Ken uw cortex

Journalist Steven Johnson en neuroloog Elkhonon Goldberg beschrijven de werking van de hersenen in het alledaagse leven. Nuttige zelfkennis is het resultaat.

Steven B. Johnson: Op reis door je brein. Ontdek hoe je hersenen werken. Scriptum, 255 blz. € 19,95. (Vertaling van ‘Mind Wide Open: Your Brain and the Neuroscience of Everyday Life’)

Elkhonon Goldberg: De wijsheidsparadox. Hoe het verstand groeit terwijl de hersenen ouder worden. Wereldbibliotheek, 352 blz. € 22,50. (Vertaling van ‘The Wisdom Paradox: How Your Mind Can Grow Stronger As Your Brain Grows Older’)

Waarom houden we zo erg van onze kinderen?

Omdat sterke gevoelens nodig zijn om moeilijke dingen mogelijk te maken in een mensenleven, en kinderen verzorgen en opvoeden is niet makkelijk.

Dit is zo maar een moment van inzicht dat Steven Johnsons fenomenale hersenboek Op reis door je brein oplevert. ‘Hoe moeilijker het doel, des te sterker het gevoel’, legt hij uit. Zó is het menselijk hormoonsysteem afgesteld tijdens onze lange evolutie, zó zitten onze hersenen in elkaar, en eigenlijk ook: zó zit ons leven in elkaar. Want niemand ademt met vertedering zuurstof in, terwijl dat toch cruciaal is voor overleving. Zuurstof is overal, ademen gaat moeiteloos. Maar bij de eigen kinderen slaat al bij het eerste contact ogenblikkelijk een geavanceerd beloningssysteem aan, waarmee we alle gedoe, alle tegenslag en alle moeite zomaar kunnen doorstaan. Johnson: ‘De eerste keren dat ouder en kind naar elkaar lachen behoren tot de mooiste dialogen van de evolutie: hersenen geprogrammeerd voor een specifieke uitdrukking, die reageren op andere hersenen die zijn geprogrammeerd om een intens genoegen te beleven bij de aanblik van die expressie. Het zijn de eerste onuitgesproken klanken in de taal der liefde’.

Steven Johnson (1968) is een Amerikaanse wetenschapsjournalist en zijn boek is een aanrader. Het is een verademing voor de ervaren hersenboeklezer, omdat hier ruim aandacht wordt gegeven aan de rol van emoties en hormonen én omdat Johnson meestal vanuit concrete situaties zijn verhalen opbouwt en daar ook eindigt. Hier is geen dokter aan het woord die zijn boek begint met het zoveelste college hersenanatomie.

Johnson begint daarentegen met de toevallige uitkomst van een test die uitwijst dat zijn adrenalinegehalte sterk samenhangt met zijn neiging om grapjes te maken in een gesprek. ‘Ik had nooit gedacht dat die grappen een chemische reactie in mijn eigen hoofd veroorzaakten. Plotseling leken ze minder op terloopse pogingen tot humor en meer op de honger van een verslaafde op zoek naar een nieuwe kick’.

Eigenlijk weten we het nu wel: ja ja, onze hersenen zijn belangrijk, voor álles. So what? De vraag is nu: wat moeten wijzelf met al die dokterskennis? Johnson geeft het antwoord: ons eigen innerlijk beter begrijpen, dat chaotische denk- en gevoelswereldje beter beheersen.

Dit is de nieuwe trend in hersenboeken. Want op basis van onderzoek aan de frontale cortex laat de neuroloog Elkhonon Goldberg zijn lezer in De wijsheidsparadox nadenken over zijn levensloop: doet hij (of zij) wel genoeg om de broodnodige ervaring en inzichten op te doen waarmee hij op zijn oude dag dementie buiten de deur kan houden? De intuïtie die je nu traint komt je later van pas, als je niet meer zo snel kunt denken. En psychiater Louan Brizendine toont in haar interessante boek De vrouwelijke hersenen (zie kader) hoe hormonen het denken van vrouwen beïnvloeden. Een van haar vele adviezen luidt: ‘laat je alleen omhelzen als je hem echt wil vertrouwen’. Want een omhelzing die langer duurt dan 20 seconden, laat een grote hoeveelheid oxytocine vrijkomen in het vrouwenbrein: een eerste stap naar nauwe hechting aan die man.

Dankzij inzicht in de invloed van neurotransmitters en hormonen op stemmingen, is het mogelijk beter rekening te houden met de effecten van deze lichaamseigen ‘drugs’. Wie die effecten gaat herkennen, kan de bijbehorende gevoelens niet zomaar weg denken, maar ze wel met een korrel zout nemen. Dat is geen reductionisme, dat is zelfkennis.

Zelftwijfel

Belangrijke inzichten genoeg. Bijvoorbeeld: verdriet is niet dat je meer sombere gedachten hebt dan anders, je hebt alleen minder andere gedachten. Verdriet remt de prefrontale cortex, en daardoor daalt het totale aantal gedachten. Johnson: ‘Sinds ik dit weet voel ik de geestelijke verlamming die bedroefdheid teweegbrengt, zonder de neergaande spiraal van zelftwijfel. In plaats van me af te vragen of ik de mentale behendigheid die ik vroeger bezat, ben kwijtgeraakt, wacht ik gewoon af’.

Johnson heeft ook zelf een term gemunt voor dit soort intrigerende ideeën. Traag-verval-ideeën noemt hij die: inzichten die niet als losse weetjes door je brein schieten zonder effect, ‘maar nog weken of maanden doorklinken nadat je ze voor het eerst bent tegen gekomen’.

