De man die AH redde

Ernst Weiss: De ooggetuige. Vertaald door W. Wielek-Berg. Herzien door Frank Schuitemaker. Van Gennep, 272 blz. €17,90

Na de succesvolle novelle Jarmila is er nu een roman in vertaling verschenen van de in Praag geboren Duitse schrijver Ernst Weiss (1882-1940). En opnieuw mag je van een meesterwerk spreken. De ooggetuige, geschreven in 1938 (twee jaar voordat de schrijver op de vlucht voor de nazi’s in Parijs zelfmoord pleegde) is Weiss’ bekendste werk, en dat heeft alles met de thematiek te maken: de roman gaat over een arts die aan het einde van WOI de psychisch gestoorde A.H. (Adolf Hitler) behandelt en zo onbedoeld diens latere carrière mogelijk maakt.

Later wordt de Beierse chirurg en psychiater door de nazi’s gearresteerd en gefolterd, omdat hij het voor A.H. compromitterende patiëntendossier niet wil prijsgeven. Zijn joodse vrouw koopt hem vrij door de documenten te overhandigen. Het leven van de inmiddels getraumatiseerde verteller ontspoort daarna, en hij vlucht naar Frankrijk, waar hij zich opmaakt om aan republikeinse zijde deel te nemen aan de Spaanse Burgeroorlog.

Op sublieme wijze weet Weiss deze individuele lotgevallen te combineren met de tijdsomstandigheden. Aanvankelijk is de ik- verteller een eenzame, seksueel sterk geremde man die zich verschanst achter wetenschappelijke objectiviteit. Gaandeweg ontwikkelt hij zich – gedwongen door de gebeurtenissen – tot een politiek en sociaal bewust mens.

Weiss geeft een opvallend gedifferentieerd beeld van Duitsland in de jaren twintig en dertig: de armoede en de ontreddering , de opkomst van Hitler en de latere angst voor de dictator en zijn trawanten. Natuurlijk heeft de verteller een afkeer van deze ‘met angstwekkende krachten begiftigde man’ en hekelt hij zijn jodenhaat en egocentrisme. Toch is hij niet blind voor zijn charisma en intelligentie. Pas later verandert dit, en dan wordt maar al te begrijpelijk waarom Weiss bang was dat het typoscript (hij stuurde het door heel Europa) in verkeerde handen zou vallen. Een politieke bijeenkomst waarop A.H. het woord voert, is als volgt beschreven: ‘Hij stond daarboven, hij snikte, hij schreeuwde, gorgelend braakte hij iets onverklaarbaars uit, iets oers, iets naakts en bloedigs, hij kon het niet tegenhouden, het waren geen samenhangende zinnen meer, geen gearticuleerde woorden […] Zijn overmacht was haat, woede, extase, uitbarsting, krijgsgehuil’.

De ooggetuige is geschreven in helder en zakelijk proza en de gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. De nieuwe vertaling van Frank Schuitemaker leest net zo aangenaam als het origineel. Hopelijk volgen er meer vertalingen van Ernst Weiss, die men als een grote (her-)ontdekking mag bestempelen, van latere romans als Der arme Verschwender (1936) of Der Verführer (1938). ‘Sehr, sehr beschäftigend und ergreifend’, schreef Thomas Mann over dat laatste werk.