Groningse binnenstad is nu helemaal een hotspot

De stad Groningen heeft sinds gisteren als eerste van Nederland een draadloos stadsnetwerk. Nuttig voor politie en brandweer, maar ook voor studenten.

In de Groninger binnenstad hangen veertien kastjes met kleine zendertjes. Samen vormen ze het draadloze stadsnetwerk, dat gisteren als proef officieel van start ging. Groningers hoeven niet meer op zoek te gaan naar een internetaansluiting. Groningen heeft hiermee de landelijke primeur. In andere Europese steden, zoals het Belgische Blankenberge en in diverse Amerikaanse steden bestaat een draadloos netwerk al langer.

De proef is een uitvloeisel van het Akkoord van Groningen, waarin de gemeente, de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool in 2004 afspraken een half miljard euro te investeren in innovatie. Niet zozeer de technologie is revolutionair, als wel de schaal waarop die wordt toegepast. In een groot deel van de binnenstad kunnen studenten van de universiteit en de hogeschool inloggen op hun abonnement en bijvoorbeeld kijken of een tentamencijfer al bekend is. „Je kunt het netwerk beschouwen als een draadloos stopcontact, waarop je kunt inloggen”, vertelt A. F. Makovec van distribiteur Alcadis. „Normaal kan dat alleen bij hotspots. Dit netwerk maakt kabels overbodig.”

Het aantal toepassingen is groot, zei burgemeester Wallage gisteren. „Je kunt het stroomverbruik van straatverlichting beter reguleren of sneller weten wanneer ondergrondse vuilcontainers vol zijn.” Ook de brandweer, die nu gebruik maakt van gedrukte plattegronden van panden, kan op weg naar een brand, dus veel sneller, over deze informatie beschikken. De gemeente denkt na om bepaalde groepen, zoals bijstandsgerechtigden, ook toegang te geven tot het stadsnetwerk via een gemeentelijk abonnement.

Gisteren waren er in het Groningse stadhuis enkele praktijkvoorbeelden te zien. De Groningse politie hoopt dankzij het netwerk sneller gegevens te krijgen op de PDA, het handcomputertje waarmee wijkagenten sinds deze zomer de straat opgaan en die aangeeft of iemand op een bepaald adres nog een boete heeft openstaan. Nog dit jaar moet er een surveillanceauto rijden met twee ingebouwde camera’s. Centralisten op de meldkamer, maar ook agenten die achter hun collega’s aanrijden, kunnen dan met behulp van de videobeelden direct zien wat zich ter plekke afspeelt. Ook kan er belangrijke tijdwinst geboekt worden, vertelt projectleider Elle de Jonge, die bij de politie van Californië in de praktijk zag hoe het netwerk functioneert. „De computer checkt automatisch welke politieauto waar is en stuurt de dichtstbijzijnde wagen naar een spoedmelding. Daar komt geen meldkamer meer aan te pas.”

Een andere toepassing is flexibel cameratoezicht. Nu moet voor elke camera een aparte kabel worden aangelegd, om het signaal door te geven naar de plaats waar de beelden worden bekeken. Duur en weinig flexibel. Mobiele camera-units kunnen nu snel worden ingezet bij bijvoorbeeld evenementen, en ze kunnen ook 24 uursobservaties doen. In Groningen voorspelt men dat stadsnetwerken binnen tien jaar even normaal en onmisbaar zullen zijn als stadsverlichting en openbaar vervoer. Wallage: „Vijftien jaar geleden zagen weinigen het nut in van een gsm. Je kon toch naar een telefooncel? Nu is hij onmisbaar. Dat zal hiermee ook zo gaan.”