Te veel hier en nu

De blijdschap op het gezicht van de minister van Financiën na afloop van de Algemene Financiële Beschouwingen leek gemeend. Dat valt te begrijpen want het was de eerste keer dat minister Bos (PvdA) een Rijksbegroting mocht verdedigen. Hoewel het vanzelfsprekend lijkt, is het geen wetmatige zekerheid dat een begroting ongeschonden de streep haalt. Het is goed als ministers zich bewust zijn van de macht die de volksvertegenwoordiging in potentie heeft. Daarom is het ook goed dat er nu, na vele jaren Zalm (VVD) een nieuwe minister van Financiën is aangetreden. Maar dat wil niet zeggen dat er op de gekozen koers geen kritiek mogelijk is.

Terecht maakte de liberale oppositie in de Tweede Kamer bezwaar tegen de tendens van het kabinet Balkenende IV om, vergeleken met de voorgaande kabinetten, meer belastingen te heffen en meer geld her te verdelen. Het beeld van afromen en rondpompen dringt zich op.

Het feit blijft bovendien dat dit kabinet riskant opereert met het oprekken van verwachtingen op het terrein van economische groei. Daardoor kunnen allerlei extra uitgaven worden betaald. De christen-democraten gaan door met het financieren van hun preoccupatie met de vergrijzing. De sociaal-democraten zetten in op het subsidiëren van de kansarmen. Van de ChristenUnie komt het douceurtje voor de middenklasse: de gratis schoolboeken. Tegenvallers veroorzaakt door onvoorziene omstandigheden, of zelfs voorzienbare zoals mogelijke negatieve effecten van de crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt, zijn niet ingecalculeerd. De kans is reëel dat Bos zijn voorganger Kok moet navolgen door het uitvoeren van een pijnlijke financiële ‘tussenbalans’. Het kabinet kiest ervoor om vóór de wind te zeilen en de zorgen voor de langere termijn niet al te serieus te nemen.

Illustratief voor de focus op het hier en nu zijn de maatregelen die Bos belooft om ‘iets’ te doen aan de salarissen van veelverdieners. Hij weet als minister van Financiën dat het optreden van de staat op dit vlak onder het huidige relatief liberale beslag niet meer dan symptoombestrijding kan zijn. Niettemin voelt Bos zich kennelijk gedwongen om aan te kondigen dat hij zal optreden tegen buitenissige stijgingen van topsalarissen bij bedrijven waarvan de staat mede-eigenaar is. Dat dit een slinkende sector van de totale economie is en dat de invloed van Bos beperkt is, telt niet. Wat kennelijk voor alles telt is dat voor de burger het beeld wordt gecreëerd dat de PvdA optreedt tegen de ‘grote graaiers’. En dat dusdoende de SP, de electorale concurrent, de loef wordt afgestoken. Dat kan alleen maar tegenvallen.

Spreiding van kennis, macht en inkomen was het motto van Bos’ verre voorzaat Den Uyl in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Tijdens de debatten van de afgelopen dagen werd dit: spreiding van welvaart en geluk. Voor diverse sprekers bleek het verleidelijk om stil te staan bij deze fata morgana van publieke maakbaarheid. Het kabinet heeft vooral tot taak binnen de kaders van een voorzichtige begroting de burger niet meer te beloven dan kan worden waargemaakt.