Buurthuis voor het hele land

In café De Dolle Mol in Brussel zit Arne Baillière (30). Na een sluiting van enkele jaren is het café weer open. Het café wordt sinds kort zelfs gesubsidieerd door de Vlaamse minister van Cultuur, Bert Anciaux.

De Dolle Mol werd voor het eerst geopend in 1969. Het was een verzamelplaats voor kunstenaars en vrijdenkers. De Parijse studentenprotesten van een jaar eerder lagen nog vers in het geheugen. Veel muzikanten gingen na een optreden in Brussel naar het café, vertelt Arne Baillière. Bob Dylan, Roy Orbison, Joe Cocker, allemaal kwamen ze hier. „En in de jaren zeventig heeft de Congolese regering in ballingschap hier een tijd lang vergaderd.”

Groot is De Dolle Mol niet. En de aankleding is niet indrukwekkend: een bar, enkele eenvoudige tafels en een piano. En toch geloof je de verhalen over vroeger meteen zodra je er bent. De eerste keer dat ik er binnenstap, val ik midden in een gesprek over Nederlandse politiek in de jaren zeventig. Zegt de ene gast tegen de andere: „Ken je boer Koekoek nog?” „Boer Koekoek?” „Ja, vroeger had je Den Uyl, Luns, én Koekoek. Dat waren de bekendste Nederlandse politici in België.”

In 2002 moest De Dolle Mol sluiten. De vereniging die het café uitbaatte, had een conflict met de eigenaar van het pand en met een bierbrouwer. Er kwamen deurwaarders. Jarenlang stond het pand leeg.

Vorig jaar, op 1 mei, stelde filmer Jan Bucquoy voor het café te kraken. Voor één dag, was de bedoeling. „We kuisten het wat en we sloten het water weer aan”, vertelt Arne Baillière. „En toen kwamen er mensen. En de volgende dag weer. Ze bleven maar komen.”

Na 55 dagen kwamen ook de deurwaarders weer. Jan Bucquoy belde Arne Baillière om te vragen of hij wilde helpen De Dolle Mol opnieuw te kraken op 1 mei van dit jaar. Precies een jaar na de eerste poging. Ze stonden op het punt dat te doen, toen een ambtenaar van de Vlaamse cultuurminister Bert Anciaux de straat in liep. Hij had de sleutels van het pand in zijn hand. En Anciaux beloofde de komende drie jaar de huur te betalen van het café.

„Het is echt Kafka dat dit gelukt is”, zegt Baillière. „Of nee. Magritte. Ceci n’est pas un café. In dit land is alles mogelijk, in kwade en in goede zin. De Dolle Mol ziet er uit als een café, maar het is zo veel meer. Het is een levend museum. Een buurthuis voor het hele land.”

Dankzij de subsidie draait het café nu al maanden uitstekend. Een pintje kost 1 euro, een „democratische prijs”.

In deze rubriek beschrijven NRC-correspondenten nieuwe trends in hun land.