Spijkerpak en zitkuil

Op Wauw! is het dagelijks leven uit de seventies te zien.

‘Alles waar een snoertje aan zit’ kwam de huiskamer in.

Slapen in 1975: onder een dekbedhoes van 67,50 gulden (ook verkrijgbaar in groen). De hallucinerende vormen en kleurcombinaties van de jaren zeventig weerspiegelden de visuele herrie van de buitenwereld.

Een stoet vrouwen trekt langs macramé plantenhangers, visnetten, houten fruitschalen en een boekenkast van gasbetonblokken. Een van hen herkent een poster van Che Guevara. „Daaronder heb ik drie keer liggen bevallen!” Een ander aait over een rookstoel. Net weggedaan.

De tentoonstelling Wauw!, over de jaren zeventig werd afgelopen zaterdag geopend in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Met als doel dat iedereen zelf kan bepalen of het tijdperk nu een verrijking of verarming voor Nederland is geweest.

Charles de Mooij, directeur sinds 1 oktober, noemt het een periode die ‘ons allemaal raakt’. „De maatschappij staat te trillen op haar grondvesten. Dit is de tijd waarin Nederland echt verandert.” De gasbel van Slochteren is aangeboord, economisch gaat het Nederland voor de wind. Gezichtsbruiners, tosti-ijzers, tv’s – ‘alles waar een snoertje aan zit komt de huiskamer binnen’. Die woonkamers veranderden ondertussen in oerwouden, met woekerende planten en bosbehang. Het is het decennium van het mondige kind, spijkerpakken, doe-het-zelf, gastarbeiders, emancipatie en de zitkuil.

En dat hele decennium staat centraal in Den Bosch. Thematisch geordend, met vitrines vol oranje koekblikken, speelgoed en een compleet ingerichte vouwwagen. In totaal zo’n 600 voorwerpen, verdeeld over drie tentoonstellingsruimtes. Een ambitieus project, geeft Ingrid van Berlo van het museum toe. Maar, verzekert ze, hoewel er geen volledigheid is nagestreefd, moet er voor iedereen wel iets herkenbaars tussen zitten.

Want dat is waar het hier vooral om gaat: herinneringen. Daarmee trek je publiek. Twee jaar geleden organiseerde het museum Knus, een tentoonstelling volgens hetzelfde principe, over de jaren vijftig. Het parket in de hal was na afloop aan vervanging toe. Knus werd bezocht door ruim 165.000 bezoekers. Ter vergelijking: dat zijn er meer dan het Maastrichtse Bonnefanten museum in een heel jaar (102.000 in 2005, het jubileumjaar) trekt. En meer dan de Rembrandt-tentoonstellingen in de Leidse Lakenhal (120.000 bezoekers).

„Mensen gaan graag op zoek naar hun eigen verleden. Alsof er een laatje opengaat, zo reageren ze”, verklaart Charles de Mooij het succes. Bovendien is dat het doel van het museum, een zo breed mogelijk publiek te trekken. Niet uitsluitend omwille van de bezoekersaantallen, zegt De Mooij. Vooral om de drempel te verlagen voor geschiedenis en kunst. Die popularisering is niet erg, vindt hij, juist iets dat zelfs in de politiek hoog op de agenda staat.

Daarom is er op Wauw! geen kunst te zien, maar het dagelijks leven. En niet te veel politiek: Dolle Mina’s, Kabouters of de Molukse gijzeling – maar vooral persoonlijk materiaal. Het museum deed een oproep om spullen in te leveren. De oogst is tentoongesteld met foto van de eigenaar en diens verhaal. Zo is er een agenda, versierd met oranje purschuim en lezen we dat de bezitter van een koffergrammofoon ook met carnaval doorwerkte om het ding te kunnen betalen. Een indrukwekkende verzameling, veel, vermakelijk, maar heel informatief daardoor weer niet.

Gelukkig is er nog het bewegende beeld. Volgens directeur Charles de Mooij geldt immers: hoe recenter de geschiedenis, hoe belangrijker tv. Dus maakte de VPRO een compilatie van fragmenten.

De omroep kon bij de samenstelling in alle vrijheid werken. Wel moest een filmpje van PvdA-senator Brongersma en zijn omstreden uitspraken over pedofilie van context worden voorzien. Zodat de museumbezoeker het niet verkeerd begrijpt. De Mooij: „Brongersma was gemonteerd tussen een blote vrouw en een kotsende Sjef van Oekel. Knappe kijker die dat pedofiliefragment dan meteen weet te plaatsen.” Ook bij Germaine sans gêne –over seksuele problemen – werd ingegrepen. „Vanwege de liederlijke taal”, kreeg het een kijkwijzer: voor boven de zestien.

VPRO-eindredacteur Fons Dellen vindt dat jammer, maar ja, grapt hij, ook Brabantse nonnen komen kijken. Een verdieping hoger zijn achter glas de covers van seksblad Candy zo over elkaar geschoven dat qua bloot slechts een paar borsten zijn te zien. Volgens de directeur geen Brabantse preutsheid. „Historisch correct. Zo werd het destijds ook uitgestald.” De jaren ’70, wel of geen verrijking, dat moet de bezoeker zelf beslissen. Maar, geeft De Mooij toe, anno 2007 zijn we een stuk preutser. Fons Dellen lacht: „De jaren zeventig waren lang niet zo knus als de jaren vijftig.”

Wauw! t/m 28 januari; www. noordbrabantsmuseum.nl.