Aandacht voor Afrikaanse wees

Minister Koenders was vorige week in Congo, een zogenoemde ‘fragiele staat’. Met wapens en corruptie. „Ik moet hier veel vuile handen maken, denk ik.”

„Bonjour”, klinkt het gedisciplineerd uit tientallen monden. De boomlange minister uit Nederland die zojuist is voorgesteld aan de ex-militieleden kijkt enigszins verlegen toe. Links voor hem zitten tientallen Congolese mannen. Jongens nog. Rechts vrouwen, bijna zonder uitzondering met kleine kinderen op schoot. „Wie is er voor ontwapening?”, vraagt hij in het Frans. Een van de mannen steekt zijn hand op en komt naar voren. „Ik ben voor de vrede mijnheer.” „U bent allen ambassadeurs voor de vrede”, antwoordt de minister. Applaus van de deelnemers aan het ontwapeningsproject in het Oost-Congolese Rwampara.

Met een uitgebreide delegatie bezocht minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) vorige week Congo. Een voorbeeld van een, in internationaal beleidsmakersjargon, ‘fragiele staat’, waarvoor niet zozeer meer geld belangrijk is als wel aandacht. Koenders: „Die landen zijn verreweg het meest arbeidsintensief. Het vereist een andere manier van ontwikkelingssamenwerking dan we tot nu gewend waren, want je moet flexibeler kunnen werken.” Misschien ook politieker? „Absoluut. Als we gaan discussiëren over het stabiliseren van het leger in bepaalde landen of aan conflictbemiddeling gaan doen is dat best een risico. Dat is namelijk niet de ouderwetse agenda van Ontwikkelingssamenwerking.”

Koenders is twee dagen eerder nog maar net vanuit Nederland in de Congolese hoofdstad Kinshasa gearriveerd of hij wordt reeds met de nieuwe verhoudingen in Afrika geconfronteerd. De tafel in het fameuze Grand Hotel die aanvankelijk voor de Nederlandse delegatie was gereserveerd, blijkt op het laatste moment te zijn vergeven aan een groep van 40 mensen uit China. Dat is het land dat er momenteel óók in Afrika echt toe doet. De week ervoor was bekend geworden dat China de komende drie jaar vijf miljard dollar in het land pompt. Voornamelijk te gebruiken voor door Chinezen zelf aan te leggen wegen en spoorlijnen. Bedoeld om de mijnen te ontsluiten, waardoor de grondstoffen sneller naar China kunnen worden getransporteerd. „Er zit een enorm risico in”, aldus Koenders. „Maar een aantal van de investeringen kan ook productief voor Congo zijn. Ook zij hebben belang bij wegen.”

De schuld van de Chinese opmars in Afrika ligt volgens Koenders voor een belangrijk deel bij Europa. „Als je Afrika niet ziet als een belangrijk strategisch gebied, dan krijg je dit. De wereldwijde hulp is de afgelopen jaren afgenomen. Bovendien zitten we nog met enorme handelsproblemen met Afrika als gevolg van allerlei Europese protectiemaatregelen. En dan die vredesoperaties… Dat is toch vaak too little too late.”

Hernieuwde aandacht voor de armste landen, luidt Koenders’ boodschap. „Dit zijn eigenlijk de wezen van ontwikkelingssamenwerking. Je moet hier andere prioriteiten stellen. Mensen in dit soort landen hebben geen behoefte aan een Westminster-democratie en een sophisticated overheid. Ze willen gewoon veiligheid en basisvoorzieningen om te kunnen blijven leven.”

Het betekent dus ook praten met discutabele regimes. Hoeveel vuile handen moet hij daarvoor maken? „Ik denk vrij veel. Je kan niet anders in een situatie als bijvoorbeeld in Congo. Je moet ook praten met mensen met bloed aan hun handen, want dat hebben ze bijna allemaal hier.”

Opvallend in de Nederlandse delegatie is de aanwezigheid van militairen. Vechten en opbouwen, wordt dat een nieuwe trend van het Nederlands ontwikkelingsbeleid? Koenders: „Ik ben niet iemand die vindt dat er snel militaire oplossingen zijn voor een probleem, maar ze kunnen nodig zijn om veiligheid te creëren. De fout van de afgelopen periode was dat toen de illusie bestond dat het ministerie van Defensie ook aan ontwikkelingssamenwerking kon doen en dat de minister voor ontwikkelingssamenwerking daarom ook maar moest meebetalen aan vredesoperaties. Daar ben ik heel erg tegen. Samenwerken met Defensie waar dat zinnig is, bijvoorbeeld om mensen te beschermen, vind ik goed. Maar we moeten niet de indruk wekken dat ontwikkelingshulpwerkers militairen zijn, of andersom.”

De Heal Africa-kliniek in Goma in het oosten van Congo. Nagenoeg het voltallige personeel wacht Koenders buiten op. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen hier terecht. „Het geweld tegen vrouwen is een kanker die hier heerst”, had de speciale afgezant van de VN-missie de delegatie uit Nederland verteld. Hij blijkt niets te veel te hebben gezegd. „Het ziekenhuis was een armageddon aan verkrachtingen en brutale verminkingen”, zegt Koenders later. „Bescherming van vrouwen, daar gaan we dus een forse prioriteit van maken. Dat heeft niets te maken met een mode, maar met harde feiten. Je ziet gewoon dramatische cijfers over moeder- en kindsterfte. Het wordt meestal als een soft onderwerp gezien, terwijl het dat helemaal niet is. Dit is een essentieel probleem van onderdrukking en vereist al onze aandacht.”

Mugunga, heet het vluchtelingenkamp dat vlak buiten de Oost- Congolese hoofdstad Goma ligt. Bedoeld om maximaal 1.500 mensen tijdelijk onder te brengen, maar er zijn inmiddels meer dan 10.000 mensen neergestreken op het met versteend lava bedekte terrein. En het worden er dagelijks meer, nu het oplaaiende geweld weer nieuwe vluchtelingenstromen op gang heeft gebracht. Koenders is de auto van de Verenigde Naties nog niet uitgestapt of hij wordt omringd door kinderen. Indiase militairen van de VN-vredesmacht verjagen de kinderen met stokken als ze volgens hen te opdringerig worden.

’s Avonds op het terras van hotel Stella Matutina in Goma. Het vijfdaagse bezoek is bijna voorbij. De kaart van het restaurant biedt behalve allerhande pastagerechten, steak en volaille ook Gentse Waterzooi. Het licht van de volle maan weerkaatst in het Kivu-meer. Een paradijselijke omgeving op tien kilometer afstand van het tienduizend mensen tellende vluchtelingenkamp dat Koenders eerder die dag bezocht. „Ik vind het vreselijk om te zeggen, maar helaas is het mijn vak dat ik dit soort dramatische armoede te zien krijg.” Gevaar voor afstomping? „Nee, totaal niet. En dat meen ik oprecht. Ik word er juist heel gemotiveerd door. Als je bij de pakken neer gaat zitten en zegt dat er niets aan valt te doen, houdt het snel op.”