Veredelend genieten

Schrijfster Nicolien Mizee geeft een cursus ‘Verhalen schrijven’ aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door het werk van haar leerlingen. Vandaag over wat schrijvers eigenlijk willen.

Elke schrijver wordt gevraagd waarom hij schrijft. Nooit wordt dat gevraagd aan iemand die zegt dat hij „beleidslijnen implementeert”. Of iemand die karbonades verkoopt. „Zo! En waarom verkoopt u die karbonades eigenlijk?”

Niemand is zo lang aan het woord als de schrijver in zijn boek, en toch is de vraag na afloop steevast: „Wat wilt u hiermee zeggen?”

Sommige schrijvers hebben geen enkele moeite met die vraag. Multatuli roept op de Javaan niet langer te mishandelen, Jac. P. Thijsse wil het hele Nederlandse volk de natuur in krijgen om aldaar ‘veredelend te genieten’ en Tolstoj wil ons zo graag tot het christendom bekeren dat hij het schrijven van romans en verhalen opgeeft voor het schrijven van pamfletten.

Mijn leraar Nederlands bekende ooit dat hij zich een beter mens voelde toen hij Max Havelaar gelezen had, en glimlachte verlegen bij het spottend gelach dat uit de rijen opsteeg.

Ook mijn leerling Joop, een man van een jaar of vijftig, wil het volk opvoeden. Hij kondigt de eerste les aan alleen over tinnitus te gaan schrijven. Weten wij niet wat dat is? Daar heb je het al! Tinnitus! Oorsuizingen, oorkloppingen, oorbonkingen. Tot je er gek van wordt en zelfmoord wil plegen. Daar gaat hij over schrijven. Er moet veel meer begrip komen voor de lijders aan tinnitus.

Joops alter ego heet Jaap. Wat voor opdracht ik ook geef, een komedie, een tragedie, een sprookje, Jaap is de hoofdpersoon. Jaap bij de huisarts, Jaap bij de oorarts, Jaap in het ziekenhuis. Na een paar weken begint de rest van de klas te morren. Elk verhaal lijkt precies op het vorige: waar Jaap ook komt, hij stuit op een muur van onbegrip.

Maar dat overkwam Jezus ook. En dat leverde wel een spannend verhaal op. Ligt het aan Joops stijl, of zou tinnitus een te gering probleem zijn? Moet Jaap niet een hoger doel hebben? Maar wat dan? En moet de schrijver ook zelf in dat hogere doel geloven?

Tolstoj, Thijsse en Multatuli hebben me niet warm gekregen voor het christendom, het koolwitje of lot van de Javaan, maar wel voor hun boeken. De boodschap heeft zeker zijn nut, maar alleen voor de schrijver. De wens tot veredelen geeft hem vleugels – zolang hij hem maar niet expliciet formuleert. Levenswijsheden en aansporingen tot veredeling leiden altijd tot zeer lelijk proza. Dat is de ellende van de schrijver: waar het om gaat, mag je juist niet letterlijk opschrijven.

Daarom staat er bij elke lezing weer een lezeres op die het dikke, pas verschenen boek in de lucht houdt en misprijzend vraagt: „Maar wat wilt u hier nou toch mee zéggen?” Een vreselijke vraag, maar toch: als iedereen meteen weet wat de schrijver bedoelt met zijn boek, is het waarschijnlijk niet zo’n goed boek.

Valt er een goed boek over tinnitus te schrijven?

W.F. Hermans schrijft: „Niemand is boven zichzelf verheven, ook niet boven zijn eenvoudigste gedachten, evenmin boven alledaagse onderwerpen en angsten. Niemand hoeft zich daarvoor te schamen, zolang hij zijn best doet ze nauwkeurig waar te nemen, er ernstig over na te denken en er zo vermakelijk en goed mogelijk over te schrijven.”