Beschouw uzelf maar als opgegeven

In zijn serie over literatuur die wordt weerspiegeld door de actualiteit, schrijft Pieter Steinz over Nathan Englander, priesters en de Vuile Oorlog

De aangrijpendste bladzijden die ik dit jaar las, staan in The Ministry of Special Cases van de joods-Amerikaanse auteur Nathan Englander. De roman zelf, over een vader en moeder die tijdens de Argentijnse ‘Vuile Oorlog’ hun verdwenen zoon proberen op te sporen, was al indrukwekkend genoeg. Maar tussen alle origineel gestileerde ellende zat één passage die me tegelijkertijd de kou over de rug liet lopen én van woede liet koken.

Het is tegen het einde van de roman, wanneer moeder Lillian Poznan net als haar man al álles heeft geprobeerd om iets te weten te komen over Pato, die vrij snel na de staatsgreep van de junta (24 maart 1976) is gearresteerd. Op het ‘ministerie van Buitengewone Zaken’, een geheimzinnige overheidsinstelling waar de geesten van zowel Kafka als Orwell rondwaren, lijkt ze eindelijk iemand tegen te komen die haar kan en wil helpen: een priester. Hoewel de man er al bij hun tweede gesprek antisemitische ideeën op na blijkt te houden, geeft ze hem toch haar vertrouwen – wat kan ze anders? – en al het geld dat ze bezit. Als ze een tijdje later nog niets van hem en zijn beloften heeft gehoord, gaat ze opnieuw naar het ministerie, waar ze toevallig ziet hoe de priester met een truc het vertrouwen van de vader van een andere desaparecido probeert te winnen. Ze confronteert de kapelaan met haar woede en teleurstelling, krijgt van hem een preek over de zegeningen van het geduld, en laat zich opnieuw door hem hoop geven.

Wat kan ze anders?

Het hartverscheurendste is niet eens dát de priester Lillian verraadt; het is de manier waarop hij dat doet: zijig, arrogant en met de mond vol van christelijke deugden; het is de teleurstelling dat deze vertrouwenwekkende man van de kerk onder één hoedje blijkt te spelen met de militaire machthebbers; en het is het besef dat dit (fictieve) geval bepaald geen uitzondering was ten tijde van de dictatuur van generaal Videla.

Hetgeen onmiddellijk gedemonstreerd werd. Nog geen twee maanden na het verschijnen van The Ministry of Special Cases begon in Argentinië het proces tegen de rooms-katholieke priester Christian von Wernich, die wordt verdacht van betrokkenheid bij 7 moorden, 31 gevallen van marteling en 42 ontvoeringen. Als kapelaan van het politiekorps van de provincie Buenos Aires bezocht hij eind jaren zeventig de geheime detentiecentra van de junta, en verleende hij ‘bijstand’ aan de gevangenen: hij zette hen met behulp van de biecht aan tot praten, vertelde hun dat ze gemarteld werden omdat ze ‘het vaderland schade berokkenden’ en zei tegen een man die samen met zijn dochter was ontvoerd: ‘Zij moet, helaas, boeten voor de zonden van haar ouders’. En passant doopte hij baby’s van zwangere arrestanten en zegende hij de piloten van de vliegtuigen die de desaparecidos te pletter gooiden.

„God wil dat u antwoord geeft op hun vragen”, kreeg een overlevende van de Vuile Oorlog in de martelkamer van Von Wernich te horen. Voor de lezer van The Ministry of Special Cases is het alsof je de priester tegen Lillian hoort praten: ‘It’s better that you believe yourself abandoned’.

Uitspraak op 9 oktober.

Reacties: steinz@nrc.nl