De preutsheid van Beyoncé

Geef pubers mediales, dat maakt ze weerbaar tegen de vrouwonvriendelijke beeldcultus, adviseert Ronald Plasterk in zijn emancipatienota. Goed idee, mediacursus, ook voor de minister zelf.

Wat voor namen zouden tienermoeders hun baby’s geven? Ik vroeg het iemand die ze helpt bevallen. Is het een meisje? Dan blijken de namen van zangeressen ‘Shakira’ en ‘Beyoncé’ bijvoorbeeld populair. Is het een jongetje? Dan krijgt die vaak de naam van een mannelijke rapper mee.

Kinderen die een kind krijgen, vernoemen hun kroost kennelijk naar onderdanige, billenschuddende zangeresjes en bitch-zeggende hiphoppers, gezien op TMF.

Minister Ronald Plasterk (Emancipatie) suggereert een verband tussen dat vrouwonvriendelijke beeld en meisjesproblemen als tienermoederschap. In het emancipatieplan dat hij vorige week presenteerde stelt hij het beeld aan de kaak van de vrouw als lustobject (lekker ding). Het scheve beeld van de vrouw in videoclips, maar ook op internet en in reclames, kan leiden tot anorexia, loverboys en tienermoederschap.

De minister wil de ‘slachtoffers van deze beeldcultuur’ op verschillende manieren helpen. Door gedragscodes voor de audiovisuele media op te stellen, bijvoorbeeld, met als doel een ‘realistischer’ en ‘veiliger’ beeld van meisjes en vrouwen. Een ander wapen tegen de beeldcultuur is mediatraining. Het vak ‘mediawijsheid’ zou in het curriculum moeten worden opgenomen.

Wie zijn de slachtoffers precies? Wat tienermoeders betreft gaat het jaarlijks om een kleine drieduizend meisjes, waarvan relatief veel niet-westers allochtoon. Het zijn vaak kinderen in probleemwijken; niet Francine Oomen-lezende pubers uit welgestelde, veilige milieus.

Mediales voor die kwetsbare groepen klinkt even verstandig en nuttig als zwemles voor kinderen. Maar is de poel van de beeldcultuur echt zo gevaarlijk?

Tegen de gevaren van de beeldcultus wordt al jaren gewaarschuwd. Dat is – net als bijvoorbeeld de cultuurpessimistische waarschuwingen tegen ontlezing – een dankbaar onderwerp. Wat beeldcultuur precies is, blijft altijd in het vage. Sinds de mens ogen heeft, leeft hij in een ‘beeldcultuur’.

Waarschuwingen tegen beeldcultuur hebben iets gemeen met alarmerende geluiden over ontlezing: de klokkenluiders bedoelen doorgaans dat de boeken die zij zelf goed vinden niet meer gelezen worden. Zo bedoelen zij die waarschuwen tegen beeldcultuur dat de plaatjes die zij zelf geschikt achten niet meer worden bekeken.

Het gevaar van de beeldcultus is vooral een dankbaar onderwerp omdat het zo makkelijk valt te illustreren. Dat de beeldcultuur debiliseert of pornoficeert, toon je aan met beelden van zangeres Beyoncé. Je laat een foto zien van het schaarsgeklede ding en een fotobijschrift lijkt al niet meer nodig: hier zien we een vrouw als simplistisch gebruiksvoorwerp. Quod erat demonstrandum.

De minister haakt met zijn plannen in op de brede maatschappelijke discussie die al een tijdje loopt over de vrouw als lustobject. Zie bijvoorbeeld de documentaire Beperkt houdbaar, over de druk op meisjes om te voldoen aan heersende schoonheidsidealen. De emancipatienota onderscheidt zelf twee kampen in dat debat: ‘of preuts en conservatief, of vrijgevochten en liberaal’.

Inderdaad vallen de reacties op zijn nota zo uiteen. Enerzijds heb je de mannen en vrouwen die de minister om de hals vliegen. Dat zijn zij die het een schande vinden dat meisjes van tien een string cadeau krijgen voor Sinterklaas. Tot het ‘preutse’ kamp hoort bijvoorbeeld filosoof Stine Jensen, expert op het gebied van vrouwen en beeldvorming. Ze is het eens met Plasterk. ‘We willen allemaal ruimdenkend en liberaal zijn’, zei ze tegen de Volkskrant, ‘maar op het moment dat we ontdekken dat onze dochter via Hyves meer vriendjes krijgt als ze haar truitje uittrekt, ligt het anders.’

Op de website mijnkindonline.web-log.nl knikt een ‘verontruste moeder’ instemmend: „Wat een beeldvorming hebben de jongens tegenwoordig van de meisjes en andersom. Ik houd mijn hart vast voor mijn dochtertje.” Ook schrijver Joost Zwagerman zit bij de preutsen. In deze krant viel hij vorige week de „pornodictatuur” aan, die meisjes onderdrukt ‘die niet beantwoorden aan de porno-eisen van opgeblazen ballonborsten en bijgesneden schaamlippen.’

