Moeilijke muziekjes en veel luidruchtigheid

Tien gerenommeerde musici gaan op Fire in the City de muzikale confrontatie aan.

Improvisatiejazz is „muziek voor moedigen, niet voor watjes”.

Een nauw straatje in, twee trappen af, halfdonkere kelder in. Jazzy klanken komen je tegemoet. De relatief kleine concertzaal met verlaagd plafond ademt een intieme atmosfeer. Een klassieke jazzclub? Nee. Dat zeker niet.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is er op het Utrechtse SJU Jazzpodium ook ruimte voor hiphop, funk, electro en wereldmuziek. „Wat alle avonden gemeen hebben, is de rol van improvisatie”, zegt artistiek directeur Marcel Kranendonk.

Morgenavond, tijdens het minifestival Fire in the City’, staat improvisatie dan ook centraal. Tien internationaal gerenommeerde musici gaan een muzikale confrontatie aan. De aankondiging belooft ‘experiment, improvisatie, fluistermuziek, luidruchtigheid en noise’.

„Het is muziek voor moedigen, niet voor watjes”, zegt Kranendonk. Hoe het klinkt? Geen idee. Het is tenslotte een kwestie van improvisatie. Alleen de ingrediënten staan vast: tien musici, drie klarinetten, twee tenorsaxofoons, twee bassen, een trombone, twee drumstellen, een altsaxofoon, een gitaar en een hoop elektronica.

„De musici zullen de confrontatie aangaan met verwachtingspatronen, zoals dat ook in de moderne beeldende kunst gebeurt.” Maar, voegt hij toe, „het zijn moeilijke muziekjes”. Hou rekening met veel decibellen, afgewisseld met fluistermomenten.

De loop van het Fire in the City Festival wordt grotendeels bepaald door wat de musici die avond willen en hoe het publiek reageert. Wel staat vast dat drie formaties optreden: het kwartet van Frank Gratkowski, het trio van Ab Baars met de Amerikaanse saxofonist/klarinettist Ken Vandermark en het gelegenheidsduo bestaande uit de Noorse ‘herrieschopper’ Lasse Marhaug met zijn elektronische noise en de Nederlandse gitarist Terrie Ex.

De rest van de avond zullen zij in wisselende formaties ‘muzikaal communiceren’: want dat is wat improvisatie eigenlijk is volgens Kranendonk.

Muzikale improvisatie vindt bij SJU plaats binnen uiteenlopende genres. Naast de jazzmiddagen en

-avonden, zijn er ook maandelijkse wereldmuziekavonden. Ook maandelijks is de hiphopavond Rijmtijd, waarbij de MC’s hun ‘rijms droppen’, terwijl ze ondersteund worden door een groep funky musici.

„SJU wil een alternatief zijn voor andere podia, waar vooral pop en rock te horen is”, vertelt programmeur Ties Timmers (27). Jaarlijks komen ongeveer 22.000 mensen af op de concerten. De zaal biedt ruimte voor 153 bezoekers, uiteenlopend van de hoog opgeleide fan van improvisatieconcerten tot streetwise hiphopper – van klezmerfan tot rock-’n-rollfreak. De overeenkomst tussen hen is volgens Timmers dat ze stuk voor stuk van muzikale verrassingen houden.

„We leggen het accent op improvisatie en diversiteit, maar willen ook een goede uitgaansgelegenheid zijn”, aldus Kranendonk. De vrijdagavond is de best bezochte uitgaansavond: Club DJazzive trekt muziekliefhebbers van rond de dertig die vroeg op de avond luisteren naar een live optreden en later dansen op een mix van breakbeats, jazz, soul, fifties, hiphop én de nieuwste elektronische muziek.

Het belangrijkste blijft voor SJU om bij te dragen aan de ontwikkeling van muziek. Kranendonk: „We kiezen voor het stimuleren van vernieuwing, dus past een avond als Fire in the City met avant-gardistische muziek erg goed bij ons podium.” Toen het jazzpodium dertig jaar geleden werd opgericht, was het doel om ‘jazz en aanverwante muziek’ te bevorderen. Dat doel streeft de stichting nog steeds na, maar nu ‘met ruime aandacht voor alle aan jazz gerelateerde muziekstijlen’.

Als het podium in 2011 samengaat met muziekcentrum Vredenburg en poppodium Tivoli om het Muziekpaleis te vormen, verandert voor SJU aardig wat. Het krijgt een eigen jazzclub, concertzaal en workshopruimte. Het is nog de vraag hoe de stichting zich dan zal profileren. Timmers: „We moeten onze eigen identiteit behouden. We zijn niet mainstream. En dat moet het blijven.”