Uitstrijkje betrouwbaarder met virustest

Baarmoederhalskanker en de voorlopers ervan komen eerder aan het licht als vrouwen niet alleen een uitstrijkje laten maken, maar ook een test op besmetting met humaan papillomavirus (HPV) laten doen. Dit concluderen Nederlandse pathologen en gynaecologen van onder meer het VUMC te Amsterdam, op basis van een onderzoek onder 17.000 vrouwen. De resultaten van deze Population Based Screening Study Amsterdan (POBASCAM) worden vandaag online gepubliceerd door het Britse wetenschappelijke tijdschrift the Lancet. HPV is een seksueel overdraagbare aandoening, waarvan sommige subtypes het risico op baarmoederhalskanker verhogen.

In de studie werd het uitstrijkje vergeleken met het uitstrijkje in combinatie mét de HPV-test. Bij de helft van ruim 17.000 vrouwen van 30 tot 60 jaar oud werd alleen een uitstrijkje afgenomen. De huisarts of de ‘uitstrijkster’ schraapt dan met een soort borsteltje wat cellen weg bij de baarmoederhals, de overgang van vagina naar baarmoeder. Die cellen worden daarna onder de microscoop onderzocht. Bij de andere helft vond ook de HPV-test plaats op diezelfde cellen. Bij aanwezigheid van HPV of celafwijkingen volgde – afhankelijk van de ernst – herhaling van de test of verwijzing naar de gynaecoloog voor verder onderzoek.

In de groep die ook de HPV-test kreeg, ontdekten de onderzoekers 70 procent meer baarmoederhalskanker of een voorloper hiervan. Dat was geen verrassing. Al langer was bekend dat met HPV-testen meer verdachte afwijkingen worden opgespoord. Maar de vraag is of díe afwijkingen zich uiteindelijk tot kanker ontwikkelen. Als ze vanzelf weer overgaan betekent de extra test dat veel vrouwen onnodige, vervelende onderzoeken en behandelingen ondergaan.

Maar het gaat echt om riskante voorlopers van baarmoederhalskanker, blijkt uit de Amsterdamse studie. Vijf jaar na het eerste onderzoek kwamen de 17.000 vrouwen uit de eerste ronde terug voor een nieuw uitstrijkje én een HPV-test. In de groep die vijf jaar daarvoor ook al de HPV-test had gehad werden 55 procent minder gevaarlijke afwijkingen gevonden dan in de controlegroep. Pathologe in opleiding Nicole Bulkmans, verklaart het verschil: „Bij de groep die in de eerste ronde ook al de HPV-test kreeg zijn de afwijkingen al eerder gevonden, die worden in de volgende ronde niet nog een keer vastgesteld.”

Als het aantal gevonden afwijkingen over de twee rondes wordt opgeteld, blijkt er tussen de twee groepen geen verschil. Met de ‘ouderwetse’ screening worden in totaal dus net zoveel afwijkingen gevonden als op de nieuwe manier. Maar door de combinatie met HPV-testen worden die in een vroeger stadium vastgesteld.

Bulkmans: „De voorloperstadia zullen minder vaak doorgroeien tot kanker. Daarnaast hoeven vrouwen in de toekomst misschien minder vaak onderzoek te ondergaan. In de 5 jaar na een goede HPV-test, is de kans dat een afwijking ontstaat 2 tot 3 keer lager dan na een uitstrijkje.” Dat kan grote voordelen hebben: „Het is toch een onprettig onderzoek. Nu komt 33 procent van de vrouwen niet opdagen voor het uitstrijkje. En in die groep komt relatief vaak kanker voor. Het zou een prettige bijkomstigheid zijn als die vrouwen wél komen als er meer tijd tussen de uitstrijkjes zit.”

Het onderzoek kon geen uitspraken doen over het minder voorkomen van baarmoederhalskanker na die HPV-test. Daarvoor is die vorm van kanker te zeldzaam. Of het bevolkingsonderzoek inderdaad gaat veranderen is afhankelijk van een advies van de Gezondheidsraad.