Het liberale kamp vindt dat het allemaal wel weer meevalt. Pornoficatie? Kom, kom. De eerste grotschilderingen representeerden al blote tieten. De Venus van Milo is hitsiger dan Shakira. En die Sloggi-billen langs de kant van de weg veroorzaakten vijftien jaar geleden toch ook al verkeersongelukken. Tot dit kamp van downplayers hoort bijvoorbeeld kamerlid Pechtold. Hij beweerde dat op een Griekse vaas van 3.000 jaar oud dezelfde beelden staan als waar Plasterk bang voor is.

Wie heeft er gelijk? Zolang er geen wetenschappelijk bewijs bestaat voor of tegen het verband tussen TMF-kijken en tienermoederschap, blijft het het ene plaatje tegen het andere (en is de discussie zelf een leçon par l‘exemple van de beeldcultus).

Het preutse kamp zou tegen Pechtold’s Griekse-vazenvergelijking kunnen tegenwerpen dat als die vazen echt even hitsig waren als TMF of Sugababes.nl, het Rijksmuseum van Oudheden meer schoolklassen zou trekken. En dat het punt van Plasterk nu juist is dat de hedendaagse puber dagelijks niet één, maar het equivalent van duizend Griekse porno-amfora’s te zien krijgt. Wellicht kan wat mediawijsheid de discussie verhelderen.

Vooral over internet bestaat onder hen die er niet mee zijn opgegroeid de mythe dat het er een grote orgie is. Allereerst: internet begon als medium waar mensen vooral lezen en schrijven. Nog steeds zijn dat de belangrijkste activiteiten (zie bijvoorbeeld MSN en weblogs). Krijgen pubers tussen de regels door inderdaad duizenden vieze plaatjes te zien? De Volkskrant ging er deze week eens kijken om pornoficerende beelden te turven bij populaire jongerensites. De conclusie van de steekproef: weinig sites doen mee aan seksualisering. Sites zijn relatief braaf. En tegen de echt vieze sites kun je als overheid weinig doen.

Dan de angst voor webcamkinderlokkers op Hyves, waar Stine Jensen en de verontruste moeder naar verwezen (zoals er eerder ook ophef was over de uitdagende foto’s die tienermeisjes van zichzelf plaatsen op Sugababes.nl). Wat gebeurt er allemaal op die sites?

In ieder geval niet een massaal truitje uittrekken van tieners met tanderosie van het Breezer-drinken. Medialessen zouden je kunnen leren dat Hyves en Sugababes profielensites zijn: sociale netwerksites. Die blinken uit door zelfregulering. Je maakt er een profiel van jezelf, aan dat je vervolgens kunt linken aan de profielen van je vrienden. Zo krijg je een online smoelenboeken van je vriendenkring. Met een sterke sociale controle: alles geschiedt er namelijk openbaar. Jouw vrienden zien wat anderen over je schrijven en vice versa. Je bent een domme kinderlokker als je daar je kunstje vertoont.

En de televisie? BNN-voorzitter Laurens Driel zei in reactie op de emancipatienota: „De jonge vrouwen die ik zie bij BNN, hebben allemaal een grote bek en kunnen zeer goed voor zichzelf opkomen. Het zijn allemaal macha’s.” Nu kun je nog zeggen dat naar BNN relatief hoog opgeleide, welgestelde jongeren kijken – niet de slachtoffers van de beeldcultuur.

Die kijken eerder TMF. Wat gebeurt daar? Een bijspijkercursus kan ook hier angst wegnemen. De muziekzender bombardeert ons inderdaad met hitsige zangeresjes, maar net zo goed met feministische rockbitches en zelfbewuste rolmodellen. Plasterk wil meisjes weerbaar maken. Op TMF zijn ze er al mee bezig. Zie bijvoorbeeld eens goed wat Beyoncé Knowles en Shakira doen op TMF, behalve trillen met hun billen. Ze zijn er soms juist heel preuts, in ieder geval in hun teksten. Wie verder dan het plaatje kijkt, leest dat ze bijvoorbeeld zingen over seksuele onthouding en vrouwelijk zelfbewustzijn. Beyoncé, bijvoorbeeld, maakt met haar teksten haar fanschare weerbaar tegen ongewenste avances van oudere mannen. Of predikt dat ware liefde wacht. „I’m the type of chick, who be fightin’ temptation”, zingt ze. „Make you wait, before we have a relation.”

Ook heupwiegende Shakira corrigeert het beeld van de vrouw als lustobject. „I’m not a virgin”, erkent ze in een van haar nummers, „But I’m not the whore you think”.