Birma ging even open en na een week weer dicht

Birma sloot het internet af, waardoor beelden uit het land niet meer in het buitenland aankomen. De staatspropaganda en de arrestaties gaan door.

Precies een week geleden overheerste de vraag: Waar zijn de monniken gebleven? Een week later rijst nu de vraag: Waar is Birma?

Beelden bereikten tot vrijdagmiddag een week geleden nog de buitenwereld, maar opvallend genoeg ontbrak toen meer en meer de kleur saffraan – zo karakteristiek voor het straatbeeld van Rangoon vol monniken in de voorafgaande weken en in hun onschuldige ascese zo effectief in de publieke opinie.

Van alle kanten kwamen sindsdien berichten dat het Birmese leger monniken effectief heeft verjaagd of opgesloten. Bloedsporen in kloosters duidden op onheilspellende gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld. De junta zelf had het gisteren over 2093 personen die zijn opgepakt.

Kloosters in de buurt van Rangoon zijn gesloten en monniken met geweld geïntimideerd. Een gevluchte inlichtingenofficier van de Birmese geheime dienst, Hla Win, vertelde in Thailand deze week zelfs dat hij opdracht had gekregen om monniken te arresteren, te doden en hun lijken te dumpen in het bos.

Politieke ballingen in het Noord-Thaise Changmai hebben het over „vele duizenden” vermiste monniken. Maar niemand weet het precies en de Amerikaanse zaakgelastigde in Birma, Shari Villarosa, kwam uiteindelijk ook niet verder dan: „Waar zijn al die monniken gebleven? Wat is er met hen gebeurd?”

Maar nog opmerkelijker dan de onzichtbaarheid van de boeddhistische monniken is de snelheid waarmee en de wijze waarop Birma uit het centrum van het nieuws verdwijnt. Het loflied op internet, mobiele telefonie en de alomtegenwoordige communicatie ten spijt, slagen de militaire machthebbers er nu al een week in het gordijn voor het land dicht te houden. Activisten, buitenlanders en gewone passanten die vorige week nog beelden via internetcafés naar buiten stuurden, hebben gemerkt dat internet hapert, dat capaciteit is gereduceerd. Volgens een activist in Changmai, Ye Ni, hebben technici van het leger de zaak onder controle, „waarschijnlijk bestoken ze zelfs onze communicatie met virussen”, zo vermoedt hij aan de telefoon. Zijn organisatie Irrawaddy kampt in Changmai inderdaad nu al dagen met problemen.

De internetcontrole wordt vergemakkelijkt door het feit dat Birma maar twee internetleveranciers kent. De internetdichtheid is beperkt en voornamelijk in Rangoon zelf. Maar ook de verbindingen voor mobiele telefonie en de snelheid waarmee bestanden kunnen worden opgeladen – belangrijk voor beeldmateriaal dat vaak grote bestanden betreft – is gereduceerd. En ten slotte is het land hermetisch dicht gegaan voor pottenkijkers. Hulporganisaties hebben strikte opdracht niet met media in contact te treden en wat er uit die hoek naar buiten komt, is schaars, clandestien en moeizaam.

De informatie leert wel dat de intimidatie op volle toeren draait. Agenten in burger rijden met auto’s door de straten en melden dat ze beelden hebben van de betogers vorige week en dat ze deze een voor een zullen komen halen, zo melden verschillende bronnen. Arrestaties zijn nog aan de orde van de dag. En er zijn nog kleine betogingen – van regeringskant georganiseerd, met leuzen als ‘Wij geven de voorkeur aan stabiliteit’ en ‘Gewelddadige betogers zijn onze Vijanden’.

Maar dit alles zonder beelden – en zonder beelden geen emotie, zonder emotie geen koortsachtigheid in de publieke diplomatie. De Verenigde Staten en de Europese Unie hebben hun sancties tegen Birma verscherpt, maar praktisch alle belangrijke handelspartners, die in Azië, onttrekken zich eraan. De speciale afgezant van de Verenigde Naties, de Nigeriaan Ibrahim Gambari, bezocht Birma vier dagen, sprak twee keer met de oppositieleider-onder-huisarrest Aung San Suu Kyi. De juntaleiders lieten hem, zoals in het verleden steeds bij zijn bezoeken, enkele dagen antichambreren maar ten langen leste had hij een ontmoeting met junta-leider Than Shwe.

Het resultaat wat de VN-afgezant vandaag aan zijn secretaris-generaal zal overbrengen, lijkt verrassend veel op datgene waar hij in het verleden steeds mee thuis kwam: de junta is bereid tot een dialoog met de oppositie, maar dan moet Aung San Suu Kyi haar confrontatiekoers beëindigen. Want, aldus de Birmese sterke man, deze vrouw „zoekt de volledige verwoesting, zoekt economische sancties en andere sancties tegen Birma”. Als Aung San het roer omgooit, is de generaal zelfs bereid haar te ontmoeten.

Met deze koers volgt generaal Than Shwe nauwkeurig het script dat hij nu al jaren hanteert om de Verenigde Naties bezig te houden en zijn Aziatische vrienden niet van Birma te vervreemden. Aung San geldt daarin steevast als de compromisloze representant van het Westen. De Chinese regering liet gisteravond alvast weten tevreden te zijn over de gebaren van de generaal: „Wij hebben een positieve waardering voor de inspanningen van de regering van Myanmar en de heer Gambari,” aldus een officiële verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Peking. Gevolgd door de oproep: „De Chinese regering doet een beroep op alle relevante partijen om terughoudendheid te betrachten, op vreedzame wijze volledige stabiliteit te herstellen en interne verzoening te bevorderen.”

Zo lijkt in korte tijd het ritueel van de laatste jaren in ere hersteld. Wordt Birma daarmee ook weer wat het meestal was: een dictatuur in de marge?

Dissident Ye Ni denkt van niet: „Het gaat zo slecht met het land dat mensen ondervoed raken. Dat merken monniken ook, want die moeten van voedselgiften leven. Dat is niet voorbij. Bovendien, je kunt een land wel even van de buitenwereld afsluiten, maar niet maandenlang. Want er is allerlei verkeer dat geld oplevert: toerisme, internationale handel, contracten.”

Zijn stelling is dus: de communicatie komt terug en de onvrede blijft en dus zal de buitenwereld weer beelden krijgen en geschokt raken: „Want de junta is nog niet van zijn monniken af.”