Trek je terug, kwetsbaar Nederland

Nederland heeft zijn eigen ‘surge’, twee pelotons groot, in de Afghaanse provincie Uruzgan. Deze als tijdelijk bedoelde uitbreiding van de sterkte is een reactie op de toegenomen activiteit van de Talibaan. Uit de dagrapporten van het Nederlandse detachement voorzover zij door de censuur worden doorgelaten, kan worden afgeleid dat de missie in grote moeilijkheden verkeert. De ‘inktvlek’ breidt zich niet uit, maar krimpt in, de bevolking zoekt haar toevlucht in en rondom de Nederlandse kampementen. De nachtmerrie van Srebrenica komt in de herinnering.

Het detachement krijgt nu ondersteuning van Gurkha’s, Nepalese huursoldaten in Britse dienst met een bloeddorstig imago. Zij hebben de reputatie die in het Nederlandse koloniale leger ‘de Ambonees’ had: betrouwbaar, onverschrokken en meedogenloos, niet het type krijger dat zich identificeert met de subtiliteiten van een opbouwmissie of met de premisse dat ‘hearts and minds’ van de lokale bevolking te winnen zijn. Alleen al deze noodgreep geeft de diepte van de crisis aan.

Deze doet zich voor op een voor Den Haag strategisch moment. Deze zomer had al een beslissing moeten worden genomen over de toekomst van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan. Daaraan komt, als de afspraken met de NAVO worden nagekomen, midden volgend jaar een eind. Maar in politiek Den Haag zijn twijfels gerezen over de houdbaarheid ervan. Kan Nederland onder de gegeven omstandigheden zich terugtrekken zonder van slappe knieën te worden beschuldigd? Anders gezegd, kunnen we de missie opgeven nu de al bereikte resultaten in gevaar komen?

Bemoeienis van NAVO-secretaris-generaal De Hoop Scheffer heeft irritatie gewekt. Maar over wat de partners en de NAVO-bureaucratie beweren zou Den Haag zich niet al te druk moeten maken. De NAVO, niet het kabinet heeft de verantwoordelijkheid voor de vervanging van het Nederlandse detachement na afloop van de termijn. Zeker in Amerika staan Europeanen, inclusief Nederlanders, toch al te boek als zwak als het om de verdediging van het gezamenlijk belang gaat.

Een recent opinieartikel in de International Herald Tribune gaf daarvan een fraai staaltje. Sprake was van „Europese weerzin om voor gemeenschappelijke belangen risico’s te nemen”, weerzin die de Amerikaanse unilateralisten in de kaart zou spelen. Zou Nederland besluiten zijn troepen terug te trekken (of zelfs maar te verleggen naar gebied buiten het gevaarlijke zuiden), dan zou dat een domino-effect kunnen veroorzaken in andere NAVO-landen en in landen als Australië. „Zelfs wanneer de Nederlanders besluiten in het zuiden te blijven, vrezen Europese diplomaten dat als hun troepen massale verliezen lijden, dat het onmiddellijk het einde van de missie zal betekenen.”

Geen woord van waardering voor het Nederlandse detachement. Wel een waarschuwing dat zijn vertrek de Europa onwelgevallige elementen in de Amerikaanse regering zal versterken. Ten slotte de verdachtmaking dat een Nederlands besluit om te blijven snel zal worden teruggedraaid als het menens wordt. Haagse berekeningen dat Nederland dankzij zijn aanwezigheid in Afghanistan aan prestige heeft gewonnen, blijken op niets gebaseerd te zijn.

Het tweede argument om te blijven – we moeten de bereikte resultaten beschermen – gaat voorbij aan het uitgangspunt dat Nederland de verantwoordelijkheid daarvoor overdraagt aan de NAVO en dus aan de partner die de taak in Uruzgan overneemt. Als zou blijken dat de NAVO haar verantwoordelijkheid niet nakomt, zou toch al een nieuwe situatie ontstaan. Dat zou namelijk het bewijs zijn dat de interventie van ISAF, de door de NAVO geleide vredesmacht, als geheel een mislukking is. Het zou van weinig realiteitszin getuigen als Den Haag zou menen dat voortzetting van de Nederlandse missie dit fundamentele gegeven aan het oog van de publiciteit zou kunnen onttrekken. In dat geval zou de Nederlandse politiek aan ernstige zelfoverschatting blijken te lijden.

Het probleem met de missie is dat zij in Europa niet wordt gedragen door de bevolking. Het Tribune-artikel refereert aan een onderzoek van het German Marshall Fund, een gerenommeerd trans-Atlantisch instituut. Meer dan tweederde van de Amerikanen schaart zich achter de gevechtsoperaties tegen de Talibaan in Afghanistan, minder dan een derde van de Europeanen doet dat. Het conflict in de VS over Irak strekt zich niet uit tot Afghanistan. Europeanen willen liefst zo groot mogelijke afstand bewaren tot beide oorlogsgebieden.

Nederland heeft zich met de verlegging van zijn troepen naar het zuiden ten opzichte van zijn continentale partners ver naar voren gewaagd. Het sloot zich daar aan bij Amerikanen, Britten, Canadezen en Australiërs . Voor deze bereidwilligheid heeft het nauwelijks handen op elkaar gekregen. Eerder is zijn kwetsbaarheid zichtbaar geworden. Dat moet geen reden zijn om aan deze positie vast te houden.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.