Terug naar Urk

Is de vrouw een lustobject? En zo ja, kan daar dan iets aan worden gedaan? Het beste lijkt mij, zou het zijn, alle leden van het kabinet en de Tweede Kamer een exemplaar te geven van De 120 dagen van Sodom, of de school der losbandigheid, geschreven door de markies D.A.F. de Sade in 1785. De Nederlandse vertaling is van Hans Warren, het verscheen bij Vassallucci. De schrijver vertelt wat 42 vrouwen en knapen overkomt als ze op een geheim kasteel zijn overgeleverd aan de grillen van vier libertijnen. Een boekhandelaar noemt De 120 dagen ‘het schandelijkste boek uit de wereldliteratuur’, bij wijze van aanbeveling neem ik aan. Justine ou les Malheurs de la vertu, zelfde schrijver, mag er ook zijn. En wat te denken van Histoire d’O van Pauline Réage. Nederlandse vertaling van Adriaan Morriën, uitgegeven door De Bezige Bij.

Dat is allemaal literatuur, zult u misschien zeggen, en dat is iets anders. Goed, dan nemen we Playboy, het tijdschrift met die prachtige interviews. Opgericht door Hugh Hefner in 1953. In het eerste nummer staat Marilyn Monroe, met bijna niets aan. Playboy is beroemd geworden door zijn centerfold, in ieder nummer een uitvouwbare pagina met de kleurenfoto van een naakte vrouw. In 1972 was de oplage 7 miljoen exemplaren; in 1983 kwam er een editie voor België en Nederland. Playboy is een beschaafd tijdschrift vergeleken bij The Hustler. Platter kan het niet. Wat dit blad zich heeft veroorloofd toen het Clinton-Lewinsky-schandaal uitbrak, kan ik in de slijpsteen voor de geest niet beschrijven.

Toen lang daarvoor The Hustler begon te verschijnen en het tot het Amerikaanse publiek doordrong dat er een nieuw genre was geboren, werd dit door conservatieve christenen niet gepikt. Er werden processen aangespannen. Maar Larry Flint, de uitgever en pornokoning, won. Daar werd weer een film van gemaakt, The People vs. Larry Flint. Ik heb hem niet gezien; de recensies waren over het algemeen goed.

In Amerika is de vrouw als modern lustobject ontdekt en in exploitatie genomen. Dat is van zakelijk standpunt bezien goed gelukt. Maar toch zijn ze daar stiekemer dan bij ons. Toen een paar jaar geleden een zangeres op de televisie per ongeluk of expres een borst ontblootte, werd dat onmiddellijk een nationaal schandaal. Het kreeg ook een naam: nipplegate. Wat bij ons op de gezinstelevisie normale dagelijkse kost wordt gevonden, is in verreweg het meeste buitenland ondenkbaar. Behalve Rembrandt en Van Gogh hebben we als nationale trots de Amsterdamse Walletjes met de raamprostitutie. De reisgidsen en de tramconducteurs wijzen de weg naar de ‘red light district’ en niet vergeefs. Van heinde en verre komen de toeristen onze lustobjecten bezichtigen.

Een paar jaar geleden haalde de natie de buitenlandse voorpagina’s toen hier de pedopartij werd opgericht. En nu is het opnieuw gelukt. Nederland blijkt het wereldcentrum voor dierenporno te zijn. Dat komt onder andere doordat hier seks met dieren niet verboden is. Een Nederlandse pornoster, Charisma Gold, heeft de strijd tegen de dierenporno aangebonden. De fabrikanten verdedigen zich. In de Volkskrant (28 september) wordt een dierenporno-industrieel geciteerd. ‘Als een hond geen zin heeft of begint te piepen, stoppen we direct met de opnamen. Ik schaam me niet voor de smerigheden die ik maak, maar ik moet wel rekening houden met mijn schoolgaande dochter.’ Hij wilde niet met zijn naam in de krant. Opeens vroeg ik me af of er in De Gouden Kooi al iets met dieren is gedaan. Zou het u verbazen?

Vorige week heb ik hier een stukje geschreven over de noodremtrekster als protagoniste van de platheid in de Nederlandse cultuur. Ik had moeten schrijven: de openbare platheid. Want platheid is overal. Het verschil is, dat veel Nederlanders daar trots op zijn.

En toen kon ik mijn ogen niet geloven. Op de voorpagina van de International Herald Tribune (1 oktober) staat een reportage over ‘het vrome hart van het Nederlandse conservatisme’, Urk. Ik citeer: ‘Op een uur rijden van Amsterdam, waar de marihuana in coffeeshops openlijk verkocht wordt en de prostitutie legaal is, ligt Urk, een van de meest Godvrezende plaatsen in Europa.’ De hele culturele crisis komt aan de orde, politieke moorden, immigratie, maar in Urk hebben ze negentien kerken die iedere zondag vol zitten, en nu wordt overwogen, er twee bij te bouwen. Er wordt niet naar de televisie gekeken. Er is een echtpaar met achttien kinderen. En een handjevol moslims. Langzamerhand ga je geloven dat dit kabinet Urk terug wil, naar Urkse toestanden.