Neutraliteit EU-macht in Sahel omstreden

Een EU-missie moet orde brengen in de Centraal- Afrikaanse Republiek en Tsjaad. Maar zij arriveert vóórdat er in de buurregio Darfur een vredesmacht is.

Nairobi, 5 oct. - De hulpverlener van de Verenigde Naties belast met veiligheid piekerde zich suf in Goz Beida, het centrum van ontheemden en vluchtelingen in Oost-Tsjaad. Er was de avond ervoor een aanslag gepleegd op een konvooi met hulpgoederen, waarbij de chauffeur van een privévrachtauto werd gedood. Wie was het doelwit van de aanval, wie waren de aanvallers en wat was hun boodschap?

In Oost-Tsjaad opereren rovers, rebellen, milities, regeringsoldaten, afvallige regeringssoldaten en gedeserteerde rebellen, meer dan een dozijn gewapende groepen samen. Sommige strijders zijn overdag rebel of regeringssoldaat en ’s nachts bandiet. Op dit gecompliceerde strijdtoneel moeten Europese troepen volgende maand orde komen brengen en slachtoffers van het geweld beschermen.

Er komen twee vredesmachten naar de Sahel. De Europese Unie, aangemoedigd door de VN-Veiligheidsraad, heeft Frankrijk toestemming gegeven een troepenmacht van 4.000 man te organiseren voor Oost-Tsjaad en het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). De helft van de soldaten zal Parijs leveren, de overigen komen uit andere Europese landen zoals Ierland. Zij arriveren vóór er in de naburige Soedanese regio Darfur een veel grotere troepenmacht van de VN en de Afrikaanse Unie van 26.000 man is gelegerd. In Oost-Tsjaad bivakkeren 400.000 vluchtelingen uit Darfur en ontheemden uit Tsjaad zelf, in de CAR 200.000 ontheemden. In Darfur zitten ruim twee miljoen ontheemden aan een hulpinfuus opgesloten in kampen.

Tsjaad en de CAR zijn beide wetteloze landen met instabiele en niet geliefde regeringen. Ze verkeren net als het naburige Soedan in een burgeroorlog die gepaard gaat met raciale spanningen tussen Arabieren en Afrikanen. VN’ers in de Tsjadische hoofdstad N’Djamena vragen al meer dan een jaar om vredestroepen voor de bescherming van de hulpoperatie in het oosten. Oost-Tsjaad is ruw, uitgestrekt en moeilijk begaanbaar. De Tsjadische president Déby zet er het regeringsleger in voor de bestrijding van gewapende tegenstanders; voor de bescherming van vluchtelingen en ontheemden kan hij geen soldaten missen.

„De grote vraag is hoe de vredesmacht zijn neutraliteit kan bewaren”, zei onlangs Kingsley Amaning, humanitair coördinator van de VN in N’Djamena. Het Tsjadische regeringsleger vecht in het grensgebied tegen rebellen die steun krijgen uit Soedan. De rebellen bereikten vorig jaar de hoofdstad N’Djamena. Alleen na Franse militaire hulp aan het regeringsleger werd die aanval afgeslagen. In Tsjaad zijn al vele jaren 1.200 Franse soldaten gelegerd. De rebellengroepen moeten straks onderscheid gaan maken tussen de Franse militairen die de regeringDéby helpen en de anderen, die als onderdeel van de vredesmacht een neutrale positie innemen.

Ook in de CAR is Frankrijk nauw verbonden met het zittende regime van president Bozizé. In november vorig jaar traden 400 permanent in het land gestationeerde Franse militairen op tegen rebellengroepen in het noorden en oosten. Het regeringsleger, en in het bijzonder de Presidentiële Garde van Bozizé, is beschuldigd van martelingen en plunderingen. In een recent rapport van het Amerikaanse Human Rights Watch staat een foto met een Franse soldaat bij een politiekantoor waar halfnaakte arrestanten worden binnengeleid. Net als in Tsjaad worden in de CAR Franse soldaten geassocieerd met machthebbers, niet met vredesstichters.

Déby van Tsjaad en Bozizé van de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn beiden militairen die bij een coup aan de macht kwamen en zich later door middel van verkiezingen wettig lieten verklaren. Déby vervalste de verkiezingen. In de strijd met zijn rebellen zet Déby Afrikaanse milities in tegen Arabische milities uit Tsjaad en vanuit Soedan. „Tsjaad heeft geen nationaal leger meer”, constateerde enkele maanden geleden Gata Nder, interim-directeur van de krant Observateur in N’Djamena. „We hebben alleen nog een tribaal leger geholpen door huurlingen.”

Déby werpt zich op als slachtoffer van het verketterde Soedan, maar de Tsjadische president neemt zeker geen neutrale positie in bij het conflict in Darfur. Eén van de twee hoofdgroepen in Darfur, de Beweging voor Gerechtigheid en Gelijkheid (JEM), heeft bases ten noorden van de Oost-Tsjadische stad Abéché. Facties van de andere hoofdbeweging, het Soedanese bevrijdingsleger SLA, mogen van Déby rekruteren in de vluchtelingenkampen in Tsjaad. De nieuwe stroom Tsjadische ontheemden sinds eerder dit jaar is het gevolg van aanvallen van milities, gesteund door de overheid. En de Presidentiële Garde van Bozizé liet tientallen dorpen in het noorden platbranden. Déby en Bozizé zijn zo slachtoffer van de destabilisatie in de regio door de Soedan, maar plegen zelf ook wandaden.

De conflicten in Soedan, Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek staan nauw met elkaar in verband en vallen, in de woorden van een hoge VN-medewerker in Abéché, „alleen door een regionale aanpak op te lossen. Als er een politiek akkoord in Darfur zou worden gesloten, wijken de gewapende groepen die het niet ondertekenen uit naar Tsjaad om de strijd voor te zetten, en vice versa.”