Waar halen mensen hun lichaamswarmte vandaan?

Jo Henkens uit Breda vraagt zich af waar onze lichaamwarmte vandaan komt. „Heeft dit te maken met wrijving van het bloed dat door onze aderen stroomt?”

We zijn allemaal wandelende kacheltjes, waarin flink gestookt moet worden. In de centrale stookkamer – de hersenen en inwendige organen – heerst een constante temperatuur van 36 à 37 graden, aan het huidoppervlak zo rond de 30 graden Celsius, aldus Harm Kuipers, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht.

Heeft deze warmte iets met wrijvingskrachten in de aderen te maken? Nee. „Absoluut niet”, vertelt Hein Daanen, bijzonder hoogleraar thermofysiologie en onderzoeker bij TNO. „Onze lichaamscellen doen het werk, de bloedvaten zijn er slechts om de warmte te verdelen. Tijdens de stofwisseling vinden in de cellen chemische processen plaats. En daarbij komt energie vrij in de vorm van warmte. Bij mannen en jongeren iets meer dan bij vrouwen en ouderen.” Zo simpel is het.

Hoe warm we aanvoelen, is echter ook afhankelijk van hoeveel we bewegen, vertelt Kuipers. Produceert de gemiddelde mens in rust constant een warmte die overeenstemt met een lamp van 50 Watt, bij inspanning kan dat al gauw oplopen tot een hitte van ongeveer 500 Watt. „Dat merk je als je naar het toilet gaat nadat je flink hebt gesport. Het voelt dan alsof er een deken van warmte over je heen valt. En dat is ook zo: je eigen warmte wordt weerkaatst door de muren.”

Ook verliefde mensen voelen warmer aan. Kuipers: „Bij opwinding, verliefdheid of boosheid gaat de stofwisseling sneller en zal de kachel dus harder gaan stoken. Omdat de temperatuur in de hersenen en organen 37 graden Celsius wil blijven, zal de warmte zich over meer weefsels verspreiden en wordt het lichaam warmer.”

Wie dat zonde van de energie vindt, doet er volgens Kuipers goed aan deze winter knus tegen elkaar aan te liggen. „Dan gebruik je elkaars warmte. Dat is verreweg het meest energiezuinig.”

Freek Schravesande