Ach, zo slecht gaat het niet

De veel bekritiseerde president Musharraf wordt wellicht herkozen.

Op straat in Pakistan hebben mensen andere zaken aan het hoofd.

Hip geklede, jonge Pakistani’s zitten achter gloednieuwe, platte beeldschermen. De deadline van een nieuwe reclamecampagne voor een grote klant is in zicht. In het midden van de kamer staat een pooltafel, voor als ze inspiratie moeten opdoen of afleiding nodig hebben. „We barsten van het werk. President Musharraf heeft ervoor gezorgd dat het weer goed gaat met Pakistan”, zegt Imran Ishad, een welbespraakte veertiger en baas van het reclamebureau.

Anderhalf jaar bestaat Pirana nu, zoals Ishads bedrijf heet. Het moderne, strak ingerichte kantoor is gevestigd in een villa in de middenklasse wijk Clifton in Karachi. Vroeger werkte Ishad in het buitenland, voor reclamereus Saatchi & Saatchi. Hij kwam terug omdat Pakistan „zoveel kansen bood”. Ishad: „Tijdens Musharraf’s bewind is de economie vooruit gegaan. Er komt veel geld binnen en de salarissen stijgen. Je hoeft nu niet meer per se in het buitenland aan de slag.”

Eigenlijk is Clifton een echte ‘Bhutto buurt’: overal zijn billboards waarop ex-premier Benazir Bhutto alvast wordt verwelkomd – de politica in ballingschap heeft aangekondigd deze maand terug te keren. Het familiehuis van Bhutto staat in Clifton, net als het bekende restaurant Clifton Grill, eigendom van Bhutto’s man, en het kantoor van haar partij, de Pakistaanse Volkspartij. Karachi is de hoofdstad van de provincie Sindh, waar Bhutto haar machtsbasis heeft.

Maar reclameman Ishad zit niet te wachten op de terugkeer van de ex-premier. Waarom zou hij? Tijdens haar bewind was het een corrupte bende, zegt hij. En met de economie ging het niet goed. Aan de muur in de hal van zijn kantoor hangen ingelijste posters van een ABN Amro-campagne in Pakistan. „Eén van onze internationale klanten. En we werken ook voor Apple. Dáár gaat het toch om? Dat er werk is. Dat er vooruitgang is. Dan maakt het weinig uit of een man in legerpak regeert of niet.”

Morgen kiezen het parlement en de vier provinciale raden de president van het land. Musharraf, de huidige ‘president in generaalsuniform’, heeft zich opnieuw verkiesbaar gesteld – en wordt naar alle waarschijnlijk herkozen. Toch is zijn populariteit dit jaar na een aantal controversiële kwesties snel gedaald.

Zo was er de poging van Musharraf om opperrechter Chaudhry op een zijspoor te zetten. Dat leidde dit voorjaar tot massale, gewelddadige protesten. Ook is tijdens het bewind vanMusharraf het extremisme in Pakistan toegenomen. Er zijn vaker aanslagen.

Volgens zijn politieke tegenstanders, waaronder de Pakistaanse Moslimliga onder leiding van de verbannen ex-premier Nawaz Sharif, heeft het Pakistaanse volk genoeg van Musharraf. De tijd zou rijp zijn voor een terugkeer naar volledige democratie.

Toch zijn er genoeg Pakistani’s die heel anders naar hun president kijken. „Hij heeft het toch niet slechter gedaan dan zijn voorgangers?”, zegt ondernemer Hadi Salahuddin. Hij vraagt zich af of Musharraf wel verantwoordelijk is voor het toegenomen extremisme in het land.

Wat zou er zijn gebeurd als Pakistan zich neutraal had gehouden in de strijd tegen het terrorisme na 9/11? „Voor die tijd was het rustig hier”, zegt hij veelbetekenend. Het is toch ook niet de schuld van Pakistan dat het al meer dan een kwart eeuw onrustig is in buurland Afghanistan? „Geen enkele Pakistaanse politicus heeft een snelle oplossing voor de problemen rond Afghanistan. Natuurlijk maakt Musharraf ook fouten. Maar welke leider doet dat niet?”

Liever wijst Salahuddin op de bruisende economie in zijn land. Zelfs de gewone man is er volgens hem de afgelopen jaren op vooruit gegaan. Voor de jonge generatie Pakistani’s zijn meer banen, het minimumloon is omhooggegaan en er zijn meer buitenlandse bedrijven gekomen.

Maar ook elders bestaat waardering voor de president. In het onderwijs bijvoorbeeld. Daar is niemand vergeten dat Musharraf van Pakistan een verlichte staat wilde (en wil) maken, naar het voorbeeld van Turkije. Onderwijs speelt daarin een belangrijke rol.

Maar heeft Musharraf ook geld gestoken in het onderwijs de afgelopen jaren? Sinds 2001 heeft Pakistan 10 miljard dollar van de Verenigde Staten ontvangen. Shaista Memon, een 40-jarige lerares op het D.J. Science college in Karachi, is genuanceerd: „Als je hem vergelijkt met zijn voorgangers, Bhutto en Sharif, is hij beter. Zij deden niets, hij doet íets.” Dat ‘iets’ was in haar geval een loonstijging. Sinds Musharraf aan de macht kwam is haar inkomen verdubbeld, tot 31.000 rupees (360 euro) per maand.

Vroeger ging Memons stem naar Nawaz Sharif, maar nu niet meer. Nu steunt zij Musharraf – „net als al mijn collega’s”. Het enige waar ze kritiek op heeft, is dat de regering zo weinig investeert in het basisonderwijs. Onderwijzers op basisscholen verdienen vaak maar zo’n 55 euro per maand, minder dan schoonmaaksters. Memon: „Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Mensen hebben bijbaantjes nodig om te overleven. Toch heb ik liever Musharraf dan Bhutto of Sharif. Maar de Pakistani’s krijgen de leiders die ze verdienen: steeds weer stemmen ze op corrupte leiders.”