Een ware volksschrijver

Walter Kempowski riep mensen op hem foto's en filmpjes uit de oorlogsjaren te sturen. In ‘Das Echolot’ komen slachtoffers en daders aan het woord.

Kempowski in 2006 (Foto Reuters) German author Walter Kempowski poses after he was honoured with the Order of Merit of the Federal Republic of Germany during a reception at the presidential residence Bellevue Palace in Berlin in this October 4, 2006 file photo. Kempowski died, early morning October 5, 2007, from cancer. REUTERS/Arnd Wiegmann/Files (GERMANY) REUTERS

Met Walter Kempowski, gisteren op 78-jarige leeftijd overleden in het ziekenhuis van Rotenberg, verliest de Duitse literatuur een gezichtsbepalend literator wiens omvangrijke oeuvre ook in Nederland werd gewaardeerd. Kempowski is voor het Nederlandse publiek de verpersoonlijking van De Goede Duitser die zonder wantrouwen beluisterd kan worden wanneer hij met een prikkelende mengeling van objectiviteit en humor het dagelijks leven in nazi-Duitsland portretteert.

Hoewel Kempowski zich in Duitsland door links miskend voelde, betwist in die kringen niemand hem de eretitel van groot-schatbewaarder van de moderne Duitse geschiedenis. Generatiegenoten Günter Grass en Martin Walser visten met hun romans in dezelfde vijver, maar daarbij etaleerden zij nogal eens een onverdraagzaam moralisme. Hun vele valse noten haalden telkens weer het nieuws en Kempowski kreeg met zijn zangerig melancholieke toon het gevoel dat hij niet eens werd gehoord. Volgens hem was de oorzaak van die afwijzing zijn omhelzing van een conservatief soort liberalisme. Hierover zei hij onlangs nog: „Men mag in Duitsland ook nu nog zijn mening niet zeggen. Probeert u het maar eens. Eén stap die u van de hoofdweg afwijkt, en u bent er geweest.”

Zijn afkeer van links was het hevigst in de jaren zestig, toen de studentenbeweging hem verguisde omdat hij in Oost-Duitsland in de gevangenis had gezeten. Je moest vóór de DDR zijn, en dat kon Kempowski niet. Vijfentwintig jaar gevangenisstraf kreeg hij in 1948 van de communisten toen hij bij een bezoek aan zijn moeder in Rostock gearresteerd werd wegens ‘spionage’. Onder onmenselijke omstandigheden zat hij acht jaar in het tuchthuis Bautzen en die ervaringen werden opgetekend in zijn boek Im Block. Ein Haftbericht (1969).

Ook door de oorlog was Kempowski een getekend mens: nog in 1945 moest de 15-jarige Walter in de Wehrmacht vechten en aan het eind van de oorlog sneuvelde zijn vader. Romans als Tadellöser & Wolf, Uns geht’s ja noch Gold en Ein Kapitel für sich zijn zonder enige schroom op de eigen familiegeschiedenis gebaseerd en zijn vooral voor Duitsers zeer herkenbaar. Haast belangrijker nog dan het autobiografisch werk is Kempowski’s stichting van een bijzonder oorlogsarchief. In 1980 riep hij het publiek op hem foto’s, filmpjes en persoonlijke documenten uit de oorlogsjaren te sturen. Uit de post van dit „legioen der gezichtslozen” selecteerde hij collecties voor het tiendelige boekenproject Das Echolot. Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord. „Polyfone geschiedschrijving”, doopte hij dit procedé. Kempowski ontving tot voor kort lezers bij hem thuis met wie hij over zijn plannen sprak. In die zin en niet alléén in die zin, is deze „historiograaf van het ten onder gegane Duitsland” een ware volksschrijver.