Plaats nemen op de plek waar je wilt sterven

Wat doe je wanneer een geliefde overlijdt? Rouwen, herinneren en huilen. Vaak lost het verdriet zichzelf na een tijdje op. Het onbegrip dat de dood met zich meebrengt is iets waar je eindeloos over kan blijven mijmeren. Maar je kan er ook iets mee doen. Dat laatste deed Christien Jaspars (1964) nadat in 2001 haar geliefde, de beeldend kunstenaar Armando Baag, was overleden.

Toen Baag in Amsterdam was begraven en de fotografe alleen achterbleef, spookten de volgende vragen door haar hoofd: Wat zag hij? Waar is hij? Jaspars, die al jaren tussen Nederland en Mali pendelt en in 2001 voor haar serie over moskeeën in Mali een prijs won bij World Press Photo, besloot op zoek te gaan naar de beelden die haar geliefde de laatste dagen van zijn ziekbed bij zich gedragen moest hebben. Ze pakte haar fototoestel en ging terug naar de plekken die hen beiden dierbaar waren. Zo reisde ze door Nederland, kwam ze terecht in Baags geboorteland Suriname, en toog ze naar Mali.

Op die reis fotografeerde ze wat ze tegenkwam: bomen, vlaktes, kinderen. Ze vroeg mensen om plaats te nemen op de plek waar zij graag zouden willen sterven of nam zelf plaats in het beeld: onder een boom in Mali; ergens in een huis met een schedel in haar hand; opgekruld in een imaginair graf om zo gevoelsmatig dichter bij haar geliefde te zijn.

Het resultaat, getiteld ‘DO’ (naar Armando), leverde een serie mysterieuze, mystieke zwart-witbeelden op. Vorig jaar werden deze foto’s al tentoongesteld in de Noorderlicht Fotogalerie in Groningen. Dit jaar is er een gelijknamig boek verschenen en worden ruim veertig afdrukken uit de serie geëxposeerd in de HUP (Holland Unique Photography) Gallery in Amsterdam.

De foto’s, over het algemeen kleine afdrukken, deels afgedrukt met de rand van het negatief, soms met rare onregelmatigheden of vage lichtvegen, zijn intrigerend en duister. Wat dit werk zo intens maakt, is dat Jaspars de dood voelbaar, soms zichtbaar aanwezig laat zijn: de dreigende, donkere gedaante die, met de hoed op het hoofd, ergens onder een poort lijkt te staan wachten, is huiveringwekkend. En het kleine jongetje dat op het punt staat een donker hol te betreden, wil je eigenlijk waarschuwen. Doe het niet! Blijf hier, bij ons!

De mystieke werking van de beelden wordt versterkt doordat Jaspars een groot deel van de foto’s maakte met een pinhole-camera. Deze techniek is gebaseerd op het eeuwenoude principe van de camera obscura. In feite is het niet meer dan een lichtdicht doosje waar in het midden van één wand, in plaats van een lens, een gaatje is aangebracht ter grootte van een speldenprik. Op de achterwand zit de film. Deze pinhole-camera vereist lange belichtingstijden. Op die manier wordt het verstrijken van tijd gevangen op een strookje negatief. Daardoor maakt de fotograaf eigenlijk geen foto maar geeft de controle over het beeld uit handen.

En dat is precies wat Jaspars wil. Ze gaat bewust tegen de tijdgeest in. Ze wil geen scherptediepte, geen snelle sluitertijden en is niet geïnteresseerd in een resultaat dat meteen zichtbaar is op een digitaal schermpje. Ze wil creëren door zo min mogelijk invloed uit te oefenen.

De onmacht die ze heeft ervaren laat ze zo in haar beelden tot uitdrukking komen. Haar foto’s zijn bevroren momenten van het verloop van de tijd. Dat is een prachtig gegeven. Want de tijd, die uiteindelijk van iedereen alles ontneemt, heeft haar haar geliefde ontstolen. Hem krijgt ze niet meer terug. Wat blijft, is wat zij heeft gemaakt. Ze heeft haar ervaring met de vergankelijkheid vereeuwigd. En daarmee tart ze God. Een klein beetje.

'DO'. T/m 31 okt. HUP Gallery, Tesselschadestraat 15, Amsterdam. Di, do, en vr 10-17u.