Dikke muizen met korte vetten krijgen minder suikerziekte

Het uitschakelen van een enzym dat vetmoleculen verlengt, beschermt dikke muizen tegen suikerziekte. Deze uitkomst van een Japans experiment laat zien dat het soort vet in de vetopslag van dikkerds van invloed is op het gezondheidsrisico dat ze lopen. Muizen met relatieve korte vetzuren in hun lichaamsvet kregen minder snel de eerste verschijnselen van suikerziekte dan muizen waarbij de vetzuurmoleculen de gebruikelijke lengte konden krijgen (Nature Medicine, online 30 september).

Muizen – maar ook mensen – die meer eten dan ze verbruiken slaan ongebruikt voedsel op als vet. Een heel enzymsysteem zorgt ervoor dat bijvoorbeeld suikers eerst worden afgebroken tot kleine fragmenten van twee koolstofatomen. Die worden daarna weer aan elkaar geregen tot vetzuurmoleculen van 16, 18, of ook wel 20 en 22 koolstofatomen lengte. Geconsumeerde vetten worden niet allemaal tot kleine brokken verteerd, maar houden vaak hun oorspronkelijke lengte.

Het enzym Elovl6 verlengt een opgebouwd vetzuur van 16 koolstofatomen (dat vetzuur heet palmitinezuur) naar 18, het vetzuur dat stearinezuur heet. In het lichaam worden drie vetzuurmoleculen gebonden aan een molecuul glycerine. Zo’n verbinding is een vetmolecuul.

Wie te dik is heeft meer kans ouderdomssuikerziekte (diabetes mellitus type II) te krijgen. Die suikerziekte ontstaat door een proces dat tegenwoordig lipotoxiciteit (vetvergiftiging) wordt genoemd. Lipotoxiciteit ontstaat bijvoorbeeld doordat een overmaat vetzuren te snel in vet wordt gebonden. Vooral een overmaat aan vet in de lever beïnvloedt de stofwisseling. Suikerziekte door overgewicht begint meestal met insulineresistentie, het verschijnsel dat cellen de aan insuline gebonden suikers uit het bloed niet meer willen opnemen. De ontvangende cellen worden ongevoelig door signalen uit de vette lever. Het lichaam reageert door de insulineproductie op te voeren. Bekend is dat verzadigde vetzuren uit melk en vlees schadelijker zijn dan de meestal plantaardige enkelvoudig of meervoudig onverzadigde vetzuren.

Japanse onderzoekers wilden weten wat het gezondheidseffect zou zijn van verschillende lengten verzadigde vetzuren. In laboratoriummuizen schakelden ze het gen voor het enzym Elovl6 uit. Elovl6 is een zogenaamde elongase, wat verwijst (frans: elonger, engels: elongate) naar de molecuulverlengde functie van deze klasse van enzymen. Gewone muizen die flink vet en suiker te eten kregen maken een derde van hun vetten met vetzuurlengten van 16 koolstofatomen, terwijl de rest eigenlijk allemaal langer is. De dieren zónder Elovl6 werden dik met tweemaal zo veel (ruim 60 procent) vetzuren met 16 koolstofatomen en ze kregen minder snel insulineresistentie. Wim Köhler