As van de gastvrijheid

Syrië ligt internationaal onder vuur. Toch merkt Hedi de Vree in Damascus weinig van politieke spanningen. Het is nog steeds een levendige en vrolijke stad, en het is er goed slenteren

Op de bagagedrager van zijn fiets heeft een man een rek gemonteerd waar zakjes knalroze suikerspin aan hangen. De standaard steekt een meter de lucht in; zo kunnen de kinderen de zoete bollen al van een afstand goed zien. Een jongen en een meisje wijzen en roepen iets, en hun ouders halen muntjes tevoorschijn die brede glimlachen op de kleine gezichten toveren. Verderop worden dieppaarse en helderrode sappen verkocht: bramen en aardbeien, vers geplet waar je bijstaat. De verkoper schaaft ijverig aan een blok ijs en werpt de losgekomen schilfers in volle bekers om het drankje te koelen. Toeristen met flitsende camera’s en mannen met lange baarden staan voor de lekkernij in de rij.

Niets aan deze straatscène doet vermoeden dat dit de hoofdstad is van een land dat volgens velen een vijand van het westen zou zijn. Amerikaanse en Israëlische regeringsfunctionarissen beschuldigden Syrië in de afgelopen weken van het bouwen van geheime nucleaire installaties. Israëlische straaljagers hebben begin september zelfs al een aanval uitgevoerd op een vermoedelijke nucleaire opslagplaats. Ook zou de Syrische regering de terroristische organisaties Hamas en Hezbollah ondersteunen. En Damascus zou bovendien de recente moord op een anti-Syrische parlementariër in buurland Libanon op haar geweten hebben, evenals de moord op oud-premier Rafiq Hariri in 2005. Als gevolg van dat alles begint de economie te wankelen. Bovendien zoeken steeds meer Irakezen hun heil in het land.

Maar wie als westerse toerist in het oude Damascus komt, merkt weinig van internationale politieke spanningen. Dit is een levendige en vrolijke stad vol beweging en commotie. Overal zijn mensen. Zo vallen de vijf enorme Romeinse bogen die ooit een deel van de uitgang vormden van de Romeinse tempel van Jupiter door de drukte zelfs nauwelijks op. Op de ruïnes van deze tempel is de Umayyad Moskee gebouwd. Na Mekka en Medina in Saoedi-Arabië en de Rotskoepel in Jeruzalem is dit een van de belangrijkste heiligdommen van de islam. De koepel van de moskee schittert als een juweel in de zon.

slenteren is beter

Damascus heeft een veelbewogen geschiedenis. De talrijke ruïnes en pittoreske huizen met vervallen balkonnetjes zagen onder meer de oude Egyptenaren, de Babyloniërs, de Grieken en de Romeinen voorbij komen. Het is dan ook geen wonder dat deze stad op de Unesco lijst van werelderfgoed staat.

Maar al liggen relieken van de oudheid om iedere hoek, het zijn de mensen die Damascus tot leven brengen. Het zou daarom zonde zijn de stad te ontdekken aan de hand van een reisgids. Slenteren is een beter idee. In de Hamidiyeh soek, de grootste Arabische markt van de oude stad, bijvoorbeeld. Hier geen antieke koopwaar maar wel een indruk van het échte leven. Het krioelt er van mensen op zoek naar kinderkleding, naar een koran of op weg naar de moskee. De winkels liggen aan beide kanten van een overdekte passage. Ze zijn klein – zo’n anderhalf bij twee meter – en bomvol met spullen die tot aan het plafond zijn opgestapeld. Van glimmende satijnen bruidsjurken tot keukengerei, deze soek heeft alles.

In de meeste winkels hangt een ingelijste foto van president Assad; en vaak ook een poster van Hezbollah leider Nasrallah. Dat was misschien te verwachten. Deel van ‘de as van het kwaad’, noemde de Amerikaanse president Bush dit land. Maar wat vinden de toeristen daarvan?

