Boomgroep bij Lochem

De herfst is onmiskenbaar. Serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

Zeker van een afstandje vormen ze samen één kroon, één grote gave groene bol. Foto Sake Elzinga Nederland - Drenthe - 02-10-2007 Boomgroep als een groene kruin bpven het maisveld. Ilustratie verhal Koos van Zomeren. Foto: Sake Elzinga bomen mais maisvelden landbouw Elzinga, Sake

Ik herinner mij van lang geleden een boomgroep bij Lochem. Omdat ik niet meer precies weet waar, heb ik besloten dezelfde aanloop te nemen als toen. We stappen bij de Hoofdige Boer in Almen uit de bus en gaan de stilte in.

De dag, nogal nurks begonnen, betoont zich langzaamaan wat vriendelijker. Maar de tekenen van herfst zijn onmiskenbaar. De Achterhoek is bezaaid met eikels (ik heb het niet over mensen) en beukennootjes (zie je wel).

Voor Lochem begint het landschap lichtjes te golven. Je gaat door een strook bos omhoog en komt uit op de Hoge Enk. Je loopt het open veld in, je kijkt uit over de maïsakkers en daar was het, daar ís het – minder markant dan ik gedacht had, maar voor mijn doel markant genoeg. Ik wou het even over samenwerking hebben.

In een boomgroep lijken de deelnemende bomen aan taakverdeling te doen. Ieder neemt een segment van de cirkel voor zijn rekening. Samen vormen ze, zeker van een afstandje bezien, één kroon, één grote gave groene bol. Deze aanblik onderga je als een manifestatie van eendracht.

Als summum van samenwerking tussen bomen geldt een fenomeen dat, voor zover mij bekend, alleen in Afrika beschreven is. Als bepaalde bomen daar door olifanten (of giraffen of wat dan ook) worden aangevreten, scheiden ze stoffen af waarop bomen in de buurt reageren door hun gebladerte snel oneetbaar, of in ieder geval moeilijk verteerbaar, te maken.

Zelfs Colin Tudge (in zijn prachtwerk Het verborgen leven van bomen, Spectrum) verliest dan voor een moment zijn nuchterheid. „We kunnen”, schrijft hij, „de bomen niet naar elkaar horen roepen (...), maar toch is de lucht vol van conversaties die ze hebben met behulp van vluchtige chemie.”

Ja, dan wek je op z’n minst de suggestie dat bepaalde bomen de bedoeling hebben om andere bomen te waarschuwen voor gevaar en dat die op hun beurt begrijpen dat ze maatregelen moeten nemen.

Denkende bomen, voor mensen die met bomen praten is dat gesneden koek. Ik vind praten met bomen een vreemd verschijnsel, wat niet betekent dat ik tégen ben. Ik zeg maar zo: als mensen met God kunnen praten, kunnen ze ook met bomen praten. Het probleem zit ’m in de antwoorden die ze krijgen. Ten voordele van bomen moet dan worden opgemerkt dat die nooit, maar dan ook nooit, oproepen tot het voeren van oorlogen of het doodslaan van ongelovigen.

Een zekere Jeffrey Goelitz doet van zijn gesprekken met bomen uitvoerig verslag in Het geheime leven van de bomen (let op: al die titels beloven onthullingen). Dit boekje is in Nederland uitgegeven door Ankh-Hermes, maar ik heb het eerlijk gezegd van De Slegte.

Goelitz vraagt bijna elke boom waarmee hij contact maakt om te beginnen naar zijn leeftijd en ze geven allemaal adequaat antwoord, waarbij opvalt dat ze net als wij in jaren rekenen. En hoe praktisch zo’n boom kan zijn! Zo is er een acacia in Goelitz’ tuin die te kennen geeft dat hij niet wil worden omgehakt. Als men dan informeert of het grote gat onderin zijn stam met teer moet worden ingesmeerd, zegt de acacia: „Prima, maar niet te veel.”

Maar doorgaans is de teneur van dergelijke gesprekken wat zweverig. Dan gaat het over de vader en moeder van het woud, de wijsheid die zij in de loop der jaren hebben vergaard, de harmonie waarin ze leven, het goede dat zij met de aarde voorhebben en dat wij ons daaraan zouden moeten spiegelen, ja dat mensen het voorbeeld van bomen maar hoeven te volgen en er zal vrede zijn op aarde.

Zou het werkelijk?

Je hoeft niet eens van je plaats te komen. Je kunt blijven staan waar je staat, op de Hoge Enk bij Lochem met die boomgroep, die gave groene bol boven de maïs. Wat zich daar als één grote boom aan je voordoet, kun je net zo goed als een klein bos beschouwen – en dan is het opeens allemaal ellebogenwerk. Eén troost: ook daaraan hoeven wij geen voorbeeld te nemen.

Koos van Zomeren

(Wat die reactie op vraatalarm betreft: bomen reageren op tal van uitwendige prikkels – dit is er m.i. gewoon één van.)