Opgefokte taal

De temperatuur van het Nederlands stijgt snel. Tegenwoordig wordt op radio en televisie, op het internet en in het parlement taal gebezigd die vroeger slechts thuis of aan de stamtafel te horen viel, en dan meestal niet te hard. Ter verdediging van zulk taalgebruik wordt luidruchtig de vrijheid om te kwetsen opgeëist; of de suggestie dat mensen zich überhaupt door andermans woorden gekwetst kunnen voelen, wordt achteloos terzijde geschoven.

Maar wat doe je precies als je iemand voor ‘nikker’, ‘flikker’, ‘poepchinees’ of ‘kutmarokkaan’ uitmaakt? Uit je een mening? Soms; maar meestal doe je veel meer met de woorden die je spreekt. Feyenoordsupporters hebben ongelijk: woorden zijn zelf al daden. We handelen ermee, en veranderen er de wereld mee. Wie zegt ‘ik verklaar jullie man en vrouw’ of ‘je bent ontslagen,’ creëert niet alleen een nieuw feit; hij oefent ook een vorm van macht over anderen uit.

Wat doe je dan wanneer je een persoon, een boek of een bevolkingsgroep tot een probleem benoemt? Creëer je een mogelijkheid om naar een oplossing ervoor te zoeken, of bemoeilijk je de zaken juist door zaken zo nadrukkelijk als een probleem voor te stellen? Of vestig je met je straffe taal in de eerste plaats de aandacht op jezelf? Misschien doe je wel al die dingen tegelijk: de woorden die we spreken hebben allerlei tegenstrijdige, onbeheerste en onbeheersbare effecten.

Deze onzichtbare machtsverhoudingen in, en onbeheersbare gevolgen van, ons taalgebruik, staan centraal in Judith Butlers recent in het Nederlands verschenen Opgefokte taal (Boom, Parresia, 241 blz. 24,90 euro). Dat gaat in eerste instantie over specifiek Amerikaanse omstandigheden: Ku Klux Klan-aanhangers en neofascisten die zich op de vrijheid van meningsuiting beroepen om hun hate speech te kunnen verspreiden, en de regering die homo’s in het Amerikaanse leger tolereert zolang die maar niet openlijk zeggen dat ze homo zijn. Butler contrasteert en confronteert deze gevallen met elkaar, maar ze geeft geen snelle oordelen of pasklare antwoorden: ze onderzoekt, ondervraagt en ondermijnt. In een speciaal voor de vertaling geschreven voorwoord doet ze ook enkele suggesties over de kenmerken en grenzen van het hedendaagse debat in Nederland. Haar proza is soms taai, maar stelt de belangrijke vraag in hoeverre het in hedendaagse samenlevingen vol tegenstrijdige meningen en kwetsbare ego’s een goed idee is, of zelfs mogelijk is, om het woord middels de wet aan banden te leggen.

Michiel Leezenberg

In ‘Iedereen praat over...’ worden boeken met nieuwswaarde besproken.