Grenzen van een boycot

De roep om een boycot van Birma klinkt steeds luider. In Nederland zijn Burma Centrum, X-Y, FNV en Milieudefensie een campagne begonnen. Bedrijven als Bruynzeel, Siemens en Total moeten zich volgens de initiatiefnemers terugtrekken uit Myanmar.

Strafmaatregelen zijn volgens de pleitbezorgers de beste remedie tegen het militaire bewind in Myanmar, dat nu zelfs de boeddhistische geestelijkheid hard aanpakt om de macht te kunnen behouden. Want ondanks de voorzichtige doorbraak, die VN-gezant Ibrahim Gambari gisteren zou hebben bereikt, gaat de repressie in Birma gewoon door.

Een boycotcampagne spoort met de tactiek van oppositieleider en Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi en staat haaks op de eis van juntaleider Than Shwe dat ze deze eis ter wille van een beginnende dialoog juist moet laten vallen.

Wanneer een onbetwiste morele leider als Aung San Suu Kyi om sancties vraagt, is het moeilijk kritische kanttekeningen te plaatsen. De Europese Unie heeft aan haar pleidooi gehoor gegeven door haar sanctiebeleid tegen Birma te verscherpen. In het geval van Birma is het echter wel gepast om de vraag op te werpen hoe effectief sancties eigenlijk zijn.

Economische strafmaatregelen versterken het isolement van een kwaadaardig bewind. Dat boycotacties intussen ook de goede bedoelingen van de bedrijven verhelderen is meegenomen: wie meedoet aan een boycot heeft schonere handen dan wie doorgaat met de handel.

In het specifieke geval van Birma is de vraag hoe ver de sancties moeten gaan gecompliceerder. Ten eerste omdat een Westerse boycot maar het halve werk is. Als handelspartner en supermacht China in het gat springt dat een boycottend Europa achterlaat, pakken maatregelen snel contraproductief uit. Ten tweede omdat het generaalsregime zich niet a priori bedreigd zal voelen door een boycot. Want als de junta, naast gewelddadigheid, één andere ideologische karaktertrek koestert, dan is het een diep verlangen naar isolement. Het Birma van de generaals lijkt daarin op het Noord-Korea van Kim Jong-Il. Dat de junta een paar internetproviders, die toch al onder staatscontrole stonden, heeft geblokkeerd, illustreert dat.

Een volledige boycot van Myanmar is daarom niet wenselijk. Sancties zijn zinvol, mits ze niet generiek zijn maar heel specifiek worden toegespitst op die sectoren van de economie, die onontbeerlijk zijn voor de overleving van de junta. Strafmaatregelen, die leiden tot een sociaal en cultureel isolement van de Birmaanse bevolking, moeten daarentegen worden vermeden. Eenvoudig gezegd, de Birmezen hebben scheepsladingen mobiele telefoons, computers en netwerkservers nodig om ze, tegen de wil van de junta in, op de buitenwereld aan te sluiten.