dagen. Het leverde vijf series op van vierentwintig foto’s die tonen hoe ongelooflijk gelijk de dagen verlopen van Etiënne. We zien hem vijf keer met zijn tassen sjokken, vijf keer wachten bij de bushalte, vijf keer met duiven op de hand. Zoek de verschillen. Etiënne is inmiddels overleden, zo meldt de tekst.

Waarom die liefde voor wat voorbij gaat? Vanfleteren: „Op school was ik een middelmatige leerling. Ik was dyslectisch, maar dat wisten ze niet. Ze dachten waarschijnlijk dat ik niet al te intelligent was. Maar ik had een geweldige leraar Nederlands. ‘Schrijf een opstel over de dood’, zei hij op een dag. En de volgende dag zei hij: ‘Ik wil iets voorlezen dat mij echt heeft ontroerd.’ Hij begon mijn verhaal te lezen. Het ging over iets dat niet functioneerde. Aan het einde van het verhaal werd duidelijk dat het ging over het geslacht van mijn vader. Er zat humor in. En het was allemaal verzonnen – ik heb mijn moeder nooit horen klagen. Die gebeurtenis hielp me beseffen dat ik een bepaalde gevoeligheid heb. Toen ik daarna de fotografie ontdekte – dankzij mijn vader – was ik verkocht.” Vanfleteren heeft het boek Belgicum opgedragen aan zijn vader. Hij overleed in juli en heeft het niet meer kunnen zien.

Een deel van zijn tijd werkt Stephan Vanfleteren in opdracht, onder andere voor de Vlaamse krant De Morgen. Als hij na een klus terugrijdt naar huis, neemt hij geregeld een omweg om foto’s te maken voor zichzelf. België heeft veel wegen, die vaak dwars door dorpen en steden voeren. Vanfleteren: „In Nederland kom je van die bordjes tegen ‘alleen toegankelijk voor bewoners’. In België niet. Hier blijft een autowrak ook gewoon langs de kant van de weg staan. Het lijkt alsof het stervensproces van dingen hier langer duurt. Daarom vorm ik een goed koppel met mijn land.”

Stephan Vanfleteren fotografeert in héél dat land: Vlaanderen, Brussel én Wallonië. Dat is niet vanzelfsprekend in België, waar veel fotografen zich beperken tot het noorden óf het zuiden. Het toeval wil dat tentoonstelling en boek klaar zijn op een moment dat de toekomst van België weer onzeker lijkt. Belgicum is geen politiek statement, zegt Vanfleteren, maar hij zou het niet erg vinden als mensen erdoor aan het denken worden gezet. Integendeel. „Als je mensen deze foto’s laat zien en vraagt ‘Wat is Vlaanderen en wat is Wallonië?’ dan zouden ze schrikken hoe veel fouten ze maken. De overeenkomsten tussen die twee zijn groter dan velen nu denken.

„Bij de opening van de tentoonstelling noemde iemand me ‘de doodgraver van België’. Ik zou het verschrikkelijk vinden als België uiteen valt. We zijn al zo klein. Maar áls het zo ver komt dan zie ik me eerder als degene die tijdens de afscheidsdienst wat mooie woorden spreekt over de gestorvene. Dat zou een troost zijn.”

Belgicum. T/m 6 jan. in het Fotomuseum, Waalse Kaai 47, Antwerpen, inl. www.fotomuseum.be. Het boek is verschenen bij uitgeverij Lannoo.