„Dit is de as van de gastvrijheid”, zegt Claire Jeffery (33) uit Engeland. Het is haar eerste keer in Damascus en ze vindt het ‘bedwelmend’, de drukte noemt ze „een georganiseerde chaos”. „Zelfs in de populairste ijswinkel van de stad waar je tegen elkaar aangedrukt naar een ijsje moet dringen, maakte ik mij geen moment zorgen.” Ze zit met een glas thee in de hand op een terras even bij te komen. Haar cameratas en souvenirs liggen onbewaakt op de grond. „De mensen zijn hier vriendelijk, ik voel me niet bedreigd.”

De Nederlandse Natascha Tomassen-Gademan (35) is het met haar eens. „Het is hier gewoon gezellig”, lacht ze. „Toen we gisteravond in een restaurant zaten werd ik door een familie uitgenodigd om met ze te dansen. Ze leerden mij de lokale danspassen en waren heel aardig. Terwijl ze een verloving vierden – dat vond ik bijzonder. Geef toe, dat maak je in Nederland niet mee.”

Ook zij heeft tassen met souvenirs aan haar voeten liggen. Ze kocht een tafelkleed voor haar moeder, een jurkje voor haar dochter en een ketting voor zichzelf, vertelt ze. En ze is nog niet uitgeshopt.

Het oude Damascus staat bekend als het souvenirmekka van het Midden-Oosten. Overal zijn kraampjes gericht op toeristen die antieke dolken en Arabische kroonluchters verkopen. In de oude christelijke wijk struikel je over de tapijtwinkels. Van Afghanistan, Iran en Pakistan worden de tapijten naar Damascus gebracht voor de verkoop aan rijke buitenlanders en de export naar het westen.

Maar, zegt winkelier Fadi die geen tapijten maar geborduurde omslagdoeken verkoopt, het aantal toeristen neemt af. „Vijf jaar geleden was het hier druk. Vooral Spanjaarden en Italianen. Maar nu…”, hij zucht even: „Eerst de oorlog in Irak en vorig jaar in Libanon. De toeristen zoeken een andere bestemming.” Die gaan liever naar het veiliger geachte Turkije. De wegblijvende toeristen zijn één van de grote problemen waarmee Damascus te kampen heeft.

uitgestorven kraampjes

In de meeste toeristische winkels zijn inderdaad weinig mensen, vergeleken met de Hamidiyeh soek zijn deze kraampjes uitgestorven.

Jammer, vindt Claire Jeffery. Want Damascus heeft veel te bieden. De Umayyad Moskee vond zij het hoogtepunt van haar bezoek. „Er hangt een heerlijk ongedwongen sfeer. Zo anders dan ik van zo’n heilige moskee had verwacht.”

Toeristen mogen gehuld in speciale bruingrijzige gewaden de Umayyad Moskee in. Blote benen, armen of hoofden worden niet op prijs gesteld, en ook de schoenen moeten uit. En dus stappen de buitenlanders gekleed als een Jedi uit Star Wars op hun sokken over de moskeedrempel. Ze komen uit in een wit marmeren binnenplaats van vijftig bij honderdtwintig meter.

En die binnenplaats bruist: gezinnen zitten op de grond te luieren in de zon of met elkaar te kletsen. Kinderen rennen achter elkaar aan, uitglijdend op hun sokken. Dit heiligdom heeft de uitstraling van het Vondelpark op een zonnige zondag, maar dan zonder de flessen wijn. Natuurlijk is iedereen traditioneel en vroom gekleed, maar dat kan de gemoedelijke sfeer niet onderdrukken.

Het is de sfeer die ook in de rest van de stad hangt. Al zijn de meeste mensen moslim, het geloof lijkt hier – in ieder geval voor de buitenstaander – meer op de achtergrond een rol te spelen dan elders in het Midden-Oosten. Claire Jeffery: „Je hoeft je hier niet schuldig te voelen dat je uit het westen komt.”