‘Oude kant’ krijgt opknapbeurt

Voorstelling: Arsenicum en oude kant, door het Thriller Theater. Regie: Bruun Kuijt. Gezien: 3/10 in Schouwburg, Gouda. Tournee t/m 21/1. Inl. 023-5577233, www.lpptheater.nl

Arsenicum en oude kant kon best een opknapbeurt gebruiken. De oude toneelthriller die in de eerste naoorlogse jaren ook in Nederland een kassucces is geweest, was een stoffige bedoening geworden. De laatste keer dat het stuk hier werd gespeeld (in 1990, door de Hollandse Comedie) was een staaltje achterhaald patronaatstoneel, waarin alle aspecten van de intrige met veel omhaal van woorden drie keer werden uitgelegd. De vraag is, kortom, of dit vroeger zo populaire stuk van de Amerikaanse oudgediende Joseph Kesselring – waarin twee braaf ogende dametjes op leeftijd zich ontpoppen tot seriemoordenaressen – nog te redden is voor een publiek van nu.

De nieuwe versie van het Thriller Theater speelt zich in elk geval niet meer af tussen crapauds en volgestouwde schoorsteenmantels. Er is een toneelbeeld zonder tierelantijnen, met opengewerkte panelen die frisse lucht suggereren. De nieuwe vertaling van producent Lex Passchier klinkt levendig („mijn familie spóórt niet!”) en lijkt vooral na de pauze behoorlijk bekort. En in de vrolijke regie van Bruun Kuijt gaat een cartooneske speelstijl samen met een paar filmische effecten op spannende momenten – een abrupte verandering van het licht bijvoorbeeld, of een flard muziek die een onverwachte wending accentueert.

De sterren van de show zijn Hetty Heyting, die komische kleur en fleur geeft aan haar oudevrouwtjesrol, en Truus te Selle als haar toegewijde zus. Naast hen gaat de meeste aandacht uit naar Han Oldigs als verzenuwde neef van de tantetjes, Hans Breetveld als zijn sinistere broer en Marnix Kappers in een dwaze rol als nepdokter met Duits accent. De spelers doen er zodoende veel aan om Arsenicum en oude kant weer tot leven te brengen. Zo veel zelfs dat hun spel af en toe omslaat in druktemakerij. Op zichzelf is het tegenwoordig niet zo schokkend en morbide meer dat die twee vrouwtjes voortdurend gif in hun vlierbessenwijn doen. De nerveuze lach die dat vroeger te weeg bracht, is nu niet meer op te roepen.