Kosovo: rebellengroep is terug

De Kosovaarse televisie heeft gisteren beelden uitgezonden van gewapende en gemaskerde leden van het Albanese Nationale Leger (AKSh), een schimmige rebellenbeweging die in het verleden aanslagen heeft gepleegd in Kosovo, Zuid-Servië en Macedonië. Ze ‘controleerden’ auto’s op een weg van en naar de grens met Servië en zeiden zich voor te bereiden op een eventueel gewapend conflict met de Serviërs, als Kosovo zich eenzijdig onafhankelijk verklaart.

De televisie liet Gafur Adili aan het woord, politiek leider van het AKSh. Hij zei het binnen- en buitenlandse publiek op voorhand te hebben gewaarschuwd dat de diplomatieke pogingen om de kwestie-Kosovo te regelen „op hun eind lopen”. Maar die waarschuwingen, zei hij, zijn genegeerd.

Servië wees gisteren bij monde van president Boris Tadic de internationale gemeenschap op het gevaar dat uitgaat „terroristische organisaties” in Kosovo. Zij zouden de Servische minderheid in Kosovo intimideren en terroriseren en daarmee het onderhandelingsproces over de toekomst van Kosovo bedreigen. Tadic liet weten ook tijdens zijn recente bezoek aan de VN in New York gesprekspartners op dat gevaar te hebben gewezen. In Servië wordt al geruime tijd gezegd dat in Noord-Macedonië en Kosovo Albanese ‘terroristen’ zich klaar maken voor gewapende acties tegen Serviërs. De premier van Kosovo, Agim Çeku, noemde het opduiken van het AKSh „een slechte boodschap”.

Het VN-bestuur in Kosovo, UNMIK, beschouwt het AKSh formeel als een terreurorganisatie sinds een aanslag van het AKSh op een spoorlijn, in 2003. De organisatie vocht in 2001 en 2003 met een lokale rebellengroep tegen de Servische gezag in het zuiden van Servië. Het was ook actief in Macedonië, waar het – anders dat het rebellenleger van de Macedonische Albanezen, het UÇK – streed voor afscheiding van de gebieden van de Albanese minderheid.