Allen tezamen voor ons allen

Na het Multiculturele drama wil Paul Scheffer Nederland verder brengen in het immigratiedebat.

Iedereen moet werken aan een gemeenschappelijk ‘wij’.

Scheffers nieuwe boek, Het land van aankomst, laat een man zien die dicht bij zijn denkbeelden uit 2000 (zie kader) is gebleven, maar die ook is begonnen aan een zoektocht naar een nieuwe weg om het debat en het land verder te brengen in de discussie over immigratie en immigranten.

In bepaalde opzichten is dit boek van Scheffer een intellectuele rechtvaardiging van zijn essay en een uitwerking van het betoog dat hem de laatste jaren deed uitgroeien tot een invloedrijk opinieleider. Scheffers belangrijkste opponenten zijn niet de migranten of de moslims, maar de multiculturalisten: een zelfbewuste, kosmopolitische elite die weigert culturele verschillen te confronteren en die weinig waardering heeft voor het ontwikkelen van een positieve, nationale identiteit. Het is een elite die tegelijkertijd de ogen sluit voor de ontwrichtende effecten die deze houding heeft op de Nederlandse samenleving. Als pleitbezorger voor de ingezetenen benadrukt Scheffer opnieuw dat de zorgen van de ‘meerderheidscultuur’ niet alleen voortkomen uit ongefundeerde angst voor het onbekende, maar uiting geven aan gerechtvaardigde vragen over de effecten van immigratie (veiligheid, over de toekomst van de verzorgingsstaat, de kwaliteit van het stedelijk leven en de toekomst van de democratie zelf).

Anders dan deze ongeruste meerderheid hebben multiculturalisten deze gevoelens verworpen, geleid door postkoloniale schuldgevoelens. Zij menen solidair te zijn met immigrantenculturen, die soms diametraal tegenover de kernwaarden van een liberale democratie staan. ‘Behoud van identiteit’ is een conservatief recept om immigranten vast te ketenen aan hun landen van herkomst, in plaats van hen te doen participeren in ‘het land van aankomst’. Zo’n onvruchtbare houding paste goed in Nederland als ‘vermijdingsland’, dat door verzuiling en multiculturalisme lang heeft geprobeerd elke confrontatie uit de weg te gaan. Maar deze tactiek is volgens Scheffer niet langer afdoende.

Dit wisten we al van Scheffer, evenals zijn oproep om een soort gemeenschap te vormen die grenzen kan trekken en verworvenheden weet te behouden, die zichzelf kan verdedigen tegen nieuwe dreigingen en immigratie op zorgvuldige wijze in goede banen kan leiden. Hij ontwikkelt verder ideeën over hoe immigratie wel zou moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld door meer spreiding te zoeken bij de landen van herkomst. Scheffer verwerpt het oprichten van scheidsmuren, maar staat er wel op ‘dat we ons moeten beschermen tegen de wereld die ons omringt, waarbij vooral de radicalisering in de islamitische landen zorgwekkend is’. In zijn strakke kijk op immigratie en de islam blijft Scheffer een kundige vertolker van breed gedeelde zorgen over deze vraagstukken.

Wat zijn boek belangrijk maakt is zijn poging om zijn rol als antagonist te overstijgen. Dat wordt duidelijk uit de structuur van het boek; een serie beschouwende reportages waarin de auteur verhaalt wat hij zegt te hebben geleerd in de afgelopen jaren. De hoofdstukken zijn thematisch geordend en geven inzicht in onderwerpen als de dynamiek van globale immigratie, de manieren waarop Europa en vooral de Verenigde Staten zijn omgegaan met migratie, ‘het verdeelde huis van de Islam’ en ‘de kunst van het kosmopolitisme’. Deze goed onderbouwde en boeiende reportages bieden de lezer een perspectieven op aanpalende ontwikkelingen en op discussies die gerelateerd zijnaan migratie en het integratiedebat in Nederland. Ondanks zijn debatten met de multiculturalisten, worden delen van deze hoofdstukken gekarakteriseerd door een voorzichtigheid, waarin Scheffer oog heeft voor de complexiteit van deze vraagstukken.

