‘Het monument stond gewoon in de weg’

Een monument in Roermond was goed gestut om het te beschermen tijdens de sloop van andere panden. Toch stortte het in.

Het monument in Roermond dat op 4 september instortte ondanks de beste bedoelingen van de gemeente en de aannemer. Foto Jeroen Kuit Roermond 04-09-2007. Monumentaal pand aan de Neerstraat gaat onbedoeld toch tegen de vlakte. Foto Jeroen Kuit Bestemming NRC I.o.v. Joyce Siahoxa Fotografie Jeroen Kuit

Er is een monument omgevallen. Het stond aan een winkelstraat in de binnenstad van Roermond. „Het pand bezit architectonische waarde vanwege zijn gave, karakteristieke negentiende-eeuwse verschijningsvorm”, vermeldt de gemeentelijke monumentenlijst van Roermond. „Het pand is een onlosmakelijk onderdeel van de aaneengesloten monumentale gevelwand langs de Neerstraat.”

Het pand zou gespaard blijven bij het bouwproject De Steenen Trappen. Het project behelst de restauratie van een zeventiende-eeuws gebouw, de sloop van enkele minder waardevolle panden, de bouw van ruim zeventig appartementen, een parkeergarage en een fietsenstalling. De restauratie van het hoofdgebouw werd een jaar geleden ingezet en is voltooid. Aan de nieuwbouw wordt gewerkt.

Op dinsdag 4 september ging het mis. Omliggende panden waren gesloopt. Het gemeentelijke monument stond alleen. Ernaast lag een pakket zand waarmee een kelder van een gesloopt pand was volgestort. Het zand werd in elkaar getrild, en dit is er misschien de oorzaak van geweest dat het huis grote scheuren is gaan vertonen en dreigde in te storten. Wethouder Jos van Rey (VVD): „Ik kreeg telefoon dat het pand dreigde in te storten. Ik heb onmiddellijk alles in het werk gesteld om dat te voorkomen. Even later kreeg ik het bericht dat het gevaarlijk voor passanten zou zijn om op de instorting te wachten. We hebben toen besloten om het pand gecontroleerd te laten instorten.”

Had het incident kunnen worden voorkomen? Omwonenden vermoeden van wel. Theo Boom is boekhandelaar op enkele meters afstand. Het pand viel die dinsdagmiddag zijn richting op. De schade bleef beperkt tot een barst in een vensterbank. Theo Boom: „Ik kan mij niet voorstellen dat dit niet met voorbedachte rade is gebeurd. Er lopen hier dagelijks tientallen technici rond. Had niemand kunnen voorzien dat als je kelders sloopt, die volstort met zand en vervolgens gaat trillen, het pand ernaast gevaar loopt? Dat zou wel héél amateuristisch zijn. Ik zou willen weten in wiens opdracht de kelders zijn gesloopt, het zand is gestort en vastgetrild.” Het belang om het huis te laten instorten is evident, zegt de boekhandelaar. „Restaureren is duurder dan slopen.” Zo denkt ook Leonard Fortuyn erover, voorzitter van de Stichting Ruimte die opkomt voor monumenten in de stad. „Het huis stond in de weg”, zegt hij.

Projectontwikkelaar Muermans ontkent de beschuldigingen met klem. Het bedrijf heeft zowel de aannemer als de sloper aansprakelijk gesteld. Directeur Frans Steegh: „We hebben de panden naast het ingestorte pand handmatig moeten slopen. Dat heeft tienduizenden euro’s gekost. Bovendien hebben we het pand moeten stutten. Dat doe je niet als je vervolgens het pand wilt laten instorten. We hebben dit verliesgevende project aangepakt om iets te doen voor Roermond. We hebben er geen belang bij om in een kwaad daglicht te worden gesteld.” De aannemer, Laudy, laat weten dat van boze opzet geen sprake is. „Wij hebben naar eer en geweten geprobeerd het huis te behouden om het later voor gebruik weer geschikt te maken.”

Hoe heeft het pand dan kunnen bezwijken? Een bouwkundig adviesbureau heeft vastgesteld dat het pand „deugdelijk gestut” was door steigers en ankers. „Deze constructie is door ons met de aannemer vooraf doorgesproken en door ons ter plaatse op deugdelijkheid gecontroleerd en akkoord bevonden”, aldus een brief aan de projectontwikkelaar. „Waarschijnlijk omdat het pand middels de degelijke stutconstructie als een stijve doos werkte, heeft de plaatselijke verzakking van het pand aan de achterzijde ertoe geleid, dat het gehele pand meegetrokken werd.” De verzakking, stellen andere deskundigen, kan ook zijn veroorzaakt doordat bij de sloop van de kelders uit panden ernaast de onderling verbonden vloeren zijn weggehaald en daardoor de „zijwaartse spanning” is weggevallen.

Voorzitter Fortuyn van de Stichting Ruimte verwijt de gemeente het verlies van het monument. „Dit geval past in het wanbeleid dat de gemeente op het gebied van monumenten voert”, zegt hij. „Het is het topje van de ijsberg. Men doet beloften die niet worden ingelost. Projectontwikkelaars wordt de hand boven het hoofd gehouden. Afwegingen tussen economie en behoud van cultureel erfgoed vallen vrijwel altijd uit in het voordeel van de economie.”

Het stadhuis is boos over de beschuldigingen, afkomstig van een club „querulanten” die er een sport van heeft gemaakt om het monumentenbeleid dwars te zitten. Wethouder Van Rey: „Wij zijn een prachtige monumentenstad. We hebben een oud kazernegebouw laten restaureren. We hebben de moutfabriek hersteld. We hebben de tekenschool en de ambachtsschool gerestaureerd. We gaan van het gemeentelijk museum een apart huis voor Pierre Cuypers maken, de architect over wie veel te weinig mensen weten dat die hier heeft gewoond en veel heeft gebouwd. Ook met dit pand zijn wij zorgvuldig omgegaan. Je geeft toch geen duizenden euro’s uit om het te laten instorten?”

De gemeente Roermond wil in elk geval proberen uit het ingestorte materiaal delen te bewaren, om daarmee een reconstructie van de voorgevel, het meest waardevolle deel, mogelijk te maken. „Dat gaat zeker lukken”, zegt Hans Hondelink, coördinator monumentenzorg en archeologie van de gemeente. „We hebben het materiaal, maar er zijn ook gedetailleerde tekeningen beschikbaar.” Wel levert dit alles vertraging op. Er moet opnieuw een bouwvergunning worden aangevraagd.