‘Aanklooien’ met het korhoen

Na jaren van discussie zijn gisteren de laatste van dertig gefokte korhoenders uitgezet op de Hoge Veluwe. Verstandig? Of gedoemd te mislukken?

Héél voorzichtig stappen de korhoenders hun vrijheid tegemoet. „Het lijkt wel of ze liever in hun verzorgingstehuis willen blijven”, zegt Bart Boers, als projectleider verantwoordelijk voor de herintroductie van het korhoen op de Hoge Veluwe. Medewerkers hebben op deze mistige ochtend de deuren opengezet van een ren waaruit acht korhoenders mogen ontsnappen. Om hen te lokken, zijn er meelwormen en vuurdoornbessen voor de deur gestrooid. „Vinden ze heerlijk”, zegt Bart Boers. Na enkele uren zijn alle acht de hanen eindelijk uitgevlogen.

In totaal zijn de afgelopen weken dertig korhoenders uitgezet. Ze zijn gefokt met enkele tamme exemplaren in de omgeving. Het is van groot belang dat de korhoenders terug zijn, vindt Stichting De Hoge Veluwe. Ze horen in het gebied, maar waren er sinds 1979 uit verdwenen als gevolg van de intensieve landbouw in de omgeving van het park, en de zogenoemde ‘vergrassing’ van het gebied. Die is ontstaan door de luchtvervuiling, preciezer gezegd de depositie van stikstof in de bodem.

Stichting De Hoge Veluwe heeft twee jaar moeten wachten op het uitzetten. Er was veel verzet. De discussie werd dit voorjaar door de Raad van State in het voordeel van De Hoge Veluwe beslecht. Door alle vertraging worden dit jaar slechts dertig vogels uitgezet. Men had er honderd willen laten vliegen, om de kans te vergroten op de ontwikkeling van een flinke populatie. Volgend jaar hopen de verzorgers met negen overgebleven hennen in totaal tachtig jonge korhoenders te kunnen uitzetten. Het uitzetten zal tien jaar lang worden herhaald. Bart Boers: „De tegenstanders van de herintroductie stellen dat de dieren het in de wilde natuur niet overleven. Nu is de mortaliteit onder korhoenders altijd hoog. Ik zal niet verdoezelen dat de mortaliteit onder gefokte dieren ook hoog is. Maar dat is voor ons geen reden om het niet te doen.”

In het zuidelijk deel van de Hoge Veluwe zijn de eerste dertig korhoenders uitgezet. Ze hebben een week lang doorgebracht in een ren, afgedekt met camouflagenetten en voorzien van verzilverde glazen bollen, om roofvogels af te schrikken. Op het dak is een stroomdraad gespannen tegen aanvallen van marters. Het terrein waar de ren staat, is bovendien nog eens afgezet met schrikdraad, om vossen buiten te houden. Een deel van de korhoenders is uitgerust met een zender die aan het verenkleed is geplakt. „Gewoon met tweecomponentenlijm”, zegt Boers. Na drie maanden zijn de batterijen op. In die maanden kunnen de verrichtingen van de korhoenders worden gevolgd. „Als we drie dagen het signaal op precies dezelfde plaats zien, wordt het tijd om een kijkje te nemen.”

Terreinbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn tegen de herintroductie. De felste tegenstand kwam van Faunabescherming, die het uitzetten „volstrekt onverantwoordelijk” vindt. Dat hangt vooral samen met de aanwezigheid van een kleine groep korhoenders op de Sallandse Heuvelrug, de laatst in het wild levende populatie in Nederland. Voorzitter Harm Niesen: „De soort die op de Hoge Veluwe wordt uitgezet, lijkt qua genetische samenstelling in de verste verte niet op de soort van de Sallandse Heuvelrug. Dat is de West-Europese laaglandsoort, die behalve in Nederland ook nog in Duitsland en in de Belgische Ardennen leeft. Die soort is nog niet uitgestorven. De Europese regels schrijven voor dat je eerst alle energie moet steken in het behouden van een soort die dreigt uit te sterven. Pas als dat echt niet is gelukt, kun je overwegen om een surrogaat als deze soort te introduceren.”

De herintroductie is volgens Faunabescherming „tot mislukken gedoemd”. Harm Niesen: „Het is gewoon een beetje aanklooien. De gebruikte korhoenders zijn gefokt op overleven in gevangenschap. Ze zijn totaal niet gewend aan roofdieren. Het zou dus heel goed kunnen dat al die dieren worden opgegeten.” In zekere zin hoopt Fauanabescherming op een mislukking. Als het wél een succes wordt, zouden de korhoenders weleens naar de Sallandse Heuvelrug kunnen vliegen, vijftig kilometer verderop, om zich daar te mengen onder de laatst overgebleven exemplaren. „Dan krijg je een vermenging met de inheemse korhoenders, en dat betekent een vervuiling van de unieke genetische samenstelling van deze soort. Dat betekent het einde van deze soort, en dat in een tijd waarin iedereen spreekt over het behoud van biodiversiteit.”

Zo ver zal het echter nooit komen, zegt Bart Boers van De Hoge Veluwe. De kans dat korhoenders vijftig kilometer vliegen, noemt hij „vrijwel nihil”. En mochten enkele korhoenders bij hoge uitzondering wél meer dan twintig kilometer overbruggen, stelt Boers, dan bewijst dat alleen maar hoe fit ze zijn, en dat ze geschikt zijn om ook dáár te overleven. Over een vervuiling van de genetische samenstelling van de populatie aldaar moeten we niet al te dramatisch doen, stelt Boers. „Zó uniek is die soort nou ook weer niet.”

Wetenschappers van Wageningen Universiteit hebben recentelijk een ‘afwegingskader’ opgesteld voor het uitzetten van dieren. Of de herintroductie van de korhoenders aan de daarin gestelde voorwaarden voldoet, willen de onderzoekers niet zeggen. „Wat ik van deze herintroductie vind, is nu niet meer van belang”, aldus onderzoeker Geert Groot Bruinderink. „Ons afwegingskader is niet gevolgd, omdat het er nog niet was.”