De structuur en de toon van zijn boek worden bepaald door zijn uitgesproken verlangen om zijn nieuwsgierigheid te laten winnen van zijn aandeel in de tweekampenstrijd waarin hij is beland. Het heeft ook te maken met zijn wens om boven het slagveld te staan, om de zorgen van immigranten en ingezetenen met elkaar te verzoenen en om een weg samen voorwaarts te vinden, als een ‘wij’. Het is Scheffers bewuste verschuiving van strijd naar het vinden van een modus vivendi die zijn bijdrage nieuw en waardevol maakt.

In het zoeken naar een weg voorwaarts wordt Scheffer geleid door twee gedachten. De eerste is de erkenning van de pijn en het ongemak dat immigratie onvermijdelijk met zich meebrengt. Volgens Scheffer wordt iedereen ontworteld door migratie en deze vervreemding veroorzaakt de moeilijkheden die wij nu zien – van radicalisme en populisme tot het in de schulp kruipen. Duitsland, Engeland, Frankrijk zijn maatschappijen die onder druk staan, waar oude ordeningen onvoldoende voorbereid waren op de middelpuntvliedende krachten van immigratie, en waarin deze vervreemding sterk aanwezig is. Maar ook al is dit proces onvermijdelijk, het is ook essentieel, schrijft Scheffer, dat het ontbindende potentieel van migratie binnen de perken wordt gehouden. Het is natuurlijk en noodzakelijk dat immigratie op bepaalde punten in de geschiedenis wordt ingeperkt om een evenwicht in de samenleving te herstellen en immigranten en ingezetenen rust te geven om ontspannen met elkaar in contact te komen. De vermindering van spanningen en ideologische afgronden is precies wat moet worden nagestreefd. Door de vervreemding is het essentieel dat migranten en ingezetenen tegen hun eigen onderbuikgevoelens in proberen met elkaar te communiceren.

De blijvende vervreemding en dreiging die daarvan uitgaat leidt tot Scheffers tweede en concluderende gedachte: immigranten en ingezetenen moeten allebei keihard werken aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijk ‘wij’, aan het opbouwen van een nationale gemeenschap die wordt gekenmerkt door ‘eigenheid’ en ‘openheid’. Ingezetenen moeten hun pogingen verdubbelen om immigranten echte gelijkheid te geven en immigranten moeten meer zelfkritiek ontwikkelen en hun best doen om onderdeel te worden van de Nederlandse geschiedenis.

Scheffers sympathieke en doordachte pleidooi voor een ‘wij’, gefundeerd op de erkenning van verschil en vervreemding, verdient serieuze aandacht en discussie. Maar Scheffer zelf blijft toch ergens vastzitten tussen de man van het multiculturele drama en de man van het ‘wij’-gevoel. Hij blijft in mijn oordeel iets te veel op zijn hoede voor immigranten en is geneigd hen te veel te zien als niet de burgers van vandaag maar van morgen. Hij houdt ook een bepaalde weerstand tegen immigrantengroeperingen als verschijnsel, die hij vooral ziet als een begrijpelijke maar onverkwikkelijke hinderpaal voor de realisatie van een ‘wij’. Soms lijkt hij te suggereren dat alleen individuen werkelijk deel kunnen worden van een ‘wij’.

Misschien is de grootste verdienste van Scheffers boek dat hij laat zien waarom het zo moeilijk is te arriveren in het land van aankomst en waarom het belangrijk is het toch te proberen.

James Kennedy is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

Paul Scheffer: Het land van aankomst. De Bezige Bij, 500 blz. € 22,50

Paul Scheffer over dit boek: www.netwerk.tv