Lieve help! Wat een hartstochten!

Het bijzondere van Het dorp Stepantsjikovo , het eerste boek in de NRC Leesclub, zit ’m in de confrontatie tussen twee psychische ‘gevallen’. Lees en discussieer mee op www.nrc.nl/leesclub

Vijf jaar officiersdienst in het barre Kazachstan had hij achter de rug – en dat was nog niets vergeleken bij de vier jaar die hij daarvoor had doorgebracht als dwangarbeider in Siberië. Maar toen Fjodor Michailovitsj Dostojevski begin 1860 terugkeerde naar zijn geboorteplaats Sint Petersburg, was hij alweer voorzichtig aan een literaire comeback begonnen. Op de novelle Een kleine held na had hij niets gepubliceerd tussen 1849, toen hij wegens subversieve politieke activiteiten gearresteerd werd, en 1859, toen Ooms droom in het tijdschrift Vaderlandse notities verscheen. In september 1860 verpletterde hij zijn lezers met het eerste deel van zijn autobiografische Aantekeningen uit het dodenhuis.

Het dorp Stepantsjikovo en zijn bewoners, dat eind 1859 in Het Russische woord verscheen, is in veel opzichten een scharnierboek in het oeuvre van Dostojevski. De roman heeft het lichtvoetige, Gogol- achtige van vroege romans als Arme mensen en De dubbelganger, maar wie goed leest kan in het verhaal van de landeigenaar die zich laat ringeloren door een Raspoetin avant-la-lettre ten minste één belangrijk thema zien dat in het latere werk zo’n overheersende rol zou gaan spelen: schuldgevoel. Simon Vestdijk, die een essay wijdde aan ‘Het schuldprobleem bij Dostojevski’ (1945), beschouwt de roman juist daarom als een van van Dostojevski’s ‘meest geniale scheppingen’; het onberedeneerde schuldgevoel dat de goeiige Jegor Iljitsj Rostanjev weerloos maakt tegenover de oplichter-huistiran Foma Fomitsj Opiskin vormt in zijn ogen een mooie tegenhanger van het niet-ontwikkelde schuldgevoel van de student Raskolnikov in Dostojevski’s bekendste roman Misdaad en straf.

‘Ik heb schuld,’ zegt Rostanjev al op een van de eerste bladzijden van de roman. ‘Ik weet nog niet, mijn beste, wát ik misdaan heb, maar ik heb een fout gemaakt’ (p. 13). Hij heeft het dan over zijn verhouding met zijn moeder; maar zo’n zelfbeschuldigende instelling (die tegenwoordige lezers vooral kennen van de huiself Dobby uit de Harry Pottercyclus) vormt ook een verklaring voor ‘oom Jegors’ onvermogen om op te treden tegen Foma Fomitsj, zelfs wanneer die hem beledigt, onrechtvaardig behandelt of vernedert. En daarmee zijn we wijzer dan de verteller van de roman, een neef van de gekoeioneerde landeigenaar, die niets zegt te begrijpen van de situatie in het ‘dorp’ Stepantsjikovo: ‘zo’n brutaliteit, zo’n onbeschaamde eigengereidheid van de ene en zo’n vrijwillige slavernij, zo’n lichtgelovige argeloosheid van de andere kant’ (p. 95).

Maar misschien gaan we te hard, en is het goed om vóór het interpreteren eerst eens te beschrijven wat voor roman Het dorp Stepantsjikovo eigenlijk is. Een comedy of manners zou je op het eerste gezicht zeggen: Dostojevski beschrijft met een licht-satirische inslag het met roddel, geldkwesties en huwelijksperikelen gevulde leven in de Russische provincie – een beetje zoals Gogol doet in Dode zielen. Maar het bijzondere van het boek zit ‘m in de confrontatie tussen de twee psychologisch nogal vreemd aangelegde hoofdpersonen, die worden gadegeslagen door de verteller, neef Sergej (die door zijn oom naar Stepantsjikovo is gesommeerd om met een van zijn beschermelingen te trouwen). Oom Jegor wordt beschreven als een zwakke figuur, ‘een veertigjarig kind’. Foma Fomitsj is een laffe, egocentrische parasiet die jarenlang vernederd is in het huishouden van Jegors stiefvader, en die zich onder bescherming van Jegors moeder ontpopt tot de dictator die hij altijd al was. Hun symbiotische relatie dreigt keer op keer verstoord te worden, maar uiteindelijk doet Foma genoeg water bij de wijn om gezamenlijk verder te kunnen. ‘De ontknoping kwam zo onverwacht, dat iedereen paf stond’ (p. 202).

In iets meer dan 200 pagina’s doet Sergej (lees: Dostojevski) verslag van het ‘gekkenhuis’ waarin hij verzeild raakt. Het landgoed is de verzamelplaats voor tal van hysterische, drankzuchtige en gefrustreerde personen, die op diverse manieren met elkaar verbonden zijn. Al snel beseft de lezer dat de nadruk op de irrationele schuldgevoelens van oom Jegor niet het enige typisch-Dostojevskiaanse aspect van het verhaal is. Alle personages zijn knettergek, om met de Dostojevski-hater Vladimir Nabokov te spreken. En voortdurend worden er knuppels in het hoenderhok gegooid, van een schaking en een plotseling huwelijksaanzoek tot de opkomst van een bezopen geleerde. ‘Lieve help! Wat een hartstochten!’ roept een van de gasten in Stepantsjikovo terecht uit.

‘De grootste dramaturg sinds Shakespeare’ noemde de literatuurkenner George Steiner Dostojevski. Maar Nabokov omschreef hem juist als een ‘gemankeerd toneelschrijver’. Het is aan de lezer om te bepalen wie van de twee gelijk heeft in het geval van deze roman. Maar dat laat onverlet dat de roman leest als de novelization van een toneelstuk, een klucht (zoals een van de personages zelf zegt); en ook dat er nogal wat vragen na het lezen overblijven. Is Het dorp Stepantsjikovo inderdaad een hoogtepunt in het oeuvre van Dostojevski, zoals Vestdijk beweerde? Zijn de hoofdpersonen meer dan flat characters? Is Oom Jegor honderd procent goed en Foma honderd procent slecht? En, om maar een persoonlijke brandende kwestie aan te roeren: wat bezielde Dostojevski toen hij zijn roman de ondertitel ‘Uit de gedenkschriften van een vergeten burger’ meegaf?

Volgende week in de Leesclub: Margot Dijkgraaf over het komische bij Dostojevski. Discussieer mee op www.nrc.nl/leesclub, waar ook een dossier over Fjodor M. Dostojevski te vinden is. Meer informatie over Dostojevski op de website The Ledge (www.the-ledge.nl), die met de Leesclub samenwerkt. ‘Het dorp Stepantsjikovo’ is, net als de andere titels die in de Leesclub besproken zullen worden, te koop via www.nrc.nl/extra

Dit is aflevering 1 in de discussie over ‘Het dorp Stepantsjikovo’ van Dostojevski. Discussieer mee op www.nrc.nl/leesclub, waar ook eerdere artikelen te vinden zijn. Meer informatie is te vinden op de www.the-ledge.nl, die met de Leesclub samenwerkt.

Het dorp Stepantsjikovo (Dostojevski, okt.) – Bouvard en Pécuchet (Flaubert, nov.) – Jacobs kamer (Woolf, dec.) – Een man wordt ouder (Svevo, jan.) – Felix Krull (Th. Mann, febr.) – Het genadeschot (Yourcenar, maart) – Huwelijksverhalen (Strindberg, apr.)