De PvdA vindt referendum nu echt niet meer nodig

Aan de kritiek van de nee-stemmers is tegemoet gekomen, vindt Balkenende.

Dus is een referendum niet meer nodig, vindt de PvdA

Premier Balkenende weet het sinds gisteravond helemaal zeker: er is weliswaar roep om een nieuw referendum over het Europees verdrag, maar het komt er niet. Tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer bleek zonneklaar hoe de politieke verhoudingen liggen. En die laten zien dat de meerderheid voor dit instrument die er vier jaar geleden nog wel was, nu niet meer bestaat.

Dat het deze kant uit zou gaan was vorige week dinsdag al duidelijk geworden nadat de PvdA-Tweede Kamerfractie had besloten geen steun te zullen verlenen aan een initiatiefwetsvoorstel die een referendum mogelijk zou moeten maken. Steun van de PvdA was cruciaal voor de benodigde meerderheid. Maar de socialisten schaarden zich achter een advies van de Raad van State waarin wordt gesteld dat het Europees verdrag – bedoeld om de uit steeds meer landen bestaande Europese Unie doelmatiger en doorzichtiger te laten werken – niet van zodanige invloed is op het Nederlands staatsbestel dat hiervoor alle burgers geraadpleegd moeten worden. Een week daarvoor had het kabinet, inclusief alle PvdA-ministers eenzelfde standpunt ingenomen.

Hoewel het door de Partij van de Vrijheid aangevraagde spoeddebat formeel over het kabinetsbesluit ging, stond de gewijzigde positie van de PvdA gisteren centraal. Van alle kanten werden PvdA’ers geciteerd die zich in het recente verleden hadden uitgesproken voor een referendum. Zoals PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar die, kort nadat de regeringsleiders van de Europese Unie in juni een akkoord hadden bereikt over de contouren van een nieuw verdrag verkondigde „geen enkel argument te zien om geen referendum te houden”. Ook zei Tichelaar, verwijzend naar het eerdere referendum over de Europese Grondwet, waarbij de Nederlandse bevolking een massaal ‘nee’ uitsprak: „wie A zegt, moet ook B zeggen”. En dan was er natuurlijk die uitspraak van toen nog PvdA-voorman en oppositieleider Wouter Bos in Elsevier van juli 2006 waarin deze stelde: „Als er weer iets komt dat ook maar enigszins lijkt op wat vorig jaar het Grondwettelijk Verdrag heette, dan zal dat wéér via een referendum moeten lopen”. Een opvatting die uiteindelijk ook was terug te vinden in het verkiezingsprogramma van de PvdA van het afgelopen jaar waarin letterlijk staat: „Voor een nieuw (grondwettelijk) verdrag is een nieuw referendum nodig”.

Maar sinds vorige week is een referendum over het nieuwe Europese verdrag dat de omstreden Grondwet moet vervangen volgens de PvdA niet meer nodig. Het bracht de D66’er Boris van der Ham tot de constatering dat „de PvdA zo vaak draait dat je er een dynamo op kan zetten om duurzame energie mee op te wekken”.

Europa-woordvoerder Luuk Blom (PvdA) zei hierop „spuugzat” te worden van de telkens terugkerende verhalen over het draaien van zijn partij. Volgens hem was het standpunt van de PvdA geheel in lijn met de afspraak van het regeerakkoord van PvdA, CDA en ChristenUnie van begin dit jaar waarin stond dat pas over een nieuw referendum zou worden besloten na advies van de Raad van State. En, zo maakte Blom duidelijk, dat advies had overtuigend aangetoond dat er in het nieuwe Europese verdrag geen grondwettelijke aspecten staan die een nieuwe volksraadpleging rechtvaardigen.

Als het kabinet zo ingenomen zegt te zijn met de aangebrachte veranderingen, waarom is het dan zo afkerig om de bevolking nog eens om een oordeel te vragen, vroegen de voorstanders van het referendum premier Balkenende. Deze draaide de zaak om: er was volgens hem in het nieuwe verdrag in zo grote mate aan de kritiek van de nee-stemmers tegemoet gekomen dat een nieuw referendum niet meer nodig was.

De premier kan nu met een gerust hart over twee weken naar de Portugese hoofdstad Lissabon afreizen waar de regeringsleiders van de 27 EU-lidstaten hun definitieve goedkeuring aan het Verdrag moeten geven. De afgelopen weken is het voorlopige akkoord dat zij in juni sloten in een juridische verdragstekst gegoten. Helemaal gelopen is het nog niet: de Polen blijven een tijdelijk groter stemgewicht eisen en willen net als de Britten meer uitzonderingsclausules voor zichzelf.

In Brussel is de stemming vooralsnog dat deze openstaande punten een akkoord niet in de weg hoeven te staan. Maar tegelijk is er voorzichtigheid. Er is immers al vaker voorbarig champagne gedronken op het nieuwe verdrag. Maar één ding is sinds het Kamerdebat van gisteren wel duidelijk: mocht het weer misgaan dan zal dat niet meer de schuld van Nederland zijn.