Een kleurtje? Dat is wennen voor Waspik

Een Liberiaans gezin in Waspik is weggepest. Ze werden uitgescholden en er gingen eieren tegen het raam.

De burgemeester noemt het een hype.

Een dorp met vijfduizend inwoners, hooguit vijftig allochtonen en een enkel vluchtelingengezin. Een Liberiaans gezin uit dit dorp, het Brabantse Waspik, moest deze week onderduiken. Eieren tegen het raam, vuurwerk in de brievenbus. De kinderen durfden niet meer met de bus naar school. Oerwoudgeluiden. En toen reed een scooter een dochter aan. Ze vertrokken.

Juist in een gesloten, witte dorpskern als Waspik wordt allochtonen „vaak het leven zuur gemaakt”, zegt Gré Grubben. Hij is beleidsmedewerker van Art. 1, voorheen het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie. Het is bekend, zegt hij, dat in witte wijken die beginnen te „verkleuren” mensen stemmen op partijen met radicale ideeën. „De angst voor allochtonen is daar niet gestoeld op gedrag, maar op uiterlijk, op vooroordelen. Ze zijn bang voor wat ze niet kennen.”

Het gaat om kleine dorpskernen, zegt hij, waar weinig nieuwe huizen mogen worden gebouwd. Jongeren die uit huis gaan, willen er blijven wonen. „Honderd vluchtelingen op de wachtlijst voor een woning in Amsterdam, dat merkt niemand. Van dat ene gezin in een dorp wordt gezegd dat het dat huis inpikte.”

De gemeente Waalwijk, waar Waspik toe behoort, zegt dat een groep jongeren treitert. „Met Waspik”, zegt burgemeester Nol Kleijngeld (PvdA), „is verder niets mis”.

Woensdagavond. Jongens op het dorpsplein in donkere bomberjacks. Op één staat Holland hardcore, anderen hebben een Nederlandse vlag op hun bovenarm. Een jongen zegt niets tegen buitenlanders te hebben. „Wel tegen mensen die niet werken.”

Wat in Waspik gebeurde staat niet op zichzelf, zegt ook Floris Tas, beleidsmedewerker van het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit van de politie. In een ander ‘wit’ dorp kreeg de politie laatst een brief van buurtbewoners. Ze wilden niet dat „dat apengezin”, een Marokkaans gezin, in hun buurt kwam.

Maar het kan ook juist goed uitpakken, zegt hij. In Friesland worden vluchtelingen vaak hartelijk in het dorpsleven opgenomen. Wat maakt het verschil? Gemeentebestuurders, zegt hij, moeten ervoor zorgen dat plaatsing van deze gezinnen in zulke dorpen goed wordt begeleid.

Een hype noemt de Waalwijkse burgemeester Kleijngeld de ophef over het Liberiaanse gezin. Het is duidelijk dat als er sprake is van pesterijen, en zeker als die een discriminerende achtergrond hebben, daar iets aan moet worden gedaan. Maar, zegt hij, het gaat om „tien tot twintig” jongeren op vijfduizend inwoners.

Soms zijn de bedreigingen heel subtiel, zegt Tas van het Expertisecentrum Diversiteit van de politie. Een hakenkruis op een huis dat vrijkomt. Geen buitenlander wil er dan meer wonen. Extreem-rechts rukt op, zegt hij. Woningcorporaties krijgen vaker te maken met burenruzies „met een racistische ondertoon”.

In Waspik zegt de beheerder van het sociaal-cultureel centrum dat ze er enkele jaren geleden opeens waren, de rechts-extremistische jongeren. Het is vaak verveling dat de jongeren bindt, zegt hij. Maar ook frustratie. „Velen zijn op zoek naar een woning. Maar dat is lastig.”

In een interview met het Brabants Dagblad zegt Ophelia Hayes, de moeder van het Liberiaanse gezin, dat niet alleen de bewuste jongeren zich schuldig hebben gemaakt aan pesterijen en racisme. Haar kinderen durfden niet met de bus naar school, omdat ze dan werden getreiterd door schoolgenoten. Op straat en in winkels werden ze uitgescholden voor aap.

Bewoners zeggen dat het Lonsdale-jongeren zijn die het gezin teisterden. De overbuurman van het gezin zegt: „Ze zijn tegen alles met een bruin of een zwart kleurtje.” Volgens hem heeft Waspik niets tegen buitenlanders. „Voor een enkeling is het alleen even wennen.”