Intieme levenstekens

Adri P. van Vliet: ‘Een vriendelijcke groetenisse’. Brieven van het thuisfront aan de vloot van De Ruyter (1664-1665). Van Wijnen, 392 blz. €49,50

Tot de meest oorspronkelijke uitgaven in dit Michiel de Ruyterjaar hoort de brieveneditie van de historicus Adri van Vliet. Het zijn 97 brieven aan opvarenden van De Ruyters vloot in 1664 uit het archief van de Engelse admiraliteit. De Ruyter was dat jaar aan een reis naar de Middellandse Zee begonnen, maar dat liep uit op een expeditie tegen de Engelsen naar West-Afrika, vandaar naar de Caraïben en pas daarna weer terug. Die vloot telde 2.400 man op twaalf schepen. Zij zouden 16 maanden op zee blijven, maar in november 1664 toen deze brieven werden geschreven, rekende men op een reis van een paar maanden.

Van de briefschrijvers is 61 procent echtgenote, 21 procent vader of moeder, de rest is een verwant of vriend. De geadresseerden behoorden deels tot het hogere kader, maar er waren ook vele matrozen en vaklieden bij zoals kanonniers, chirurgijns en timmerlieden. Zij hadden hun gezin achtergelaten niet alleen in grote onzekerheid, maar vaak ook met schulden. En niet alleen heerste net in dat jaar een verwoestende pest, ook lag ten gevolge van de naderende oorlog met Engeland de economie goeddeels stil.

De achtergebleven vrouwen moesten het hoofd boven water houden met kinderen of met nog een kind op komst. Het is aangrijpend om in sobere, onbeholpen regels over hun overlevingsstrategieën te lezen: het ontlopen van schuldeisers, het bijverdienen met wat verstel- of naaiwerk, het belenen van kleding en sieraden. Vaak moest de familie bijspringen.

Het is de vraag of al die niet- of laagopgeleide vrouwen zelf deze brieven schreven of dat ze gebruik maakten van professionele briefschrijvers. In alle brieven worden vaste formules gehanteerd, ter begroeting en ten afscheid, maar daarnaast staat er erg veel persoonlijks in: over het missen, het lange wachten op een bericht, over geboorte, huwelijk en dood en hier en daar een roddel. De grote onderwerpen zijn de pest en de geruchten over oorlog tegen de Engelsen.

Elke brief is gereproduceerd en Van Vliet heeft er zijn transcriptie bij geplaatst. Ondanks annotaties zal niet iedereen het oud-Nederlands moeiteloos kunnen begrijpen. Het achterelkaar lezen van 93 van deze droeve en onderling verwante brieven kan op den duur wat te veel van het goede zijn. Dit royaal uitgegeven boek is dan ook in de eerste plaats een bronnenuitgave voor onderzoek door neerlandici naar taalgebruik en voor historici naar de keerzijde van de roemruchte acties van onze grootste vlootvoogd.