Een digitaal sleepnet

Terrorismebestrijding neemt steeds meer de vorm aan van „het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens over almaar grotere groepen onverdachte personen”.

Dat deze constatering van Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens uit 2005 een understatement is, werd gisteren in de Tweede Kamer duidelijk. Daar boog de Kamer zich over een wetsvoorstel van minister Ter Horst (PvdA, Binnenlandse Zaken) dat de bevoegdheden van inlichtingendiensten zeer sterk uitbreidt. Vervoersbedrijven, banken en telecombedrijven moeten voortaan gegevens van individuele burgers en groepen verplicht aan de algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD afstaan.

Dat betekent dat betalingsverkeer, telefoongesprekken, websurfgedrag en gebruik van openbaar vervoer (met dank aan de ov-chipkaart) van grote groepen burgers eventueel ‘live’ bij de AIVD bekend zullen worden. Ook wil minister Ter Horst de bevoegdheid krijgen om andere, nog nader aan te wijzen, ‘bestuursorganen’ en ‘instanties’ daartoe te verplichten. De minister zei nog geen concrete ideeën te hebben over welke organisaties dat zullen zijn. Maar een blanco cheque is in dit wetsvoorstel alvast geregeld. Per algemene maatregel van bestuur kan er straks inzage worden afgedwongen bij nog onbekende ‘communicatiediensten’ en financiële dienstverleners, variërend van makelaars tot uitgevers van digitale dagbladen.

Gelukkig dwong de Tweede Kamer de toezegging af vooraf op zo’n maatregel te mogen reageren. Maar feitelijk wordt de inlichtingendienst in staat gesteld om gedragspatronen van groepen burgers te analyseren met een techniek die data mining wordt genoemd, oftewel de ‘sleepnetmethode’. Inlichtingendiensten hanteren daarbij profielen: blauwdrukken van verdacht gevonden kenmerken. Wie vaak belt met Kabul, halal koopt bij AH, geld pint nabij een moskee én het Friesch Dagblad online leest, scoort vermoedelijk nog net voldoende. Maar het scheelt niet veel.

Het wettelijk criterium dat het bij AIVD-onderzoek moet gaan om personen die een ernstig gevaar voor de democratie vormen, tegen wie een veiligheidsonderzoek loopt of andere objectieve indicaties zijn, is daarmee dus uitgehold.

Nu wordt volgens Kohnstamm de burger liever slachtoffer van een aanslag op z’n privacy dan op z’n leven. Na de terreuraanslagen in Madrid en Londen is inderdaad vastgesteld dat de daders eerder gesignaleerd hadden kunnen worden als de databases beter toegankelijk waren geweest. Maar dat er nu ook een harde noodzaak is om de bevoegdheden van de AIVD uit te breiden is niet aangetoond. Dat meer bevoegdheden ook tot meer resultaten leiden,blijft een aanname.

Uit een recent rapport ‘Data voor daadkracht’, bleek dat gegevensverzameling voor opsporingsdoelen bij de overheid in grote wanorde verkeert. Het gebeurt niet zorgvuldig, niet effectief, niet doelmatig, niet proportioneel. Er is geen strategische samenwerking, geen eenduidige systematiek, geen bestuurlijke aandacht, geen politiek debat, een moeizame uitwisseling van gegevens en er ontbreekt een gemeenschappelijke visie. Nergens viel te lezen dat de staat bevoegdheden tekort komt. Het ontbreekt eerder aan effectiviteit en goede organisatie. Dat moet dus eerst geregeld worden. En dan kan later alsnog worden bezien of het nodig is dat iedere burger zich digitaal geheel laat uitkleden door de staat.

Lees het rapport Data voor daadkracht op bzk.nl Zoek op trefwoord Bosma