Kijk, daar staat iemand te praten. Praat hij (of zij) vooral over zichzelf? Of stelt hij wel eens vragen? Die observatie is belangrijk, want als hij ook vragen stelt, draagt die persoon ‘de belofte van intelligentie’ in zich, aldus een belangrijk traag-verval-idee van de Amerikaanse ex-Rus Goldberg in zijn boek De wijsheidsparadox. Goldberg is een leerling van de beroemde Russische neuroloog Aleksandr Luria. Het gaat hier niet om het abstracte IQ uit de beruchte testen, maar om taal, logisch redeneren en ruimtelijk inzicht, om het menselijke vermogen om snel oplossingen te bedenken en toe te passen in akelige situaties.

Deze ‘uitvoerende intelligentie’, zoals Goldberg het noemt, hangt nauw samen met de activiteit van de frontale cortex, het voorste stuk van ons brein. Geen dier heeft zo’n grote frontale cortex als wij. Die zorgt voor ons vermogen tot plannen maken, mentale doelgerichtheid, mentale flexibiliteit, empathie, ons vermogen met onbekende situaties om te gaan.

Goldbergs boek gaat vooral over het groeiende verstand als je ouder wordt – een verrassend concept in deze tijden van verheerlijking van multitasken en snelheid. Goldman beschrijft welk ijzingwekkend anatomisch verval zich allemaal onder het ouder wordende schedeldak afspeelt, het zijne niet uitgezonderd. ‘Over het geheel genomen is mijn geest zwakker noch sterker dan tientallen jaren geleden’, schrijft hij. ‘Ik ben lang niet meer zo goed in moeizame, complexe, doelgerichte mentale berekeningen. Andere dingen zijn echter gemakkelijker geworden. Wanneer ik word geconfronteerd met wat uiterlijk gezien een uitdagend probleem is, omzeil ik op de een of andere manier de moeizame mentale berekeningen die als bij toverslag onnodig lijken te zijn geworden. De oplossing komt moeiteloos, naadloos, schijnbaar vanzelf. Ik heb in de loop der jaren mijn vermogen tot zware mentale arbeid verloren, maar mijn vermogen om onmiddellijk en bijna onrechtvaardig gemakkelijk tot inzicht te komen lijkt sterker te zijn geworden.’

Wat is hier aan de hand? Het onvermijdelijke verval van de ouder wordende mentale vermogens wordt kennelijk met kracht gecompenseerd door een groeiend vermogen tot patroonherkenning. Het gaat om de de onmiddellijke activering van het juiste denkpatroon, waardoor bijvoorbeeld een oudere manager onmiddellijk voelt: ‘hier gaat iets mis’ en direct de juiste oplossing te voorschijn tovert. Het wordt intuïtie genoemd. Of wijsheid. Hoe meer patronen in het brein, hoe wijzer de kop.

Cognitie-fitness

Toch komt die wijsheid niet aanwaaien. Je kunt ook heel suffig oud worden. Goldberg houdt daarom een verfrissende filippica tegen mentale luiheid op jongere leeftijd. Ouderen kunnen ook wel iets nieuws leren, maar trager en trager. Als je jong bent lijkt alles wel vanzelf te gaan, maar alleen serieuze verdieping van kennis en vaardigheden in die jonge jaren levert later krachtige patroonherkenning op. Het is als de fabel van de mier en de krekel: wie niks opslaat kan later nergens op terugvallen. Dàt is de reden waarom hoger opgeleiden en mentaal actieven later minder last van Alzheimer hebben.

De basis van Goldbergs compensatie-idee is dat de menselijk cognitie uit twee delen bestaat: verkenning van het nieuwe en toepassing van eerder opgedane patroonherkenningen. Hoewel dit proces al maar doorgaat (tenzij dus je nooit nieuwsgierig bent) is er wel een verschuiving gedurende het leven. De verkenning van het nieuwe hoort bij het mentale seizoen van de jeugd, die van de patroonherkenningen bij het seizoen van de ouderdom, schrijft Goldberg.

Volgens hem is die tweedeling van het cognitieve proces zelfs de essentie van het onderscheid tussen de linker en rechter hersenhelft. Opgedane patroonherkenning zit links. Daarom lijkt taal ook links in het brein te zitten: taal is natuurlijk een ultiem voorbeeld van patroontoepassing en -herkenning. Maar bij kinderen gebeurt er rechts ook nog veel met taal. En een tweede taal ‘zit’ bij volwassenen vaak veel in de rechterhersenhelft: die wordt nooit helemaal vertrouwd. Goldberg ontdekte ook dat de rechterhersenhelft bij het ouder worden inderdaad sterkere tekenen van verval vertoont dan de linker. De linker wordt veel sterker gebruikt door ouderen, is zijn verklaring.

Omdat Goldberg zelf in elk geval niet stil kan zitten, heeft hij inmiddels een vrij succesvolle cognitie-fitness voor ouderen ontwikkeld, die hij beschrijft in zijn laatste hoofdstuk. En niet alleen de op allerlei deelgebieden van aandacht, taal, redeneren enzovoorts toegespitste computeroefeningen pakken goed uit, de groeiende onderlinge competitie onder de deelnemende ouderen heeft een versterkend en verjongend effect, zo merkte Goldberg. Veel ouderen verkeren in een volkomen onterechte toestand van aangeleerde cognitieve hulpeloosheid, dat is óók een conclusie van dit boek. Ontwaakt!

De bijlage Wetenschap & Onderwijs publiceert morgen een artikel van Douwe Draaisma over het ouder wordende geheugen.

Rectificatie / Gerectificeerd

IQ

IQ-test toetst taal, logisch redeneren en ruimtelijk inzicht. In de recensie Ken uw cortex over hersenboeken (Boeken, 05-10-2007) werd door een redactiefout gesuggereerd dat een IQ-test iets heel anders zou testen.