Opmars creationisme op Europese scholen

De Luxemburgse politica Anne Brasseur is bezorgd over lessen over het creationisme.

Straks weten scholieren het verschil niet meer tussen wetenschap en religie, zegt zij.

Het creationisme, de gedachte dat de wereld is geschapen in een beperkte tijd, is niet langer een Amerikaans verschijnsel. Ook in Europa is het aan een opmars bezig. En hier vormt het vooral een bedreiging voor het onderwijs.

Dat is de strekking van een resolutie waarover vandaag wordt gedebatteerd in de Raad van Europa, de organisatie van 47 landen in Straatsburg. „Als we niet voorzichtig zijn dan kan creationisme een bedreiging vormen voor de mensenrechten”, stelt Anne Brasseur, een Luxemburgse liberale, in de resolutie. Brasseur is lid van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. De Raad is de oudste pan-Europese instelling en houdt zich vooral bezig met mensenrechten. De Parlementaire Vergadering is samengesteld uit vertegenwoordigers van nationale parlementen.

De behandeling van de resolutie was aanvankelijk gepland voor juni. Een nipte meerderheid in de Vergadering hield dat toen tegen. „Het verzet kwam vooral van christen-democraten”, zegt Brasseur. „Ze zagen de resolutie als een aanval op godsdienst.” Dat is niet haar bedoeling. De resolutie stelt dat creationisten – zowel christelijke als islamitische – vooral proberen voor hun ideeën een plek te verwerven in onderwijsprogramma’s. Ze doen dat door te stellen dat de evolutietheorie slechts „een interpretatie” is. Daarnaast presenteren ze hun ideeën ook als wetenschappelijk.

In Nederland zorgde toenmalig minister van Onderwijs Maria van der Hoeven (CDA) twee jaar geleden voor ophef door te verklaren dat de evolutietheorie „niet compleet” is.

Het gevaar is dat kinderen geen onderscheid kunnen maken tussen religie en wetenschap, vindt Brasseur. „Dat kan leiden tot een ‘alles-is-gelijk-houding’ die aantrekkelijk en tolerant lijkt, maar eigenlijk rampzalig is”. Bij haar resolutie schreef Brasseur een rapport waarin ze wijst op de pogingen van de Turkse creationist Harun Yahya om boeken te verspreiden op scholen in Frankrijk, Zwitserland en België. „In een van zijn werken”, zegt ze, „wordt het Darwinisme omschreven als ‘bron van terrorisme’.”

De Luxemburgse zegt zich ook zorgen te maken over uitlatingen van sommige Europese politici. „De onderwijsminister van de Duitse deelstaat Hessen zei bijvoorbeeld dat creationisme onderdeel moet zijn van de biologielessen op scholen.”

In Polen gingen sommige politici nog verder. Daar noemde Miroslaw Orzechowski, tot voor kort onderminister van Onderwijs, de evolutietheorie „een leugen”. En, zei hij: „We moeten geen les geven in leugens.”

Brasseur heeft niet veel veranderd aan de tekst die in juni op verzet stuitte. Wel heeft ze enkele zinnen toegevoegd om te beklemtonen dat het niet haar bedoeling is „geloof ter discussie te stellen of te bestrijden”.

De landen die zijn aangesloten bij de Raad van Europa worden in de resolutie opgeroepen zich te verzetten tegen het presenteren van creationisme als theorie die gelijkwaardig is aan de evolutietheorie. Directe consequenties zal aanvaarding van de resolutie volgens de Luxemburgse politica niet hebben. „Ik hoop er voor te zorgen dat mensen zich bewust worden van het gevaar”, aldus Brasseur.

Zie ook Wetenschap: pagina 20